Bram Nuytinck ontbreekt wegens ziekte bij NEC. Archieffoto Broer van den Boom
Het feest kan beginnen. Bram Nuytinck (midden) wordt omgeven door uitzinnige aanhangers van NEC.
NIJMEGEN - Zijn shirt had hij net als de andere spelers in het uitvak gegooid, maar toen de rest richting de kleedkamer ging, bleef Bram Nuytinck waar hij was. Zwaaiend met zijn armen gaf hij de maat aan. En op die ene uitpuilende tribune van GelreDome deden achthonderd NEC-supporters hem na. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. „Dit heb ik altijd gewild. Hier winnen en zo’n feest vieren met de eigen fans. Flikker maar op, dacht ik. Ik doe het gewoon.”
De enige Nijmegenaar in de selectie van NEC had ze na de 1-0 zege op Vitesse zien juichen, sommige zelfs zien janken. „Super man. Zo lekker om dit mee te maken. Toen we het veld opkwamen voor de warming-up keek ik al naar ons uitvak. Die sfeer. De herrie die ze maakten. De aanmoedigingen. Ik moest lachen naar Ryan Koolwijk. Die gaf me een knipoog. We hadden allebei dat goede gevoel. Het hele elftal trouwens.”
Die gemoedstoestand was een direct gevolg van de gesprekken die de spelers onderling gevoerd hadden op het trainingskamp in Spanje. „Daar hebben we tegen elkaar gezegd waar het op stond. Met de hele selectie. In kleine groepjes. Er zijn harde afspraken gemaakt over hoe we het beter moeten én kunnen doen. En dat zag ik hier terug op het veld.”
Zaterdagavond was hij vroeg naar bed gegaan. „Om half tien en ik sliep gelijk. Ik heb heel ontspannen naar deze wedstrijd toegeleefd”, beweerde Nuytinck.
De hele week had hij gemerkt hoe de derby tegen Vitesse iedereen in Nijmegen bezig hield. „Als ik gewoon in de stad liep, boodschappen deed in de supermarkt. Willekeurige mensen schoten me aan. Wensten me succes. Ik vond het niet erg. Eerder mooi om te zien hoe die wedstrijd leeft in Nijmegen.”
Terwijl hij praatte, gleed zijn tong steeds naar zijn opgezwollen mondhoek. „Bij een vrije trap van ons in de tweede helft zag ik die bal van de zijkant aankomen. Ik ging er vol voor. Deze kop ik er in, wist ik. Kijk ik omhoog, zie ik plotseling Rens (Van Eijden, red.) boven me. Hij raakte me vol. Als het goed is, staan mijn tanden nog in zijn elleboog.”
Nuytinck kon er wel om lachen. Na de historische zege, keek hij uit naar een daverende ontvangst bij het stadion en een kroegentocht door Nijmegen. Toch dacht hij om half tien weer in bed te liggen. „Morgenvroeg dan, hè”, zei de verdediger met een brede grijns.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






Sorteer reacties





















