21 jan 2008, 03:03 - WAGENINGEN/EDE - Het blijft een aparte discipline. Zaalhockey; de benadering verschilt per vereniging en regio. Zoveel is wel zeker.
"Ik bekijk het wel met een Wageningse bril", stelt Marco Borst,
coach van de Wageningse mannen in sportzaal De Bongerd. "Maar in het
studentikoze Wageningen valt het met de belangstelling nog wel mee. Binnen
de club vindt men het heel leuk. Terwijl er ook verenigingen zijn die
zaalhockey helemaal niks vinden en het dan ook niet of nauwelijks serieus
nemen." Voorbeelden te over. Zo komt de equipe van Hattem niet opdagen
voor de poulewedstrijden in De Bongerd. Tegenstander Arnhem wacht tevergeefs
op de Overijsselse formatie.
In Wageningen zelf is de
belangstelling er wel. De club herbergt dan ook een heuse zaalinternational.
Joëlle Hoebert gaat binnenkort weer een groot toernooi spelen met het
Nederlands zaalhockeyteam. "Dat is heel leuk natuurlijk. Veel spelers
trekken zich daaraan op. Binnen ons team is een aantal jongens die een
dergelijke ambitie ook heeft. Maar het vergt een hoop training om op dat
niveau terecht te komen."
De Wageningse mannen komen in de
zaal uit in de topklasse. Een verdienstelijk niveau, want het is de op één
na hoogste klasse in Nederland. Borst: "Vorig jaar werden we tweede in
de overgangsklasse. Alleen de kampioen zou naar de topklasse gaan, maar het
betreffende team wilde niet promoveren. We hebben toen hun plaats ingenomen.
En we staan nu tweede achter Nijmegen. Aanvankelijk benaderden we het wat
vrijblijvender. Maar op het moment dat het steeds beter gaat, pak je de
zaken toch wat serieuzer op."
Coach Borst speelt zelf ook mee
in de zaal. Geen probleem, vindt hij. "Dat kan allemaal. Je hebt de
mogelijkheid wat uit te proberen. Zelf heb ik vroeger ook als voorstopper
gespeeld. Degene die normaliter voorstopper in het veld staat, is nu spits.
En onze twee voorhoedespelers spelen in de zaal achterin."
Zaalhockey is in elk geval speltechnisch een andere sport. Dat vindt ook Jan
Cees Noordijk, coach van de Edese vrouwen. Enkele weken geleden werkte
tweedeklasser Ede twee poulewedstrijden af in een vrijwel lege Reehorst. Die
wedstrijden werden echter wel met ruime cijfers gewonnen. "Het is niet
te vergelijken met veldhockey", merkt hij op. "Het gaat in de zaal
om het positiespel. Dat is het toverwoord. Als je dat onderdeel tot in de
perfectie beheerst, speel je elke tegenstander weg. Ik heb in de zaal de
beschikking over tien speelsters, van wie een handjevol echt goed uit de
voeten kan in de zaal."
Daarbij moet Noordijk bekennen dat de
animo in de zaal niet al te hoog is. Zeker niet in vergelijking met vroegere
tijden. "Ik heb nog foto's van een stampvolle Reehorst. Die tijden
zullen nooit meer terugkeren, aangezien de hockeybond eenmaal andere
prioriteiten stelt. Internationale toernooien krijgen meer voorrang dan het
zaalhockey in Nederland zelf. In een land als Duitsland is de sport nog
altijd razend populair."
"Je handelingssnelheid is zoveel
sneller in de zaal", beaamt ook Borst. "Het gaat in de zaal twee
keer zo snel als op het veld. Maar de bijbehorende techniek en de
balvaardigheid neem je wel mee naar het veld, dus het is wel een leerzame
aangelegenheid."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties



















