Stephanie Luinge: Bombardement Nijmegen

  vrijdag 17 april 2009 | 12:23 | Laatst bijgewerkt op: maandag 20 april 2009 | 11:05

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

Bijgaand verhaal heb ik vorig jaar geschreven om met name mijn oma en moeder te eren. Het beschrijft onder andere het bombardement in Nijmegen waarbij mijn oma, zelf zwanger, twee kinderen verloor en wat de invloed hiervan op mijn moeders leven was. Het is een familieverhaal.


Op 1 november 1944 sloeg rond 18.00 een granaat in op de Marialaan 26 te Nijmegen. In de kelder schuilden op dat moment 7 mensen. Er vielen drie doden, waarvan een tijdens het vervoer naar het ziekenhuis overleed.


Zomaar een stukje uit de website oorlogsdoden.nl die op initiatief van het 4 en 5 mei Comité Nijmegen online is gegaan.


Zomaar een fragment uit een van de vele honderden drama’s die deze site rijk, of kan ik beter zeggen arm is.


Zomaar een jongentje van zes, zomaar een meisje van dertien. Jantje overleed meteen, Willy stierf in de ambulance en mijn oma, op dat moment zes maanden zwanger van mijn moeder, werd in diezelfde ambulance aan haar verwondingen verpleegd. Zij overleefde het drama, evenals mijn opa, mijn andere oom en tante. Hun gezin uit elkaar geslagen, de nutteloze waanzin van oorlog. Mijn oom en tante begroeven hun broertje en zusje. De graven waren alleen voorzien van houten kruisen. Het was oorlog, er was geen geld, je was blij dat je te eten had. Drie maanden later zou mijn moeder geboren worden.


Mijn oma had het zwaar, emotioneel voor de rest van haar leven beschadigd. Het verlies dapper dragend. Het leven ging immers door en mijn oom, tante en moeder groeiden op. Mijn opa en oma verhuisden met hun drie kinderen naar Arnhem. Nijmegen voorgoed achter zich latend. Mijn oma haalde haar geluk uit haar kleindochters (ik en mijn zusje) toen ook mijn oom en tante met hun kinderen na de oorlog naar de USA emigreerden. Mijn opa gebruikte de rest van zijn leven voor mijn oma te zorgen en het gezin draaiende te houden, wat niet altijd makkelijk was. Ik herinner me veel van mijn opa en oma, ik herinner me elk detail van hun flat op de IJssellaan, ik herinner me de vrolijke momenten, dat mijn oma’s lievelingskleur grasgroen was en dat er niemand zo goed kon schilderen als mijn opa. Ik speelde prinses en koningin met mijn zusje. Mijn oma zag dit schouwspel zacht lachend aan, dit waren haar momenten. Maar ik herinner me ook de foto's van mijn oom en tante aan de muur, gek want die oom en tante had ik nooit gekend. Hoe mijn oma daar kaarsjes brandde en huilde. Ik snapte maar weinig van moederverdriet die dagen, ik was klein. Maar toewijding is iets wat ik in mijn prille jaren geleerd. Daar op de flat, als mijn moeder doodmoe van haar werk, haar eigen huishouden en kinderen, op zaterdag gewapend met haar huishoudhandschoenen (een dame is boven alles een dame) de flat van haar ouders ging schoonmaken, elke zaterdag.


Haar moeder was een gebroken vrouw, hoe leef je door met zo’n wond? Mijn moeder was voor mijn oma al haar kinderen in een. De kinderen verloren tijdens de oorlog, de kinderen verloren tijdens de emigratie. Zonder te klagen heeft mijn moeder haar leven in dienst gesteld van mijn opa en oma. Gebroken was zij toen mijn oma, op vakantie bij haar kinderen in de USA, daar overleed. Wij haalden de kist met mijn oma op. Mijn opa trok bij ons in, niet meer in staat na het zoveelste drama nog zelfstandig te wonen. Mijn moeder had veel te veel plichtbesef om haar vader naar een bejaardenhuis te brengen. Wij vonden het supergezellig opa in huis. Nu, zelf volwassen, besef ik pas welke druk dit op ons gezinsleven moet zijn geweest. Inmiddels is ook mijn opa al enige tijd overleden. Op de gezamenlijke grafsteen van mijn opa en oma zijn ze in naam verenigd met hun zoon en dochter. Hopelijk geldt dit ook voor mijn opa en oma en hun kinderen, ergens daarboven.


