Emmy en Geerts gebakken piepers-relatie

Auteur: door Jacqueline van Ginneken |   zaterdag 24 oktober 2009 | 10:12 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 oktober 2009 | 12:01

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Mevrouw Emmy Derksen-Baldszun met haar trouwfoto. foto Mariska Hofman

Mevrouw Emmy Derksen-Baldszun met haar trouwfoto. foto Mariska Hofman

Geert Derksen, een Hollandse jongen uit Lobith, is met een dertigtal andere jongens naar een kamp in het Noord-Duitse Flintbeck overgebracht. Om te werken op de werf in het nabijgelegen Kiel. Het is 1944, de oorlog is nog in volle gang. Emmy Baldszun en haar ouders hebben Kiel juist verlaten vanwege de vele bombardementen. In Flintbeck vinden Emmy, haar broers en haar vader en moeder een veilig heenkomen. In een oude boerderij, pal naast de barakken van het kamp.


Elk dag lopen de Hollandse jongens over een paadje langs hun huis naar het station, naar de trein die hen naar Kiel brengt. Ze zijn geen gevangenen, de jongens kunnen vrij rondlopen in het dorp. "Omdat mijn vader niet zo jong meer was, en een broer van mij in militaire dienst, vroeg hij die Hollanders om te helpen met kersen, pruimen en appels plukken", vertelt Emmy Derksen-Baldszun.

Later schuiven de Hollandse jongens ook aan tafel van de familie Baldszun. "Moeder kookte voor hen." Geert en Emmy hebben, zoals ze dat noemen, een bratkartoffel-verhältnis, een gebakken piepers-verhouding.

Ook al is het oorlog, van haat tussen Nederlanders en Duitsers is geen sprake. Het was, zegt Emmy, allemaal heel natuurlijk, vanzelfsprekend. "De jongens spraken de taal. Ze hadden geen hekel aan Duitsers. Ze waren er mee opgegroeid, Duitsers waren in Nederland hun buren."

Emmy en haar ouders – 'ruimdenkende mensen' – moeten bovendien niets hebben van het nazi-regime van Hitler.

De jonge Emmy heeft meteen al een oogje op Geert – 'een leuke, lieve man' – maar hij heeft aanvankelijk geen belangstelling, herinnert Emmy zich 65 jaar later in haar flat in Zevenaar waar ze tegenwoordig woont.

Een gelukkige tijd, toen nog. Geert komt om te eten, om fruit van de bomen te plukken. Hij is beschaafd, altijd attent, nooit anti-Duits. De jongelui gaan zwemmen in het meertje vlakbij, naar het dorpskroegje waar Geert piano speelt. Het meisje met het blauwe hoedje, dat is het eerste liedje dat hij speelt.

Ze glimlacht en even is de 86-jarige Emmy weer dat meisje van toen.

Geert krijgt steeds meer belangstelling voor dat jongensachtige, mooie meisje.

Ze zijn jong, ze zijn verliefd. Willen alleen nog bij elkaar zijn. Het verliefde stel laat zich niet weerhouden door regels noch moraal. In liefde en oorlog is alles veroorloofd. Daarom bindt Emmy een draadje aan de teen van Geert en rolt het stevige garen uit tot in haar slaapkamer. Als haar ouders in diepe slaap zijn, geeft Emmy een rukje aan het koord, ten teken dat de kust veilig is en Geert bij haar kan komen. "Als je verliefd bent, doe je alles."

Een liefde met gevolgen. Emmy raakt zwanger. Maar hoe moet ze dat Geert vertellen? Op een dag weet ze het: ze wacht met een breiwerk haar vriend op bij het tuinhek. 'Wat ben jij aan het doen?', wil Geert weten. 'Een babysokje breien', antwoordt ze. 'Waar heb je dat voor nodig?', vraagt hij. 'Voor mezelf, ik ben zwanger'.

Een kind! Daar heeft ook Geert niet op gerekend. Een paar dagen later is hij vertrokken, terug naar Nederland. 'Dat hadden we niet van hem gedacht', reageren haar ouders als Emmy haar zwangerschap voor hen niet langer geheim wil houden.

Maar Geert komt terug. Met een grote bruine koffer met borstrokjes, met luiers, met veiligheidsspelden – alles voor de baby. Emmy vergeet nooit meer hoe Geert die koffer via de opkamer, toen haar slaapkamer, naar binnen werkt. En prompt daarna ziet ze zijn vrolijke, blozende gezicht.

Geert is terug naar Lobith gegaan, vertelt hij haar, naar zijn moeder om om raad te vragen. 'Als het kind van jou is, dan moet je met haar trouwen'.

En dat doen ze, in de zomer van 1944. In het kantoortje van een schoenenwinkel in Flintbeck. Emmy, zes maanden zwanger, in een zwarte jurk met noppen die haar moeder heeft gemaakt, Geert in een colbertjasje. Zilveren ringen hebben ze, waar die vandaan komen, Emmy weet het nog steeds niet. Van haar vader, vermoedt ze.

