Opperste concentratie bij een deelnemer aan het Nederlands kampioenschap trial voor junioren bij Waardenburg, tijdens het overwinnen van één van de acht non-stops. foto Raphaël Drent
Motorsport dus, maar dan wel een variant vrijwel zonder geluid. En ook de
normaal aan deze sport gelieerde snelheid speelt op deze zaterdag geen
enkele rol.
"Het gaat vandaag om balans, evenwicht. Het spel
tussen mens, machine en de zwaartekracht. Waarbij natuurlijke en kunstmatig
aangelegde non-stops (hindernissen) overwonnen moeten worden", legt de
piepjonge voorzitter Jeroen van Diejen (25) van de Waardenburgse trialclub
Midden- Nederland uit.
"En het woord non-stop dekt de lading:
de deelnemers moeten zo weinig mogelijk steunpunten gebruiken tijdens de
hindernissen. Geen voeten aan de grond zetten, of zo weinig mogelijk. Ook
geen bomen vastpakken om je balans te herstellen. Elke voet aan de grond is
één strafpunt, een valpartij of het niet volbrengen van een non-stop levert
vijf strafpunten op", legt parcoursbouwer Theo van de Linde uit.
Achter zijn rug pruttelt een machientje en rijdt een mannetje van twee turven
hoog, al balancerend, feilloos door non-stop nummer drie. Lopend
voorafgegaan overigens door zijn vader in motortenue, die zijn zoon de
sporen en moeilijkheden wijst.
"Het lopen van een non-stop,
voordat je er op de motorfiets ingaat, is een wezenlijk onderdeel van de
trialsport", geeft Teus van Ravesteijn aan. Hij was meer dan 25 jaar
voorzitter van de trialclub en gaf onlangs het stokje over aan de jonge Van
Diejen. "Kijk, we hebben niets met snelheid. Er zijn vandaag acht
non-stops per ronde, er worden vier ronden gereden. Dat lopen doe je om de
grond te verkennen, de sporen te vinden. Een volgende ronde kan dezelfde
non-stop veranderd zijn als er een compleet deelnemersveld is gepasseerd. En
ja, trial is kennelijk bij uitstek geschikt als vader-zoon sport. Het gaat
van generatie op generatie. Wat je daar net zag is dat pa zelf rijdt in de
open klasse (buiten het NK om, red.) en daarin het parcours verkent om zijn
zoon, titelkandidaat bij de jeugd, vervolgens van informatie te voorzien."
"Of een vader-dochter sport hoor, dat kan ook", grijnst Eva van
Ravesteijn even later. De dochter van de voormalig voorzitter was zelf een
begenadigd trialrijdster, maar zag een succesvolle carrière gedwarsboomd.
"Ik zou mijn internationale debuut maken tijdens een wk-wedstrijd, maar
liep vlak daarvoor een blessure op. Vervolgens kreeg ik een baan in de zorg
en was het einde oefening voor mij. Op zaterdagen ben ik meestal aan het
werk, dan heeft het geen zin om een licente aan te vragen. Vandaag ben ik
toevallig vrij, dan steek ik een helpende hand toe."
Dat doet
ook Henk Reinders, de afgevaardigde van de KNMV, de nationale
motorsportbond. Reinders, in korte broek en forse zonnebril, met alleen een
officieel bonds-overhemd als teken van zijn functie, blijkt een openbaring
in de wereld van de 'blauwe blazers', zoals het officialkorps van de
motorsportbond in de wandelgangen wordt genoemd.
"We hebben
een opstopping bij non-stop nummer drie. Die hindernis is te lang en ligt
bovendien te kort op zijn voorganger. Alles loopt vast daar. Volgens de
regelementen moeten de hindernissen op nummer worden afgewerkt, maar we gaan
die regels even overboord gooien. Laat de rijders zelf maar vrije non-stops
uitkiezen waar ze wel door kunnen rijden, zolang ze alle proeven maar
afwerken. De volgorde maakt even niet uit", toont Reinders zich capabel
om de regels in het belang van de sport te intepreteren.
Op die
vermaledijde hindernis nummer drie stuurt een rijder zijn pruttelende
viertaktmachientje bijna geluidloos door de hindernis. Boomstammen, betonnen
pijpen, rotsblokken en worden geconcentreerd overwonnen. Bovenop gaat het
mis, de rijder draait een fractie te snel de gaskraan open en spint half
over een tractorband. De ogen spuwen vuur in frustratie. Verder blijft het
stil op Lage Paarden.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.


Sorteer reacties



















