Op de achtergrond kijkt Erik Wonink toe hoe een jonge deelnemer aan het hockeycollege het er vanaf brengt. foto Erik van 't Hullenaar
NIJMEGEN - Terwijl links en rechts de voetbalscholen de grond uit schieten, bleef het aan het front van de hockeyclubs lang rustig. Die tijd is voorbij. Sinds twee weken verzamelen de beste jeugdspelers uit deze regio zich een keer in de week bij NMHC in Nijmegen.
En uiteraard gaan hockeyers niet naar school, maar naar een college.
De naam mag dan duurder klinken, de portemonnee heeft er niet onder te leiden.
"Deelname is gratis", zegt Chantal van Nistelrooy. De 36-jarige
technisch manager van de Nijmeegse hockeyclub en twee jaar geleden nog coach
van de hoofdklasser, is de initiatiefnemer van het hockeycollege. Bij een
presentatie van de plannen werd de clubs gevraagd hun beste jeugdspelers aan
te melden voor het Hockey College.
Een perfecte manier om de eigen
jeugdteams te versterken, wisten de tegenstanders. Maar dat is niet waar
beweert Van Nistelrooy. "We willen juist het nivo van de beste spelers
bij de andere clubs opkrikken. Daar worden niet alleen zij beter van, maar
Nijmegen ook. Voorbeeld. Meisjes A1 speelt elk seizoen eerst de regionale
competitie voordat ze 'landelijk' gaat. Hier in de buurt winnen ze alles. Op
hun gemak. Om in de eerste 'landelijke' wedstrijd gelijk op hun plaat te
gaan. Het niveauverschil is gewoon te groot."
Nog een
voorbeeld. "Stel er zitten vier goede keepers op het hockeycollege.
Keepers zijn gewild. Omdat ze schaars zijn. Maar wij zijn toch niet gebaat
om de sterkste keepers bij onze tegenstanders weg te halen, te verdelen over
onze eigen jeugdteams en vervolgens die wedstrijden met groot verschil
winnen?"
Dat het college op de velden van Nijmegen gegeven
wordt, vindt ze niet meer dan logisch. "Onze accommodatie is groot
genoeg, we hebben de kleedkamers, een clubhuis dat gerund wordt door eigen
mensen en altijd open is en we hebben een uitgebreid netwerk."
Dat laatste heeft er voor gezorgd dat naast Van Nistelrooy zelf,
oud-international Eefke Mulder, Jack Holtman (assistent Karen Maree), Jeroen
van Eijk (oud-zaalinternational) en Erik Wonink de trainingen verzorgen. De
aanwezigheid van de laatste is opmerkelijk, want de voormalige assistent van
Van Nistelrooy is al anderhalf jaar hoofdcoach bij de Duitse club Rot Weiss
Köln. "Maar dergelijke initiatieven juich ik toe. Daar wil ik bij
zijn", zegt Wonink, die deze avond wind en regen trotseert om zo'n
twintig hockeytalenten de kneepjes van het vak bij te brengen.
Werken met talenten noemt Wonink verslavend. "De
ontwikkelingsmogelijkheden zijn groot. Omdat kinderen tussen de tien en
twaalf jaar de dingen sneller oppakken dan bijvoorbeeld een speelster van
Dames 1."
De talenten die tot en met maandag 8 december bij
Nijmegen trainen zijn verdeeld in twee groepen: 10-13 jaar en 13-15 jaar. In
maart worden de wekelijkse sessies weer opgepakt. Van Nistelrooy zinspeelt
om hockeyers van naam te vragen voor 'gastcolleges'. "Maartje Paumen,
Janneke Schopman, Roderick Weusthof. Zou geweldig zijn", zegt Van
Nistelrooy. En het gaat verder dan hockey alleen. "We hebben plannen
genoeg. Sportpsycholoog Rico Schuijers een keer uitnodigen, een
voedingsdeskundige van de HAN, daar hebben we een samnewerkingsverband mee,
een teamarts laten vertellen over blessures. Noem maar op."
En
nogmaals: niet voor eigen gewin. "Als we dat zouden willen, gingen we
zelf wel scouten bij wedstrijden", zegt Van Nistelrooy. "Daar hoef
je echt niet zo'n hele organisatie voor op poten te zetten."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






















