'Echt bevrijd zijn wij nooit'

Auteur: door Willemien Weerman |   vrijdag 04 september 2009 | 12:03 | Laatst bijgewerkt op: maandag 25 januari 2010 | 11:22

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Een bijeenkomst van de meisjesafdeling van de Jeugdstorm foto Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie Rechts: NSB-kinderen en hun leidsters in het Nijmeegse tehuis Westerhelling tijdens de oorlogsjaren. foto Regionaal Archief Nijmegen

Een bijeenkomst van de meisjesafdeling van de Jeugdstorm foto Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie Rechts: NSB-kinderen en hun leidsters in het Nijmeegse tehuis Westerhelling tijdens de oorlogsjaren. foto Regionaal Archief Nijmegen

Ze heeft er nooit over kunnen praten. Ook niet met haar man. Die geneerde zich. Iris, dochter van een NSB’er, vluchtte net voor Dolle Dinsdag (5 september 1944) naar Duitsland en kwam terecht in een ziekenhuis ten oosten van Rostock, waar ze onder steeds moeilijker omstandigheden werkte. Voor één keer wil ze nu op 83-jarige leeftijd haar verhaal toelichten, onder een gefingeerde naam.

Als heel Nederland in de roes van de bevrijding leeft, verblijft Iris doodziek in een Frans hospitaal in het Duitse Lüneburg. "Het was er overvol. Allemaal oorlogsslachtoffers. De meesten uit concentratiekampen" , herinnert ze zich. Per auto wordt ze samen met enkele dwangarbeiders, een Jehovagetuige en een communistische Amsterdamse taxichauffeur naar Nederland vervoerd.

"Toen we de grens passeerden, zette iemand het Wilhelmus in. We zongen uit volle borst mee."

Iris is dan 19 jaar. Ze brengen haar, het is half juli 1945, naar de ziekenzaal in het Missiehuis in het Limburgse Steijl waar elke nieuweling aan verhoor wordt onderworpen. Een maand later acht men haar, ondanks dat ze nog broodmager is, voldoende aangesterkt om naar de tuchtschool aan de Berg en Dalseweg in Nijmegen te gaan. "Je sliep er met z'n tweeën in een klein kamertje dat voorzien was van gaas. Moest je plassen dan ging de kooi even open." Overdag werkt ze gedwongen op het land. Ze moet aardappels rapen, wat haar veel moeite kost omdat ze niet goed kan bukken. Dat haar botten zijn aangetast door een vorm van bot-tbc en dat ze die ziekte al langer onder de leden heeft, blijkt pas later, als ze voor jaren plat in een gipsbed moet liggen. Na een bottransplantatie kan ze weer lopen. Kinderen kan ze als gevolg van de ziekte nooit krijgen.

De nu ruim 83-jarige Iris, een frisse jonge oogopslag, helder van geest, zegt: "Ik heb nooit kunnen huilen om de vernederingen in de tuchtschool en hoe we later in ons dorp met de nek werden aangekeken. Ik ben ook niet verbitterd: ik heb niets verkeerds gedaan. Maar het wringt nog wel es. Tijdens de meidagen, die mijd ik nog steeds. Wij zijn nooit bevrijd."

Ze komt uit een betrekkelijk welvarend hervormd middenstandsgezin. Ze toont een foto van zichzelf en haar zus op een tuinbank, met vier prachtige poppen tussen hen in. Haar vader beschrijft ze als zeer gedisciplineerd, streng, rechtvaardig en koningsgezind. "Hij was een fel tegenstander van sociale misstanden en zeer idealistisch. Wanneer hij zich precies bij de NSB aansloot, weet ik niet meer. In ieder geval was hij bij de geboorte van Beatrix in 1938 nog voorzitter van de Oranjevereniging. Toen hij lid van de NSB werd, kwamen wij als kinderen automatisch bij de Jeugdstorm terecht. Zo ging dat gewoon." Iris, die nog veertien moet worden als de oorlog uitbreekt, maakt haar opleiding kinderverzorging en -opvoeding af en krijgt in 1942 een baan in Westerhelling, een kinderhuis van de NSB in Nijmegen. "Kinderen uit de grote steden kwamen er wat aansterken. Wij deden spelletjes met ze, ontluisden ze en wandelden uren met ze in de buitenlucht." Ze leeft er tamelijk geïsoleerd en mag eens in de zes weken naar huis.

In de nazomer van 1944 wordt het onrustig en vlak voor Dolle Dinsdag verlaat Iris met een klein groepje Westerhelling. "Ze zeiden dat het niet meer veilig was en we moesten vluchten naar Duitsland waar we ons bij het Rode Kruis konden melden. Het was een chaos en het drong eigenlijk niet echt tot me door wat er allemaal gaande was."

