Op de grens van Brabant en Limburg, vanaf de Maas bij Cuijk tot de heuvels bij Mook, is het goed toeven voor wandelaars. Van open terrein naar bos en van tien naar zeventig meter hoogteverschil.
De Spes Mea laat lang op zich wachten. De veerpont die me bij Cuijk de Maas over moet zetten, stroomt aan de overzijde vol met fietsers en de veerman staat er alleen voor. Het is een zonnige zondagochtend en de wielrenners in hun veelkleurige uniformen maken de dienst uit. Net als de veerbaas doet ook de uitbater van de ijsjeskraam aan de overkant goede zaken. Deze wandeling voert van het laaggelegen Brabantse Maasstadje naar de toppen van Mook. Van een meter of tien NAP naar zeventig meter hoger. Het is de favoriete wandeling van Helen Scholten uit Cuijk. "Even het leven langzaam zetten", noemt Helen dit wandelen. Ze belooft veel variatie: water, weiland en weidse vergezichten.
Na het Kuukse pontje gaat het over een zandpad door het Maasheggenlandschap naar Middelaar. De Maasheggen zijn hier minder overvloedig dan aan de overkant van de Maas, bij Boxmeer en Vierlingsbeek. Maar altijd nog indrukwekkend genoeg. Het zijn eeuwenoude afscheidingen in de uiterwaarden. De Romeinen, die hier destijds over een heerweg richting Noviomagus trokken, maakten al melding van deze kunstig gevlochten heggen.
De Maas slingert met me mee; je hebt hier een prachtig uitzicht op de drie trotse kerktorens van Cuijk en de korenmolen die vandaag fier zijn rondjes draait. Dan hoor ik gehijg achter me: het is de charmante dame die ik een halve kilometer geleden passeerde. Of dit het pad naar Mook is, vraagt ze, als ze is uitgehijgd. Nee, dit gaat naar Middelaar, Mook is de andere kant op. Dat is spijtig, zegt ze. Vind ik eigenlijk ook wel. Dapper draait ze zich om en zet er flink de sokken in.
Middelaar ligt verscholen in het groen. Eromheen ligt een glinsterend zilveren lint dat al een hele tijd de aandacht trekt. Alsof inpakkunstenaar Christo hier aan het werk is geweest. Dichterbij gekomen blijkt het gewoon de dijk te zijn. Hij wordt over een lengte van vele honderden meters vernieuwd en verhoogd. De verse dijk is helemaal ingepakt met landbouwplastic. De klei zou eens wegwaaien.
Na de stilte van Middelaar een lieflijk zandstenen kerkje houdt even je aandacht gevangen, maar dan is het ook weer heel snel voorbij volgt het vrolijke rumoer van Plasmolen. Een dorp dat het moet hebben van de watersport. De Siep, een zijarm van de Maas, ligt vol jachten en jachtjes. Eén ervan, de Carpe Diem, ligt te koop. Mevrouw de eigenaresse zit op de walkant heel relaxed de dag te plukken. Ziet er niet naar uit dat ze snel van het bootje af wil.
En dan waan ik me ineens in het buitenland. De Duitse Eifel, minstens. Ik ben de oude rijksweg Nijmegen-Venlo overgestoken en bevind me op een langzaam stijgend bospad. Links het schaduwrijke lover van het Mookse bos, rechts het geel van een glooiend korenveld en daarachter de contouren van de Sint Jansberg. Daarboven, in een strakblauwe lucht, draaien twee buizerds hun trage rondjes in de thermiek. Nog verder weg een zweefvliegtuig dat dezelfde lome bewegingen maakt. Het dal waar dit pad langs op loopt, heet Zevendal. Het pad is populair bij fietsers en het is uitkijken geblazen. Maar wat een prachtig uitzicht en wat een contrast met de vlakke Maasweiden van zo-even. Geen wonder dat de wandelaar uit Barneveld die ik hier ontmoet al voor de derde keer de Mookerheidewandeltocht van de NS wandelt.
In de Bisselt, zoals het hier heet, is het naast goed wandelen, ook goed wonen. Her en der tussen het groen houden zich fraaie villa's verstopt. Dan klinkt hoefgetrappel. Alsof de tijd heeft stilgestaan, trekt een pittig paardenkoetsje voorbij. De voerman heeft de handen vol om zijn kekke paardje in toom te houden; achter in het rijtuigje ontwaar ik een bekend gezicht: Tineke Lodders. De voormalige CDA-coryfee kijkt minder relaxed dan je van zo'n ritje door het groen mag verwachten.
Inmiddels ben ik aanbeland op een zeg maar gerust zwak punt in de routebeschrijving. Heb de zinsnede al zeker vier keer gelezen: 'Als u flink gevorderd bent, even vragen welke afslag naar rechts u moet nemen om bij restaurant Het Zwaantje te komen'. Pardon? Dat is wel een zeer risicovolle routeaanduiding. Maar ik heb geluk (en mevrouw Scholten daarmee ook). Op een willekeurig kruispunt weet een willekeurige wandelaar direct waarover ik het heb en op zijn aanwijzing bereik ik inderdaad de bedoelde uitspanning. Ze ligt op de grens tussen Limburg (Mook) en Gelderland (Groesbeek); even een stapje naar rechts maakt van deze wandelroute een echte drie provinciëntocht. Hier staat een waterput waar beide gemeenten al sinds 1913 apetrots op zijn. Want, zo staat het gebeiteld, destijds 'in aangenaam overleg tot stand gebracht'. Het vrolijk gevulde terras van Het Zwaantje en de inderdaad keurig echoënde echoput kunnen overigens niet verbloemen dat de wandelroute hier helemaal stuk gaat. Het pad waarover de route rept, is met geen mogelijkheid te vinden. Gelukkig heb ik een kaart bij me en weet ik een nog alleszins aardige route uit te stippelen die me via het centrum van Mook terugvoert naar het beginpunt: het pontje van Kuuk. Waar het inmiddels nog drukker is geworden en de veerbaas gelukkig hulp heeft gekregen van een paar vakantiekrachten. In Cuijk wacht een schaduwrijk terras. Wat zeg ik, eentje maar? Cuijk bruist!
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.