Het is even zoeken in de kasten van haar flat, maar al snel diept Emmy De Foto op, die van hun trouwdag op 29 augustus 1944. Een knap, jong stel. Blij met elkaar.

Emmy en Geert gaan bij haar ouders inwonen, een ouderwetse boerderij. Het opkamertje is hun domein. Maar vaker nog de schuilkelder. Bombardementen. "Laagvliegers, die schoten op alles wat bewoog. Een akelige, angstige tijd."

Een tijd waarin er amper levensmiddelen zijn. De moeder van Emmy, naaister van haar vak, gaat bij boeren langs en maakt kleding in ruil voor eten. Voor haar zwangere dochter tovert ze een jas uit een oude wollen deken. "Je had niks, er was niks."

In een bunker in Kiel bevalt Emmy op 10 oktober 1944 van haar zoon. Geert-Rudolf noemen ze hem, naar haar man Geert én naar haar broer Rudolf die in de oorlog is gesneuveld.

Vanuit Kiel gaat Emmy met haar pasgeboren kind in een mand, naar Grömitz, een voormalig kuuroord waar jonge moeders heen worden gebracht. Hier, te midden van andere jonge Duitse vrouwen in haar eigen land, is Emmy de paria. Omdat ze getrouwd is met een Hollander. Dat laten ze haar merken. Haar zoon krijgt ze bijvoorbeeld niet op tijd om aan de borst te leggen. Hij vermagert. Zijn ruggetje gaat helemaal kapot. "Fanatieke Duitsers kwam je tegen", zegt Emmy.

Met de Amerikanen vertrekt het jonge gezin na de oorlog naar Nederland. Emmy en Geert komen in Epe terecht, bij de ouders van Geert die het kapot geschoten Lobith hebben verlaten.

Lieve schoonouders, lieve schoonzussen, lieve zwagers. "Zij hebben geen hekel aan Duitsers. Zij zijn, net als Geert, aan de grens met hen opgegroeid. Duitsers waren hun buren." Dominee Ter Braak, ze zal die naam nooit vergeten, zorgt dat ze een woning krijgen in Epe.

Het is dan 1946, de oorlog is nog vers. Een Duitse echtgenote, dat is niet het ideaalbeeld in het naoorlogse Nederland.

"Mijn man heeft altijd voor me moeten knokken. 'Kun je geen Hollandse vriendin krijgen', zeiden ze tegen hem."

Haar dialect is haar geluk. Als Emmy plat-Duits spreekt, lijkt het erg op het Nederlands. Een pond suiker, een pak melk, ze kan zich redden, ze verstaat de taal. Natuurlijk hoort iedereen meteen dat Emmy 'niet van hier is'. Emmy is een rotmof.

De 21-jarige Emmy heeft heimwee, heimwee naar huis, naar haar ouders. Kijk, wijst ze op de trouwfoto, dat kettinkje dat ze om heeft, heeft ze van haar oudste broer gekregen, van Rudolf die is gesneuveld op Sicilië. Maar met wie kan ze dat leed delen? Tegen wie kan de geboren Duitse vertellen over haar broer die óók is omgekomen in de oorlog?

Gelukkige jaren kent Emmy als ze naar Aerdt verhuizen. Het dorp waar haar kinderen opgroeien, twee jongens en twee meisjes.

Spijt kennen ze niet. Geert zou het altijd weer zo doen, zegt hij vaak tegen haar. En zij ook, jazeker. De moeilijke omstandigheden waarin ze elkaar hebben gevonden, smeedt een onverwoestbare band. Gebakken piepers, met vlees en groente, blijft al die jaren de lievelingskost van haar man.

'Vertel nog eens moeder, vertel nog 'ns over toen, hoe het was', vragen haar kinderen vaak.Maar eigenlijk wil Emmy, een nuchtere vrouw, dat niet. Het is allemaal zo lang geleden. 86 is ze nu. Ze heeft vier kinderen, negen kleinkinderen, negen achterkleinkinderen. Ze zit op volksdansen, ze tekent, ze rijdt nog auto, naar haar oudste zoon in Den Helder. "Ik ben blij dat ik het allemaal beleven mag." Haar lieve man is overleden, hij is 62 jaar geworden.

Later zegt Emmy: "Mensen die écht iets hebben meegemaakt in de oorlog, oordelen niet zo snel als mensen die weinig hebben meegemaakt.''

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels



Websites met informatie over de Tweede Wereldoorlog, de operatie Market Garden en vrouwen in oorlogstijd:

Regionaal Archief Nijmegen
WO II Online
Beeldbank WO2
NIOD
Market Garden.com
Bevrijdingsmuseum Groesbeek
Oorlogsmuseum Overloon
Oorlogsdoden Nijmegen
Airbornemuseum
Kamp Westerbork
Literatuurlijst De Feeks
Museum Bronbeek
Omroep Gelderland
Verzetsmuseum Amsterdam
Vrouwen archief
Onderduikmuseum Aalten




De foto's op deze website zijn afkomstig uit het Regionaal Archief Nijmegen, het Gelders archief, het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en diverse gemeentelijke archieven.