Iris staat op en schenkt thee in. Ze zet een schaal met chocolaatjes neer en pakt een ouderwetse multomap. Op de eerste bladzijde staat in een keurig handschrift 'Rode Kruishelpster. Oorlogsjaar 1944-1945'.

"Dit is mijn verhaal" , zegt ze. "Twintig jaar na de oorlog heb ik het opgeschreven omdat het ook toen nog steeds onbespreekbaar was." Hier en daar zijn foto's tussen de tekst geplakt. Een netjes gestreken, wit katoenen verpleegsterskapje ligt als een weggestopt aandenken tussen de bladzijden.

Iris wijst op een vrouw in verpleegstersuniform. "Dat ben ik. In de universiteitskliniek van Greifswald ten oosten van Rostock. De meeste patiënten waren vluchtelingen uit Oost-Pruisen. Er waren ook veel kinderen, baby's soms nog. Slachtoffers van de grote vluchtelingentrek naar het Westen. Van sommigen wisten we niet eens de naam. Zo kregen we weer eens een klein meisje binnen met bevroren teentjes. Ze werd verbonden en bleef bij ons op zaal. Later kwamen de teentjes met verband in de verbandemmer terecht en was ze voor haar leven verminkt."

Voedsel en ziekenhuismateriaal worden steeds schaarser en de toestand chaotischer. Iris, die Küken wordt genoemd omdat ze de jongste is, slaapt net als haar collega's in uniform om direct als het luchtalarm afgaat zoveel mogelijk patiënten naar de schuilkelder te brengen. "Je dacht of voelde niet, maar deed gewoon." Als de Russen voor de deur staan en Greifswald een vesting wordt, vlucht het meeste ziekenhuispersoneel. Iris zegt nog de ontzetting te kunnen voelen van de dag waarop ze een kliniek met slechts patiënten aantreft. Een oudere zuster stuurt haar weg en zegt dat ze haar vaderland moet zien te bereiken. Met een klein groepje volgt een barre en gevaarlijke tocht, te voet, met een colonne militaire vrachtwagens en een Rode Kruistrein die meerdere keren door een Tiefflieger zoals Iris het noemt, wordt aangevallen.

Uitgeput meldt het groepje zich uiteindelijk bij het Amerikaanse Rode Kruis in Flensburg ten noorden van Kiel. Iris wordt direct aan het werk gezet in de barakken buiten de stad, waar de mensen met de meest besmettelijke ziekten zoals difterie, tyfus en roodvonk verblijven. 'Het eerste transport uit Bergen-Belsen zal ik nooit vergeten. Wat hadden die mensen moeten doormaken. Ze waren werkelijk meer dood dan levend', noteert ze twintig jaar later in haar map. Iris wordt zelf doodziek en na enkele weken naar Lüneburg vervoerd om daarvandaan naar Nederland terug te gaan.

Ze sluit de multomap. Er valt een stilte. Ze schuift 'm naar me toe: "Neem het maar mee. Voor mij is het hoofdstuk nu gesloten. Wat moet ik er nog over zeggen. Het is zo gelopen en misschien moest het wel zo lopen. Ik heb niet het gevoel voor niets te hebben geleefd." www.gelderlander.nl /specials/vrouweninoorlogstijd

Enkele fragmenten van het geschrift van Iris, Rode Kruishelpster Oorlogsjaar 1944-1945, staan op deze website.



Cogis, kennisinstituut voor de psychische en sociale gevolgen van oorlog vervolging en geweld, verzamelt door middel van het Open Archief (www.hetopenarchief.nl) jeugdherinneringen van ‘(klein)kinderen van ‘foute’ ouders’. (Klein)kinderen van ouders die tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van de bezetter kozen, maar ook kinderen van een Duitse militair kunnen hun jeugdherinneringen en de gevolgen hiervan voor hun verdere leven opschrijven. Dit kan anoniem. Op het Open Archief kunnen andermans verhalen gelezen worden en kan men eventueel contact met lotgenoten leggen.


In veel gevallen stond de jeugd van deze kinderen in het teken van uitsluiting, vernedering, eenzaamheid en armoede. Een uitgebreid historisch achtergrondverhaal helpt schrijvers hun herinneringen te ordenen en bezoekers de verhalen in een context te plaatsen. Naast historische informatie zijn er op het Open Archief ook schrijftips te vinden en informatie over het doen van onderzoek naar de eigen familiegeschiedenis.


