Vorige week moest hij nog een chauffeur van TNT Post aanhouden nadat hij per
fiets was verdwaald bij het tochtje naar de golfbaan. Kan de pret niet
drukken voor Herman Beidschat. Hij woont nu een maand in Winterswijk en telt
zijn zegeningen. Lachen, plezier maken, genieten, dat is nu zijn doel. "
En ik ben blij dat ik hier een ander leven mag leiden", zegt de
68-jarige Beidschat.
In een eerder leven was hij honkballer. Een
uitstekende zelfs. Meer dan tien keer werper van het jaar in Nederland,
international, veelvuldig Nederlands kampioen met zijn club Haarlem Nicols
(en de voorlopers ervan met marginaal andere namen), daarna trainer en als
jonge jongen bijna prof in de Verenigde Staten. "Ik kreeg een stage
aangeboden bij Pittsburgh Pirates, dat net de World Series had gewonnen.
Liep ik met een jack van de club op straat, allemaal meiden achter me aan.
Ik kon een contract krijgen, maar mijn vader wilde dat ik in Nederland mijn
opleiding afmaakte. Maar Amerika beviel me niet hoor, heel kil. Motel in
motel uit voor je sport, dat is niks voor mij. Ik heb er geen spijt van,
maar ik heb wel wat laten liggen."
Sinds kort is de man die
rook aan de Amerikaanse profcompetitie adviseur van Hickory. Het verhaal
over hoe de voormalige topper en de naar de vijfde klasse (nota bene het een
na laagste niveau) afgegleden honkbalclub uit Winterswijk elkaar vonden
begint bij de wens van Beidschat de hectiek van het westen van Nederland
achter zich te laten. "We hadden genoeg van de idioterie in de Randstad"
, zegt Beidschat, die zijn westerse tongval heeft meegenomen bij zijn
verhuizing naar het oosten. "Mijn vrouw en ik zijn gek op Duitsland,
nou, dat scheelt nu anderhalf uur rijden. Er is hier nooit file."
"Ik kende de Achterhoek van een weekje in een vakantiehuisje in Groenlo.
Prima bevallen. We hebben hier rondgereden op zoek naar een huisje, eerst in
de auto, daarna op de fiets, ook gepraat met mensen. Aalten leek ons een
mooi plaatsje, maar een deel van de mensen daar vindt het niet fijn als je
daar op zondag iets doet. Dan kan ik dus niet paaldansen", lacht
Beidschat.
Lachen doet hij veel, de laatste tijd. Mooi huis, rust,
ruimte. Toen Herman Beidschat voor het eerst naar zijn nieuwe domicilie
reed, had hij niet eens in de gaten dat hij langs een honkbalveld kwam.
Saillant detail: het scorebord van Hickory hing vroeger in het
honkbalstadion in Haarlem. "Er zit zelfs een plekje op dat misschien
wel van mij afkomstig is", zegt Beidschat in zijn huis, een ferme klap
verwijderd van de werpheuvel van Hickory. "In mijn actieve tijd heb ik
wel eens een homerun geslagen door het scorebord te raken."
Hij schreef een mailtje naar de club en kreeg een enthousiast antwoord van
voorzitter Theo Hartjes. Een officiële functie ambieert hij niet en het in
Winterswijk aanwezige kader wil hij ook niet voor de voeten lopen. Beidschat
voelt zich na zijn 'emigratie' een gast die graag wil integreren. "Ik
wil hier mensen leren kennen, maar dat moet natuurlijk wel van mij komen. In
de sportschool geef ik iedereen een hand."
Schertsend: "
Ik ben oud en lelijk, honkballen is een van de weinige dingen die ik goed
kan. Daarom heb ik mijn diensten aangboden."
De afgelopen zes
jaar deed hij niets in zijn sport. In Winterswijk
kan hij weer
genieten van drie slag of een mooi dubbelspel. Hij heeft er een omslag in
denken voor moeten maken. Vroeger was Beidschat een redelijk asociale
honkballer die maar aan één ding dacht: winnen, de beste worden. De pitcher
gooide zonder blikken of blozen een bal op het lichaam van de slagman als de
wedstrijd daar om vroeg, zelfs als degene die met de knuppel tegenover hem
stond, zijn beste vriend was. "Ik werd vijf keer achter elkaar pitcher
van het jaar, dat vond ik heel gewoon. Als je ernaar streeft de beste te
zijn, heb je geen vrienden of kennissen. Nu ben ik veel menselijker en weet
ik dat ik idioot bezig was. Het heeft vrienden gekost, mijn eerste huwelijk.
Mijn twee zonen zijn goed opgevoed door hun moeder, ik nam ze mee naar het
honkbalveld. Gelukkig heb ik toch een goede band met ze", zegt
Beidschat, die naast zijn honkballoopbaan werkzaam was als vertegenwoordiger
in dierenartikelen.
Tegenwoordig houdt hij zich in. Op het
trainingsveld van Hickory poogt hij vooral plezier te kweken. Even praten
met de pitcher over de grip bij een curveball, even bomen met de slagman
over een stootslag, dat soort dingen. Beidschat: "Ik assisteer,
observeer, heb een dienende taak. Ik leid geen training, dan ben ik een
gevaar voor de spelers, met mijn bloeddoorlopen ogen. Het is de kunst mensen
spelplezier te geven. Het is nu dinsdag: donderdag mag ik weer op het veld
staan. En daar verheug ik me nu al op. Ach, het is hier elke dag vakantie,
ik voel me hier helemaal thuis."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties



