Wij blijven achter met het gemis en zomaar weer een oorlogsverhaaltje, hoeveel oorlogsverhaaltjes kun je schrijven? Het moeten er inmiddels miljarden zijn, want zolang de mens leeft zolang is er oorlog. Zolang wij doorgaan met onderschatting van regimes, godsdiensten en individuele gekken die menen dat zij kunnen voorschrijven hoe andere mensen moeten leven, mensen die menen dat elke vorm van vrijheid bestreden dient te worden en in plaats daarvan zelf de wetten schrijven. Mensen die geld en macht zomaar van meer waarde vinden dan een mensenleven.


En ik word zomaar heel bang en er schiet me een regel van een nummer van Sting te binnen: ‘How can I save my little boy’ en aangezien dat nummer (Russians) in de jaren tachtig uitkwam en nog steeds actueel is, heb ik dit keer een gegronde angst. Ik denk aan al die moeders die hun zonen hebben moeten loslaten zodat ze een oorlog in Afghanistan kunnen gaan voeren, wat een dappere vrouwen, zomaar je zoon laten gaan. Ik zou hem nog liever eeuwig huisarrest geven. Ik ben dus niet dapper, ik ben laf. Ik heb niet de kracht van mijn oma of mijn moeder. Mijn kinderen lees ik voor uit ‘De kinderen van het achtste woud’, ‘Oorlogswinter’ en het dagboek van Anne Frank. Ter ere van mijn familie lopen wij, gewapend met bolderkar, de Airbornemars elk jaar. Helaas zijn er geen veteranen meer in de omgeving van mijn kinderen die nog van de oorlog kunnen vertellen. Mijn opa zelf praatte niet over de oorlog, ik heb hem er vaak naar gevraagd, zonder al te veel resultaat.


Het was een moeilijke man mijn opa, wel een man met een enorme wil en dominantie, waarschijnlijk zijn persoonlijke survivalkit om te overleven en zijn gezin door het drama en alle tranen heen te trekken. Maar mijn opa is er niet meer, hij ging naar bed en sliep in, zomaar. Het zou mij bij mijn opvoeding ook niet kunnen helpen waarschijnlijk. Gister nog stond ik met mijn kids bij het Airbornemuseum in Oosterbeek. Er staat daar een tank die meteen met grote eerbied door mijn zoon bekeken werd. Met als gevolg dat hij het tot laat in de avond uitvoerig over de tank heeft gehad, ‘mooi he mam?’. Nee jongen, ver van mooi maar daar is hij nog te klein voor dus heb ik geknikt, ja schat, prachtig! Als we als mens dus niet in staat zijn tot voorkomen dan zijn we in ieder geval in staat tot herdenken. Op 4 mei mogen hij en zijn zusje niet naar buiten om 20.00 uur. Ze zijn groot genoeg om even een tijdje de mond dicht te houden. Wij zijn het aan alle slachtoffers (de burgers en soldaten) en aan alle moeders verplicht onze vrijheid te vieren.

Stephanie Luinge

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Wat een mooi, maar triest verhaal. Wat hebt u dat mooi geschreven.
En wat een geweldige ode aan al die mensen om met een bolderkaar de Airborne tocht mee te lopen!
Toos Stuart-Jansen - 18-04-2009 | 14:53

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Reacties van bezoekers op artikelen op deze site zijn meer dan welkom.

Echter: reacties die kwetsend, onnodig grof of beledigend zijn worden niet

geplaatst.

Klik voor de uitgebreide versie van de spelregels