Doelstelling van het Open Archief is om zoveel mogelijk verhalen te verzamelen om zodoende meer aandacht te genereren voor deze groep in maatschappelijk en historisch opzicht, lacunes in de Nederlandse geschiedschrijving op te vullen en bij te dragen aan een meer genuanceerde beeldvorming.


Er is tot nu toe weinig aandacht geweest voor dit deel van de geschiedenis en daarom willen wij vastleggen wat nog vast te leggen is. Bovendien zal meer kennis over de thematiek bijdragen aan een beter inlevingsvermogen.


Voor mensen die hun verhaal willen opschrijven maar daar tegenop zien, organiseert Cogis in de maand oktober een schrijfcursus in drie delen. Deelnemers wordt geleerd hun herinneringen te ordenen, onder woorden te brengen en om te gaan met emoties.


Kort geleden is Cogis, in het kader van het programma Erfgoed van de Oorlog van het ministerie van VWS, een interviewproject gestart. Hiervoor is Cogis op zoek naar ‘kinderen van ‘foute’ ouders’ die na de bezetting te maken hebben gekregen met zogenoemde heropvoeding of ‘maatschappelijke heroriëntatie’ in speciale tehuizen voor Jeugdige Politieke Delinquenten of in pleeggezinnen. Ook mensen die beroepshalve te maken hadden met deze jongeren willen wij graag spreken.


Voor meer informatie over het Open Archief, het interviewproject of de schrijfcursus kunt u contact opnemen met mw. Ceciel Huitema MA, Churchilllaan 11, vierde verdieping, 3527 GV Utrecht, telefoon: 030-296 80 00 en email: c.huitema@cogis.nl .

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Ik heb onlangs vernomen dat ook mijn vader bij de NSB was; mijn tante vertelde me dat. Ik ben ervan geschrokken, en heb me een tijdlang geschaamd, durfde er niet over te praten. Ook mijn broers en zussen zijn pas nu op de hoogte van dit feit. Op de een of andere manier proberen we dit te verwerken, vandaar dat ik op zoek ben naar lotgenoten. Ikzelf (en de meeste van mijn broers en zussen) was nog niet eens geboren!
Het leven van toen was anders, mensen waren in een ware crisis en deden wat ze dachten dat nodig was. En dat soort dingen zijn niet altijd mooi of goed.
Ik vind het jammer dat mensen die zelf niets met de oorlogsstrijd te maken hadden zich toch schuldig voelen. Het moest niet mogen! Lieve mevrouw of meneer die dit leest, leef je leven van nu zonder het gevoel van schaamte dat uw ouder had moeten hebben (en misschien achteraf ook wel heeft gehad). Spreek vrijuit over dat wat u nóg als probleem ziet - u zult merken dat de meeste mensen zullen zeggen "Kom, het is al zo lang geleden, we hebben zelfs de Duitsers vergeven, vergeef je ouder ook!"
mary - 25-01-2010 | 11:22
Beste mevrouw, u als slachtoffertje toendertijd, hoeft zich nergens voor te schamen. Door omstandigheden buiten U om werd U gedwongen iets te doen!
Alleen Uw vader was verantwoordelijk, kinderen op die leeftijd echt niet. Geniet, en kijk niet om.
andere cees - 20-12-2009 | 09:09
Beste Mevr,over dit deel van uw leven kan ik allen maar zeggen dat u nooit is gevraagd of u er wel mee eens zou zijn geweest dus waarom schamen als er een persoon iets zou durven zeggen bent U het dus rug recht en laat een ieder maar naar zich zelf kijken voordat men een oordeel mag/kan uitspreken over een ander ik wens U nog veel mooie gezonde jaren toe in openheid en vreugde !!!!!!
cees - 01-12-2009 | 11:38
Inderdaad zijn deze mensen ook slachtoffer van de oorlog. Heel erg sneu voor deze mevrouw. Ik hoop dat de mensen blijven nadenken en dat dit soort toestanden niet meer voor gaan komen.
gea - 05-11-2009 | 14:14

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels



Websites met informatie over de Tweede Wereldoorlog, de operatie Market Garden en vrouwen in oorlogstijd:

Regionaal Archief Nijmegen
WO II Online
Beeldbank WO2
NIOD
Market Garden.com
Bevrijdingsmuseum Groesbeek
Oorlogsmuseum Overloon
Oorlogsdoden Nijmegen
Airbornemuseum
Kamp Westerbork
Literatuurlijst De Feeks
Museum Bronbeek
Omroep Gelderland
Verzetsmuseum Amsterdam
Vrouwen archief
Onderduikmuseum Aalten




De foto's op deze website zijn afkomstig uit het Regionaal Archief Nijmegen, het Gelders archief, het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en diverse gemeentelijke archieven.