DEN HAAG - Jarenlang is er aangemodderd, getreuzeld en afgewacht bij de bestrijding van Q-koorts, maar nu heeft het ministerie van Landbouw haast. Liefst nog voor de kerst moeten duizenden geiten getest worden op de aanwezigheid van coxiella burnetii in hun bloed, de bacterie die Q-koorts veroorzaakt. De uitslag is bepalend voor de toekomst van de dieren: mogen ze, als ze gezond blijken, in de stal blijven, of volgt de gang naar het slachthuis?
De tijdsdruk wordt veroorzaakt doordat een nieuwe uitbraak van Q-koorts op
de loer ligt. Drachtige geiten en schapen die de ziekte onder de leden
hebben, lopen grote kans op een spontane abortus. Tijdens zo'n vroeggeboorte
komt een explosie aan bacteriën vrij. Deze ziekmakers zorgen ervoor dat
iedereen die in de buurt komt, kans loopt om ziek te worden. Tot nu toe
overkwam dit bijna 2.300 mensen. Veterinaire experts weten uit ervaring dat
de eerste vroeggeboortes van besmette geiten en schapen zich al vanaf eind
deze maand kunnen voordoen. Zij willen dit koste wat kost vóór zijn. Eén
abortus kan een haard zijn van een nieuwe epidemie, waarmee de hele
bestrijding van de ziekte op losse schroeven komt te staan. Het wordt een
race tegen de klok, beaamde Roel Coutinho van het Rijksinstituut voor
Volksgezondheid en Milieu (RIVM) woensdag.
Laboratoria,
farmaceuten, dierenartsen, bestuurders en andere betrokkenen moeten alles
uit de kast halen om de deadline te halen. Wekelijks kunnen volgens het
ministerie van Landbouw zesduizend tests geleverd worden. Maar dan moeten
alle gegevens ook nog worden geanalyseerd. Om hoeveel geiten het zal gaan,
is nog onduidelijk.
De ministers Gerda Verburg (Landbouw) en Ab
Klink (Volksgezondheid hebben gekozen voor deze omslachtige aanpak, omdat ze
via de individuele test het leven van veel dieren hopen te kunnen sparen.
Herinneringen aan de emoties bij het ruimen van gezonde varkens en kippen
bij de varkenspest en de vogelgriep, maken hen voorzichtig. Het resultaat is
nu een lappendeken aan maatregelen.
Een commissie bestudeert nog
of niet-drachtige dieren die de ziekte wel hebben, gespaard kunnen worden.
In principe vormen zij geen gevaar voor de volksgezondheid, omdat het risico
van besmetting vooral bij vroeggeboortes speelt.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















