Robbert Kemperman tilt Mink van der Weerden de lucht in, nadat hij gescoord heeft voor Jong Oranje op het WK. foto Frank Uijlenbroek/ANP
MOLENHOEK - Gebruind en goedgemutst zit hij aan de eettafel. De misgelopen wereldtitel met Jong Oranje is verwerkt, Robbert Kemperman oogt zelfverzekerd. De tranen om de verloren finale tegen Duitsland (3-1) zijn in de zon van Gran Canaria verdwenen.
Zie ook:
Op advies van bondscoach Michel van den Heuvel ging de jonge hockeyer uit
Molenhoek meteen na het jeugd WK op vakantie. "Ik was één dag thuis na
Singapore en ben vervolgens meteen op vakantie gegaan", zegt Kemperman.
"De bondscoach vond dat ik er even tussenuit moest, omdat de trainingen
met het Nederlands team ook snel weer zouden beginnen. Ik zet verlies
normaal redelijk snel van me af, maar merkte nu dat het toch fijn was om
alles los te kunnen laten. Dat had ik toch even nodig."
Na de
flitsvakantie heeft de negentienjarige linksmidden zich nu weer gemeld bij
Oranje, dat volop in voorbereiding is op het EK in eigen land, eind
augustus.
"Ik hoop dat ik bij de definitieve selectie zit, ik
moet me op de trainingen bewijzen, begin op nul. Maar het kan een mooi jaar
worden, want in november is de Champions Trophy en in maart volgend jaar is
in India ook nog eens het WK."
Kemperman somt het programma
rustig op, alsof hij praat over een paar oefentoernooitjes. Hij lijkt niet
gespannen. Toch draagt hij de verwachtingen met zich mee, de jongste debuut
ooit in Oranje. Kemperman was zeventien toen hij mocht opdraven. Hij is nog
steeds het 'broekie' in de selectie, 'extreem de jongste' zoals de
middenvelder zelf zegt. Ook al zat hij afgelopen seizoen geregeld bij de
selectie, het blijft nog wat onwennig. "De spelers zijn allemaal zo
ontzettend goed, het niveau is echt heel hoog", zegt hij. "Er
lopen spelers tussen met een paar honderd interlands. Ik vind het nog steeds
apart om daar bij te horen."
Kemperman was veertien toen hij
Union verruilde voor Den Bosch, in de hoop ooit hoofdklassespeler te worden.
"Ik had toen al wel door dat ik redelijk kon hockeyen, maar ik had geen
idee van wat ik werkelijk kon", kijkt hij terug. "Bij Union ging
het allemaal heel soepel. In mijn lichting zaten we met vijf jongens die
allemaal voor een Nederlands jeugdteam uitkwamen of nu in de hoofdklasse
spelen. We waren veel te goed. In de D- en C-jeugd wonnen we bijna elke
wedstrijd met 12-0 of zo. De hoogste score was 28-0. De competitie stelde
niets voor. Dat is eventjes leuk, maar op een gegeven moment moet je de stap
maken om je te blijven ontwikkelen."
Het talentje van veertien
lijkt de afgelopen jaren als vanzelfsprekend zijn weg naar de top gevonden
te hebben. Maar zo simpel is het natuurlijk niet, benadrukt Kemperman. "
Topsport is een keuze", pareert hij meteen. "Ik ben bijna fulltime
met hockey bezig, alles staat in het teken van de sport. Voor mijn studie
marketing en communicatie op het Johan Cruyff College in Nijmegen heb ik
sinds kort een topsportregeling. Dat moest wel, want school en hockey waren
niet meer te combineren, ik miste veel te veel lessen. Ik moet nu alles zelf
plannen, aan de hand van de trainingen bepalen wanneer ik tijd voor school
heb. Dat is riskant, want de verleiding is groot om studie uit te stellen.
Maar je merkt snel genoeg dat je op die manier alleen jezelf in de weg zit.
Als je steeds kopzorgen om school hebt, speel je niet vrijuit."
En zorgeloos spelen is het grootste goed om de definitieve doorbraak in Oranje
te bereiken. En daar wijken de Vierdaagsefeesten uiteraard ook voor. "
In het begin had ik daar beste moeite mee", bekent Kemperman. "
Iedereen kijkt ernaar uit en jij moet steeds 'nee' zeggen. Maar nu is het
echt geen opoffering meer. Ik ben dankzij het hockey in landen geweest waar
ik normaal nooit zou komen. En misschien speel ik straks met Oranje wel op
het EK. Dat zou geweldig zijn. Dan wil ik de Vierdaagsefeesten best aan me
voorbij laten gaan."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






















