De bevrijders, zoals deze Canadese, kunnen rekenen op veel vrouwelijke aandacht. Nederlandse jongens zien dat doorgaans met lede ogen aan. foto Nationaal Bevrijdingsmuseum
Dwangarbeiders doen de was, net over de grens bij Nijmegen. Enkele duizenden van deze Ostarbeiterinnen trouwen met een Nederlandse man. foto Nationaal Bevrijdingsmuseum
Wietske van der Spek bij het affiche met Rosie the Riveter, bedoeld om vrouwen te porren voor de oorlogsindustrie. foto Do Visser/De Gelderlander
Oorlog is een mannenzaak, maar vrouwen hebben er net zoveel last van. Misschien zelfs wel méér. Als strijder, onderduiker, arbeider, koerier in het verzet, als moeder, weduwe, verpleegster of geliefde. Maar ook in het verraad. Toch: „Hoe vaak kom je nou op gedenkplaten de namen van vrouwen tegen?”
Aan de Oude Holleweg in Beek, bij Nijmegen, zit gedurende de Tweede
Wereldoorlog Rose Jakobs ondergedoken. Het joodse meisje is in 1938 met haar
familie Duitsland ontvlucht en in Gelderland terecht gekomen. Net als Anne
Frank houdt zij een dagboek bij. En net zoals haar wereldberoemde lotgenote
zal Rose de oorlog niet overleven: tijdens de bevrijding wordt ze getroffen
door een Amerikaanse bomscherf.
Haar zus overleeft het wel en geeft Rose's dagboek na de oorlog uit: De Roos
die nooit bloeide. En al krijgt dat nooit de status van Het Achterhuis,
Rose's verslag van haar opgesloten leven waar elke vorm van geluid haar
doodvonnis kan betekenen, geldt als een zeer bijzonder oorlogsdocument.
" Rose Jakobs kan zonder meer als de Anne Frank van Gelderland worden
beschouwd ", zegt de historica Wietske van der Spek die als
medewerkster en als gids in dienst is van het Nationaal Bevrijdingsmuseum in
Groesbeek. In 2006 wijdde dit museum een expositie aan Rose Jakobs. Daar was
onder meer een zelfgemaakt kartonnen slofje te zien, de helft van het paar
dat Rose op haar onderduikadres verplicht aan moest, om er zeker van te zijn
dat ze geen geluid zou maken. "Het andere slofje is door Rose's zus
meegenomen naar Israël waar zij na de oorlog ging wonen. Naar verluidt is
dat slofje in het bezit gekomen van de vorige Israëlische president die het
bij gelegenheid toonde aan officiële gasten om ze een indruk te geven van
het leven van onderduikers", aldus Wietske van der Spek. En daarmee is
het leven van Rose Jakobs ontrukt aan de nevelen van de geschiedenis.
Wietske van der Spek is van mening dat de rol die vrouwen in de oorlog
speelden sterk onderbelicht is gebleven. " Oorlog is een mannenzaak. En
doordat vrouwen niet daadwerkelijk in oorlogssituaties betrokken raken, zijn
er ook minder van hen gesneuveld. Op de Canadese begraafplaats in Groesbeek,
waar 2.617 soldaten begraven liggen, tref je bijvoorbeeld geen enkele vrouw
aan. Al herdenken we hen wel in ons museum. Let maar eens op: hoe vaak kom
je op gedenkplaten de namen van vrouwen tegen?"
Vrouwenemancipatie beperkt zich voor de Tweede Wereldoorlog tot een
intellectuele bovenlaag. Na een schuchter begin tijdens en na de Eerste
Wereldoorlog – het algemeen vrouwenkiesrecht wordt in 1922 ingevoerd – komt
de ommekeer als de mannen terugkeren van het front en de baantjes en de
macht weer opeisen. Vrouwen worden ook niet gestimuleerd om mee te doen aan
het oorlogsgeweld. Van der Spek: " Volgens de ideologie van Hitler en
Mussolini lag de taak van vrouwen thuis, bij de kinderen. Niet voor niets
bedacht Hitler het Mutterkreuz: een onderscheiding voor het krijgen van
zoveel mogelijk kinderen."
Terwijl de mannen elkaar bevechten
aan het front, is de spannendste rol die er voor vrouwen is weggelegd het
thuisfront, de verpleging, het verzet en, schoorvoetend, het leger. In 1943
wordt er bijvoorbeeld vanuit Londen een vrijwillig vrouwenkorps opgericht
dat later verder gaat onder de naam Marva's. Maar ook de Marva's tref je
niet in het heetst van de strijd. Er is één grote uitzondering: de
Sovjet-Unie. Daar is het de normaalste zaak van de wereld om vrouwen direct
bij gevechtshandelingen te betrekken. Er zijn voorbeelden van vrouwen die
tanks besturen.
Van der Spek: "Op den duur ontkwamen ook de
Westerse geallieerde landen er niet aan om vrouwen in te zetten voor de
oorlog. Hoe zeer Hitler-Duitsland de vrouw ook naar het aanrecht verwees,
nood breekt wet als er op een gegeven moment te weinig mannen voorhanden
zijn. Ene Beate Uhse schopte het in die tijd tot gevechtspiloot. Overigens
maakte zij na de oorlog naam met een keten van seksshops."
