Robert Overeem luistert thuis alleen naar muziek van het songfestival. Marco Borsato? “Ik kan alleen Dromen zijn bedrog meezingen. De rest van het repertoire ken ik nauwelijks. Ik luister eigenlijk nooit naar de radio.” Als hij het zegt, realiseert hij zich dat het een beetje gek klinkt. “Ik kan me herinneren dat ik voor het eerst bij zo’n platenbeurs was.
Wat een nerds, dacht ik, toen ik ze door de platenbakken zag grazen. Nu ben ik zelf verzamelaar.” Hij wil alle muziek hebben die met het songfestival te maken heeft. Hij bezit niet alleen vrijwel alle singles, cd’s en albums van liedjes die op het Eurovisiepodium te zien waren, maar ook alle nummers van de nationale finales in de deelnemende landen. En dan heeft hij nog veel anderstalige versies, soms wel in tien verschillende uitvoeringen van een nummer. Zo is er De Troubadour van Lenny Kuhr in het Italiaans en een Franstalige Un petit peu (Een beetje) van Teddy Scholten, al zijn dat net de uitvoeringen waar hij nog naar op zoek is.
In het Dusseldorfer museum NRW Forum is deze week een songfestivallounge ingericht met attributen uit de verzameling van de 49-jarige Overeem. Het zijn met name singlehoesjes die hij op de expositie laat zien. Maar er klinkt ook de Sound of the Songfestival. “Ik heb vier cd’s samengesteld met onder meer alle winnende liedjes in de Duitstalige versie. De meeste zijn van de originele artiesten, maar er zitten ook coverversies van Duitse artiesten bij. Vooral in het begin was het gebruikelijk dat er anderstalige versies van songfestivalnummers werden gemaakt.”
Hij groeide net als al zijn generatiegenoten op met het songfestival thuis maar verloor het evenement uit het oog toen hij het ouderlijk huis in Uden verliet voor Amsterdam. “Toen was ik jarenlang met heel andere dingen bezig. Tot ik door Paul de Leeuw weer geïnteresseerd raakte. Natuurlijk werd ik vooral aangetrokken door de kitsch en de camp, maar tegelijk was ik uitgekeken op de housemuziek van die tijd. Waar zijn de leuke nummers vroeg ik me af.”
Dat antwoord kwam toen hij in contact raakte met een songfestivalfan uit Munchen. Die stelde cd´s voor hem samen met alle inzendingen van elk land. Ìedere maand stuurde ik geld en er kwam een cd voor terug. Bij het afwassen had ik de muziek aan staan en ik begon het steeds leuker te vinden. In het begin had ik nog het idee dat ik me moest verantwoorden, maar daar heb ik nu geen last meer van. Met de muziek van het songfestival heb ik alle genres in huis: jazz, hardrock, blues, fado en Grieks. En als ik een keer een beat wil horen dan zet ik een cd met remixen aan.”
Als purser van de KLM reist hij door heel Europa en in zijn vrije uren gaat hij op jacht naar muziek die nog ontbreekt in zijn verzameling. In de eerste jaren kwam hij wel eens terug met twintig cd´s uit Portugal, nu de collectie al redelijk compleet is, zijn het er veel minder. “Nu mag ik van mezelf een keer in de maand veel geld uitgeven aan een zeldzaam exemplaar. Voor Noorwegen 1961 heb ik 300 euro betaald.”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











