Over de dijk en weer terug, de panorama's van Lent

Auteur: Door GEURT FRANZEN |   maandag 30 januari 2006 | 10:22

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Eenmaal op de Waaldijk in Lent is het uitzicht geweldig. De wandeling van vandaag laat ook andere kanten van dorp zien die niet altijd tot de verbeelding spreken.
Het is slalommen op de dijk. Fietsers, skeelers en motorrijders zoeken allemaal op hun eigen tempo het juiste spoor en dat betekent keer op keer afremmen, uitwijken, afbuigen en weer op gang komen. De hoge Waaldijk bij Lent doet veel meer dan water keren, je kunt er ook prima recreëren. Het uitzicht op Nijmegen en de uiterwaarden is magnifiek, in het Wijnfort schenkt men wijn en op het schaduwrijke terras van eet- en drinkhuis Sprok is het goed toeven. Je kunt zelfs een hengeltje uitwerpen in de binnendijkse plas. Let wel: op een zonnige zondag is het hier stinkend druk.



Wie denkt bij wandelen aan Lent? Ik niet. Ik scheur erdoorheen over de A325 die het dorp onbarmhartig doormidden snijdt en vermoed links en rechts Lentenaren die zich verstoppen achter hopelijk goed geïsoleerd vensterglas. Achter de vangrails vermoed ik dorpelingen die vergeefs naar elkaar reiken. Als koningskinderen. In de ommelanden - zo veronderstel ik - wemelt het van graafmachines en speciekuipen want het dorp gaat de stad opvangen. Die springt over de rivier. Ik vermoed hier geen wandelpaadjes en struinweggetjes.



Maar volgens Lentenaar Jan Houterman kun je hier wel degelijk prima wandelen. Hij heeft een route uitgestippeld die hij Verleden, heden en toekomst heeft genoemd en hij laat de tocht beginnen in het hart van het dorp, bij hotel Het Witte Huis. Het duurt even voordat je het dorp uit bent. Nette huizen, een supermarkt, een bakker en een leeg pand waar een plakkaat meldt dat kapsalon Krul hier binnenkort gevestigd wordt. In de schaduw van de grote stad die alles heeft, weten kleine neringdoenden zich blijkbaar toch staande te houden. In de Schoolstraat een relict dat herinnert aan het Rijke Roomsche leven: Huize St. Jozef. Nu een verzorgingshuis, uitgebreid met hedendaagse appartementen. De zendmast op het dak detoneert toch een beetje met het beeld van de heilige en diens zoon aan de gevel. Een pauw schreeuwt om aandacht: verderop ligt een hertenweide met klein beestenspul. Een toompje zwarte kippen haast zich naar de passerende wandelaar toe; bewoners van Sint Jozef strooien hier vast en zeker dagelijks kruimels brood.



Van ver laat zich de verhoogde Waaldijk al aanschouwen. Rijst hoog op in het landschap, zoals dat heet. Maar eerst nog blikken van bewondering werpen op de nieuwbouw aan de rand van het dorp. Een statige rij vrijstaande woningen, een weg ervoor die je gerust singel mag noemen en een heuse gracht daarlangs. Stadse allures, allicht. Over de dijk waakt Nijmegen.



En eenmaal boven ontvouwt zich dat panorama dat velen dagelijks naar de dijk doet reppen. Een zilveren Waal in tegenlicht, een brug die het licht vangt en nooit meer los wil laten, de Stevenstoren en zijn tijdelijke maatje, een donjon van steigers en beschilderd doek. Weiland ook natuurlijk, en een geul waarin en waaraan zich nieuwe natuur ontwikkelt. Aan de overkant wat tentjes van vissers en de schoorsteen van een steenfabriek.



Na uitspanning Sprok met zijn lonkende terras gaat het de bocht om en dan wordt het rustiger; auto's zijn hier verboden. In de uiterwaarden ligt, dwars op die waarover ik loop, een lage, geasfalteerde dijk. Een schamel bordje bij het begin vertelt dat deze langgerekte puist ooit de Russen heeft moeten tegenhouden. Ooit, dat was ten tijde van de Koude Oorlog. Een onuitwisbaar teken in het land, dat ons leert hoe dom we ooit waren.



Kijk hier liever naar links, daar ligt een vriendelijke hoeve op de plek waar vroeger kasteel Doornik stond. Eerlijk smeedijzer in de poort herinnert aan de naam. Mijn papieren gids zegt dat ik hier de dijk af moet, maar een echt pad is niet te vinden. Op goed geluk verder en dan blijkt er toch nog een weggetje te zijn dat voert naar het laantje van Doornik. Het geboomte weerszijden voert een ware concurrentieslag met de manshoge berenklauw in de bermen. Het laantje komt uit op een weg met een dubbele naam. Hij ligt op de grens tussen twee gemeenten. Aan de Lentse kant krijgen ze post die geadresseerd is aan de Vossenpelssestraat en op de enveloppen van de andere kant, die van Bemmel, staat Vossenpels. Uiteraard staat hier ook een huis met de naam Reynaerde. De straat leidt naar wat een van de oudste wegen van ons land heet te zijn: de Woerdsestraat. Dateert uit de tijd der Romeinen. Het verbaast dan ook niet dat ik even later op een blauw bloempje stuit waarvan wel wordt gezegd dat de Romeinen het bij ons introduceerden: wilde cichorei. Van de wortel werd vroeger wel nepkoffie gemaakt. De smalle bloemblaadjes hebben een mooi kartelrandje.



De Woerdsestraat is een Betuwese straat: kassen en fruitbedrijven aan beide zijden van de weg. Via een jonge boomgaard waar Jenagold zich koestert in de vette zon, gaat het naar Ressen. Een tufstenen kerkje uit de elfde eeuw, sinds de zeventiende in gebruik bij de Nederlands Hervormden, houdt hier de wacht. Net zoals een vriendelijk bakstenen schuurtje in de buurt, gedateerd 1870, waar volgens het opschrift de brandweerspuit werd gestald.



De terugweg is een teleurstelling. Het langgerekte pad, evenwijdig met de A325 die zich geducht laat horen, is me net iets te langgerekt en heeft weinig te bieden. Het Zwarte Gat, een door dicht struikgewas omzoomde plas, lijkt nog een lichtpuntje, maar volgens de routebeschrijving is het sterk vervuild dus ik blijf er maar weg. Terug bij Lent zijn het bouwkranen die in het oog springen. Rechts die van de grote ovalen rotonde die wordt gebouwd, links van woonwijk het Visveld, waar de Waalsprong van Nijmegen zich in baksteen vertaalt.



Wandelen in Lent, ja het kan. Maar over de laatste kilometers moeten we het nog eens hebben.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.