Ook
de oorlogsindustrie redt het niet zonder duizenden vrouwenhanden. In
Engeland, waar dit al heel gewoon is ten tijde van de Eerste Wereldoorlog,
wordt het zelfs een verplichting. Vrouwen moeten kiezen: werken op het
platteland of 'kogels maken' in de fabriek. Voor de bevrijdingsoperatie
Market Garden, in september 1944, worden in Engeland speciaal opgeleide
parachutepackers ingezet. Het opvouwen van parachutes is buitengewoon
nauwkeurig werk dat al bij de simpelste onzorgvuldigheid het leven van een
paratrooper kan kosten: de parachute klapt niet open. Eenmaal terechtgekomen
op Nederlandse bodem krijgen de parachutes talloze tweede levens. In
Nijmegen zijn naaisters actief die de stof verwerken tot zo'n beetje alle
kledingstukken waaraan gebrek is, tot trouwjurken aan toe.
Door
middel van reclameaffiches laat ook Amerika vrouwen warm lopen voor de
oorlogsindustrie. Onder het motto It was Jane who made the plane staat een
stoere, gespierde tante in overall afgebeeld. Over haar collega Rosie the Riveter (die de klinknagels inslaat) doet het volgende liedje de ronde:
Rosie - (Brrr-rrr) the riveter
Rosie's got a boyfriend Charlie
Charlie, he is a marine
Rosie is protecting Charlie
Working overtime
on a riveting machine
De boodschap is duidelijk: Rosie
maakt overuren in de zware industrie waar vriend Charlie bij de marine van
profiteert. Duitsland vult zijn tekort aan arbeiderskrachten op met
Ostarbeiterinnen, een soort dwangarbeiders, veelal Russinnen. Ze verblijven
in kampen en zeker vierduizend van hen gaan een relatie aan met Nederlandse
mannen die ook in Duitsland te werk zijn gesteld via de Arbeitseinsatz. Na
de oorlog nemen zij hun Russische bruiden mee naar Nederland en daar leven
veel van deze 'gemengde' paren nog steeds.
Ook op andere manieren
slaat de liefde toe en kiest daarbij niet steeds de makkelijkste weg. Naar
schatting 30.000 Nederlandse vrouwen krijgen een kind van een Duitse soldaat
(populair wel eens 'horizontale collaboratie' genoemd). De bevrijding wordt
gevolgd door een uitbarsting van opgekropte haat en jaloezie waarbij
zogeheten 'Moffenmeiden' in het openbaar worden kaalgeschoren. In weerwil
van wat vaak wordt gedacht, is het aantal Nederlandse vrouwen dat aan een
bevrijder 'blijft hangen', zoals een Canadees, Amerikaan, Brit of Pool, vele
malen kleiner dan het aantal Nederlands/Duitse koppels. 'Slechts'
achtduizend babies worden geboren uit relaties met geallieerde soldaten.
Veel Nederlandse jongemannen zien de populariteit van de bevrijder met lede
ogen aan. Tegen de stoere, gebruinde buitenlandse soldaten die chocola,
nylons en sigaretten uitdelen, kunnen zij niet op. Het leidt tot het
gefrustreerde pamflet Tommy Tjocklat.
Ook overzee gebeurt van
alles. Circa vijfduizend Nederlandse en Indisch-Nederlandse vrouwen raken
zwanger van een Japanner, soms gewenst. Overigens is in het Nationaal
Bevrijdingsmuseum nu de expositie Liefde in oorlogstijd te zien.
Veel vrouwen zijn betrokken bij het verzet als koerierster. Ze doen hun werk
per fiets of met de kinderwagen. Hun rol is zwaar onderschat, aldus Van der
Spek die voor het Bevrijdingsmuseum een expositie met dit thema voorbereidt.
Als de wederopbouw op gang komt, zijn het weer vrouwenhanden die een groot
deel van het werk verzetten. "Negentig procent van het puin in Kleef is
door vrouwen opgeruimd", aldus Van der Spek.
Rond die tijd
komt Mies Boissevain-van Lennep, overlevende van het vrouwenkamp
Ravensbrück, op het idee van de Nationale Bevrijdingsrok. Onder het motto
'één dracht maakt eendracht' ontwerpt zij van restjes stof een patchwork
feestrok. Er zijn zeker vierduizend van die rokken gemaakt, gedragen door
vrouwen als Annie, Nel, Truus en Mies die een gezamenlijk ideaal koesteren:
voorgoed te breken met de oude, vooroorlogse, verhoudingen. De rokken worden
gedragen tot in de jaren negentig van de vorige eeuw. Daarna verdwijnen ze
definitief naar een hoekje achterin de linnenkast.
Wie nog
voorwerpen heeft die te maken hebben met het thema 'vrouwen en de Tweede
Wereldoorlog' kan die naar het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek
brengen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties











