NIJMEGEN - Sinds de steeple chase voor vrouwen op het programma staat is
Miranda Boonstra in Nederland de absolute heerseres. Bij de Nijmegen Global
Athletics gaat ze vanavond proberen de limiet voor het WK te pakken.
Boonstra was de eerste nationale recordhoudster op de steeple chase en ze
heeft tien jaar later nog steeds de beste tijd achter haar naam. Ze
vergaarde op haar favoriete onderdeel slechts drie nationale titels, maar ze
nam ook maar vier keer deel aan het NK. Ook op andere onderdelen had ze
succes. Boonstra won titels op de 5.000 en de 10.000 meter en begin dit jaar
werd ze kampioene bij het veldlopen. Daarnaast verzamelde ze nog negen
zilveren en vijf bronzen medailles bij NK's.
Het is een
indrukwekkende erelijst, maar volgens de 36-jarige moet haar hoogtepunt nog
komen. "Dat ik vorig jaar de Olympische limiet miste was een enorme
teleurstelling. Ik was ervan overtuigd dat het mijn beste jaar zou worden.
Nu denk ik dat dit mijn topjaar wordt. Of volgend jaar…"
Vanwege de passie waarmee ze over haar sport spreekt lijkt Boonstra meer op
een aanstormend talent dan op een gelouterde veterane. En die indruk wordt
nog versterkt door haar ranke gestalte. Bij een lengte van 1.74 weegt ze
slechts 52 kilo. Toch zou je denken dat een vrouw van haar leeftijd andere
prioriteiten krijgt. Kinderen, carrière… Voor Boonstra speelt het niet.
"Kinderen wil ik sowieso niet en gelukkig denkt mijn vriend er hetzelfde
over. En ik hecht niet aan status. Dankzij de studie bewegingswetenschappen
die ik heb gedaan kan ik ook met een parttime baan nog redelijk verdienen."
Boonstra werkt vijftien uur per week als onderzoeker bij de Radboud
Universiteit. En die inkomsten zijn wel noodzakelijk, want in de atletiek is
maar weinig te verdienen. Boonstra: "Van sponsoren krijg ik een paar
honderd euro voor een trainingskamp en ook mijn vereniging, Nijmegen
Atletiek, en de Atletiekunie dragen daar zo'n bedrag aan bij. Verder krijg
ik kleding en schoenen van een sponsor. In de wegatletiek is meer te
verdienen. De laatste Zevenheuvelenloop leverde me 1300 euro op. Mooi, kon
ik weer op trainingskamp. Maar de baan trekt me veel meer. Ik vind trainen
voorlopig nog veel te leuk om er mee te stoppen. En het is lekker om iets te
kunnen waar anderen minder goed in zijn. Dat heb ik liever dan een
negen-tot-vijf-baan."
Vorig jaar zette Boonstra het nationale
record op de steeple op 9.42.87, goed voor een 55e plaats op de
wereldranglijst. Het is opmerkelijk dat ze zich jaar na jaar blijft
verbeteren. Zelf heeft ze er wel een verklaring voor. "Toen ik met de
steeple begon had ik helemaal geen ervaring met horden. Ik had altijd een
enorme dribbel. Vijftien passen voor de balk was ik er al mee bezig om goed
uit te komen. Maar daardoor vertraag je enorm. Daar heb ik veel op getraind.
Het zal bij mij nooit technisch perfect worden, maar ik hoef me er bij de
wedstrijd nu veel minder mee bezig te houden."
Hoewel er
enkele atleten succes hebben gehad, is de steeple in Nederland eigenlijk een
ondergeschoven kindje. Zonde, vindt Boonstra. "Iedereen legt zich erbij
neer dat de Afrikaanse lopers op lange afstanden onklopbaar zijn. Maar als
je kijkt hoe die Kenianen over de balken gaan, dat ziet er echt niet uit.
Juist omdat het ook een heel technisch onderdeel is heb je iets om aan te
werken om toch dichterbij te komen. Helaas is het in Nederland vooral een
onderdeel voor atleten die mislukt zijn op andere afstanden. Waarom toch? De
steeple is echt een stoer nummer. Een vijf kilometer is vaak saai, een
steeple met het spektakel bij de waterbak nooit."
De speciaal
voor Boonstra ingehuurde haas laat helaas verstek gaan. En dus zal ze het
vanavond grotendeels zelf moeten doen. Boonstra: "Dan zal het moeilijk
worden. Maar ik vind het sowieso al leuk om hier op eigen terrein een goede
wedstrijd te lopen. Hopelijk kan ik daarmee ook wat andere atletes
enthousiast maken voor dit nummer."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.























