Truus Menger (links) en Hannie Schaft (rechts) nadat ze net terugkomen van een actie. Truus draagt een tas waarin een automatisch pistool zit. Ze is als man verkleed zodat ze zich bij onraad als een stelletje kunnen voordoen. foto Harold van Welsenes/Collectie Verzetsmuseum Amsterdam
Truus Menger Eigen foto
Ze heeft in de Tweede Wereldoorlog onderduikers geholpen, treinen opgeblazen en verraders neergeschoten. Ze zat in dezelfde verzetsgroep als de vermaarde Hannie Schaft. Aan het eind van de oorlog was Truus Oversteegen nog maar 21 jaar. "Het waren verschrikkelijke jaren. Ik herinner me vooral de angst en de kou. Het enige mooie was de kameraadschap binnen de verzetsgroep."
Zie ook:
Voor een 86-jarige is Truus Menger, geboren Oversteegen, opvallend vitaal.
Een kleine vrouw, heldere ogen achter brillenglazen, welbespraakt met
uitgesproken meningen. Ze woont in het Noord-Hollandse Bovenkarspel en is
beeldend kunstenaar. "Ik heb lieve kinderen en kleinkinderen, ik heb
mijn beroep. Ja, ik ben nog steeds optimistisch."
Een verrader
neerschieten vanaf je fiets
Deze dame fietste als 18-jarige rond met een pistool in haar zak. Ze schoot
verraders neer en blies treinen op. In 1982 heeft ze haar oorlogservaringen
verwerkt in het boek Toen niet, nu niet, nooit. Centraal in het boek staat
hoe ze die jaren beleefde. Wat er door haar heenging vlak voor een aanslag.
De angsten die ze doorstond en het verdriet om gevallen kameraden. Maar ook
de vriendschap en solidariteit binnen de verzetsgroep. "Lang niet alle
aanslagen staan erin, hoor", benadrukt ze.
Truus Oversteegen
wordt in 1923 geboren in Haarlem. Ze is de oudste en heeft een twee jaar
jongere zus, Freddie, en een klein broertje. Haar ouders scheiden als ze nog
jong is en de moeder van Truus, een strijdbare vrouw, zorgt in haar eentje
voor de kinderen. Het is een links gezin. Al in de jaren dertig huisvesten
ze wel eens vluchtelingen. Joden, communisten en socialisten die uit
Duitsland illegaal naar Nederland zijn gekomen.
Als de oorlog
uitbreekt, raakt de familie via de communistische beweging betrokken bij het
verzet. "Mijn moeder zat in het burgerlijk verzet. Ze hielp
onderduikers, verspreidde kranten." Truus en Freddie helpen mee. In
1941 worden ze gevraagd voor een groep die zich wil toeleggen op gewapend
verzet. Naar het voorbeeld van de Russische partizanen. De zusjes
Oversteegen staan bekend als pittige meiden die voor de duvel niet bang
zijn. Bovendien, zo is de redenering, vallen jonge meisjes niet zo op.
"Onze moeder wist dat we ons aansloten bij een verzetsgroep. Dat het om
gewapend verzet ging, vertelden we haar niet. Ze had wel haar vermoedens. Ze
zei tegen ons: 'Je mag tegen de nazi's strijden. Maar jullie moeten wel
mensenkinderen blijven, geen dingen doen die tegen je geweten ingaan.'"
De zusjes worden eerst getest of ze wel koelbloedig genoeg zijn. Hun
verzetsleider bedreigt hen ineens met een pistool en vraagt hen namen te
noemen. "Nou, dat heeft hij geweten", zegt Truus en ze heeft er nu
nog plezier om. "We vlogen hem aan en hebben hem flink toegetakeld."
Het lukt de verzetsgroep om wapens te verzamelen en Truus en Freddie leren
omgaan met pistolen, granaten en brandbommen. De eerste aanslagen volgen.
Ook op mensen: Duitsers en verraders. "Het is nu niet meer voor te
stellen hoe het toen was. Door verraad stierven onschuldige mensen",
verklaart ze haar daden.
Andere klussen die Truus en haar zus te
doen krijgen zijn wapens vervoeren en joodse kinderen naar hun
onderduikadres brengen. "Die kinderen, dat vond ik het moeilijkst. Het
was fijn als ze op een goede plek terecht kwamen. Maar het is ook wel eens
verkeerd afgelopen." Als ze in 1944 een jongetje naar Den Haag brengt,
komen ze in een bombardement terecht. Het kind raakt dodelijk gewond.
Hannie Schaft maakt vanaf 1943 deel uit van de Haarlemse verzetsgroep. Ook zij
moet een proef afleggen. Al snel worden de zusjes Oversteegen en Hannie
Schaft goede vriendinnen, ondanks het verschil in milieu. Truus en Freddie
zijn van eenvoudige komaf, Hannie is rechtenstudente. Ze leert de zusjes
Engels en Duits op momenten dat ze vrij zijn.
Truus en Freddie
verblijven aan het eind van de oorlog op onderduikadressen in Noord-Holland.
Hun moeder en jongere broertje zitten bij bekenden in het oosten van
Nederland omdat het daar veiliger is.
Hannie en Truus voeren in die
periode meerdere aanslagen samen uit. Onder andere op Ko Langendijk, een
kapper uit IJmuiden die als informant voor de Duitsers werkt. De Duitsers
zijn snel ter plekke. De meisjes weten te ontsnappen door zich in een café
voor te doen als dronken sloeries.
De laatste oorlogsmaanden zijn
chaotisch. Hannie Schaft is inmiddels bekend bij de Duitsers en verft haar
opvallend rode haar zwart. Ze wordt in maart 1945 aangehouden met illegale
kranten en een vuurwapen in haar fietstassen. Aanvankelijk wordt ze niet
herkend maar als het rode haar door de verf begint te schemeren, weten de
Duitsers dat ze het 'meisje met het rode haar' hebben. Ze wordt gefusilleerd
in de duinen bij Bloemendaal op 17 april. "Pas veel later hoorde ik dat
dat de verjaardag van Adolf Hitler was", zegt Truus Menger. "Het
is niet toevallig dat ze haar juist op die dag hebben neergeschoten. Dat
gold als een soort eerbetoon aan Hitler."
Achteraf gezien
waren het verschrikkelijke jaren, vindt Truus Menger. "Onvoorstelbaar
wat we hebben meegemaakt. Vaak zijn we door het oog van de naald gekropen.
Veel verzetsmensen hebben later in hun leven nog nazorg nodig gehad. Wat mij
heeft geholpen is dat ik mijn gevoelens kwijt kon in mijn beelden en
schilderijen. En ik kon het opschrijven."
Truus trouwt na de
oorlog met Piet Menger. Ze leert hem kennen in het verzet. "We hebben
elkaar nog tijdens de oorlog de liefde bekend; het was tijdens het wachten
bij een aanslag waarbij we allebei betrokken waren. Maar we besloten pas na
de oorlog aan verkering te beginnen." Ze krijgen vier kinderen. Hun
oudste dochter is naar Hannie Schaft vernoemd.
Als de kinderen
groter zijn, gaat Truus naar de kunstacademie. Op verschillende plaatsen in
Nederland staan haar beelden en monumenten. Veelvoorkomende thema's: verzet,
onverzettelijkheid en solidariteit. "Zo ben ik nu nog. Als ik
onrechtvaardigheid zie, ga ik er tegenin."
Het boek Toen niet,
nu niet, nooit van Truus Menger is alleen nog via het antiquariaat
verkrijgbaar of te bestellen via de website
www.hannieschaft.nl .
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties











