Wandelen tussen Bergharen en Hernen is genieten van de kleine kostbaarheden van het buitengebied. Daar hoort ook een rondje om het 'Kasteel van Floris' bij.
Bergharen strekt zich tevreden uit in de middagzon. Geen kip te zien. In het dorpshuis is het stil en donker, er is nauwelijks verkeer op de Dorpsstraat en het schooltje tegenover de kerk toont zich leeg en verlaten. De zon slaat genadeloos toe op het rieten dak van de fraaie muziekkiosk, maar onder dat achtkante dak is het goed verpozen. Het plafond van deze kiosk is een lust voor het oog. Echte Bergharenaren hangen hier voor eeuwig verkleefd aan de zoldering. Iemand heeft hier met kwast en fijnpenseel heel erg goed zijn best gedaan: wie niet beter weet, zou denken dat hier grote foto's zijn opgeplakt. Spelende kinderen, keuvelende huisvrouwen, een eerlijk handwerksman, ze hangen gebroederlijk naast elkaar. Uiteraard ontbreekt hier niet de ruiter met paard, want, zo zal de wandelaar ervaren, Bergharen is paardengek.Bea Cronenberg woont in dit vriendelijke dorp. Ze is zelf een enthousiast wandelaar en weet te genieten van de kleine dingen in het buitengebied van Bergharen, zo schrijft ze. Haar route voert van Bergharen naar Hernen en weer terug.
Ze stuurt me langs de r.-k. kerk, een godshuis met een bescheiden toren maar wel een met vijf spitsen. De kunstmatige rotspartij bij de ingang valt op, maar niet vanwege haar schoonheid. Verderop staat een statig pand in de verkoop. Het is het voormalige gemeentehuis, dat voor 480.000 euro van de hand gaat en dan krijgt u het gemeentewapen in de gevel er voor niets bij.
Als ik eenmaal buitendorps ben en me nog eens omdraai, zie ik een skyline waaruit twee torens opdoemen. Een klein torentje houdt zich gedeisd achter het struweel en het markeert de plek waar de Ned. Hervormse gemeente van Bergharen en Hernen ter kerke gaat.
Bea's routebeschrijving leidt me over sportpark Schaarweide. Ik voel me er eenzaam en alleen. Er is geen leven op het veld, de kantine is doods en verlaten en niemand slaat op deze lome middag een balletje op het tennisveld. Mijn enige maatjes zijn twee scholeksters; ze houden de wacht op het strakgemaaide voetbalveld en hippen brutaal voor me uit, af en toe stoppen ze even om met hun lange rode snavels de kost te vergaren. Wat hebben die kustvogels hier eigenlijk te zoeken?
Verder gaat het. Langs een bordje 'Verboden vuil te storten' waaronder een flinke stapel puin ligt die zich van de domme houdt. Langs een manege waar de paarden in de wei zich niks van de warmte aantrekken en mij vrolijk een stuk vergezellen. Tot aan de bosrand, waar het weiland eindigt en een kronkelig paadje mij naar een waterpartij voert die Hernen aankondigt. Een spits kerktorentje piept tussen de struiken door en laat zich graag aanschouwen. En dan, na wat struinen door hoog gras, een middeleeuws panorama. Voor me pronkt het kasteel van Floris. Hier zijn opnamen gemaakt voor de televisieserie over Floris van Rosemondt. Als je een rondje om het Hernense kasteel maakt, herken je verschillende bouwlagen. Het kasteel is in de loop der tijden verschillende malen uitgebreid; een donjon, een ronde woontoren, vormde de basis. Omdat het kasteel nooit belegerd is, is het middeleeuwse karakter grotendeels bewaard gebleven.
In de dorpskom van Hernen gaat het mis. Bij de kerk linksaf, zo staat er in de routebeschrijving. Maar het dorpsshuis waar ik dan bij uit zou komen, laat zich nergens zien en al gauw ben ik weer buiten het dorp. Een vriendelijk heertje in een scootmobiel wijst me terug naar het centrum en daar blijkt dat linksaf rechtsaf had moeten zijn. De A50 scheurt vlak langs Hernen op, maar erg veel last schijnt het dorp er niet van te hebben. Een tunneltje voert me eronderdoor en daar begint het Hernense bos. Het Geldersch Landschap beheert dit natuurgebied en het lijkt erop dat de club dat niet slecht doet.
Twee jongens te paard komen me achterop en dat biedt een mooie kans om te vragen naar de plas met de molen die hier in de buurt zou moeten zijn. "Er is hier geen plas, er is nergens water", zegt een van de jonge ruiters. "Maar wel een molen, dat is die kant op." Het tweetal geeft de paarden de sporen en in een wolk van stof loop ik dezelfde richting uit. Na een bocht ontwaar ik wel degelijk
een plas, en ook de molen laat zich zien. In een ruime bocht gaat het om het water heen. De stilte van bos en hei wordt even bruut verstoord door een wentelwiek. De chinook werkt zich met een dof geronk door het strakblauwe zwerk. Dan klinkt hoefgetrappel. De twee ruiters komen terug. Als ik wijs naar het water kijken ze me schaapachtig aan en ik zie ze denken: 'Wat een vreemde snuiter'.
De stilte van het Hernense Bos wordt even later opnieuw verstoord. Een moeder met een bolderkar en net iets te veel kinderen bij zich heeft moeite om er een in het gareel te krijgen. Ik doe net of ik niets zie en niets hoor, maar als ze me ontwaart, juist op het moment dat ze een van haar oogappels terechtwijst, zie ik dat ze zich toch betrapt voelt. Gelukkig is daar de Hernense molen (anno 1745) om snel de aandacht op te richten.
Na het Hernense Bos gaat het terug naar Hernen. Langs een prachtig hagelwit kunstwerk bij de kerk, een figuur die een lamp draagt, alsof hij de wandelaar de weg wil wijzen. Dat is niet nodig, want de terugweg voert voor een deel over dezelfde paden. Dat is een kleine tekortkoming aan een overigens fraaie wandeling.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.














