NIJMEGEN - Na het vertrek van Peter Wisgerhof is Youssef El-Akchaoui de
nieuwe aanvoerder van NEC, dat in de UEFA Cup woensadagavond stuit op HSV.
De Marokkaanse verdediger kent het Duitse voetbal. Eén seizoen speelde hij
voor Union Berlin dat toen nog uitkwam in de Tweede Bundesliga. Hij leerde
er vooral heel goed hardlopen.
Als enige NEC’er van deze selectie heeft hij het Duitse voetbal aan den lijve ondervonden. Youssef El-Akchaoui was net 21 jaar toen hij op Woudenstein de poort achter zich dicht deed en een contract tekende bij FC Union Berlin, dat toen nog in de tweede Bundesliga speelde.
De aanvoerder van NEC speelde slechts elf wedstrijden voor de Berlijnse formatie en keerde na één seizoen terug naar Nederland om zich aan te sluiten bij ADO Den Haag. Toch had El-Akchaoui het niet willen missen. „Een ervaring rijker”, klinkt de Marokkaanse verdediger resoluut.
Dat mag je wel zeggen als je de eerste twee weken van de voorbereiding geen bal ziet. „In die periode hadden we drie keer per dag een duurloop van een uur. Om half elf, half een en half zes. Dat was even wennen, maar ik heb er wel leren lopen”, glimlacht ‘El-Ak’. Een keer in de drie maanden kon hij een paar dagen naar Den Haag. „Berlijn-Den Haag in vijf uur. In Duitsland reed ik plankgas.”
Zijn plaats in het elftal veroverde hij op de indoor-atletiekbaan. „We deden een lactaattest. Dat was 200 meter hardlopen. Bloed prikken bij je oor. 200 meter hardlopen. Bloed prikken bij je oor. En ga zo maar door. Er was veel pers bij. Op een gegeven moment was ik nog alleen met een Afrikaan in de baan. Toen die ook gestopt was, kwam de assistent-trainer naar me toe. Het was goed zo. Nee, zei ik. Ik ga door. Ik zag allemaal blauwe stippen, maar wilde me niet laten kennen. Uiteindelijk kon zelfs de laptop waar alles in geregistreerd werd, het niet meer bijbenen. Die heb ik echt aan gort gelopen. De volgende dag vroegen alle kranten in Berlijn zich af waarom ik eigenlijk niet speelde.”
Toen hij eindelijk werd opgesteld, viel onmiddellijk de kou in. „Bij min 20 voetballen met een rode bal op een besneeuwd veld. Nou succes”, klinkt het een tikje cynisch. Maar spijt? „Geen moment!”, zegt El-Akchaoui gedecideerd. „Ik had een appartementje in het oosten van Berlijn. Woonde in een leuke winkelstraat en had een televisie met alle Nederlandse zenders. Als we niet hoefden te voetballen, ging ik de stad in.”
In een jaar leerde hij het Duitse voetbal kennen. „Niet het mooiste, maar als je in een wedstrijd denkt dat je tegenstander kapot zit, gaat-ie nog een half uur.”
Dat zal straks met HSV niet anders zijn. „We moeten hopen op een bad day voor hun en een superdag bij ons”, klinkt de verdediger realistisch. „Het wordt taai. Maar laten we vooral blijven voetballen. Als we meegaan in hun fysieke spel verliezen we het zeker. We kunnen onze borst toch wel natmaken. In de winterstop hebben ze vijf nieuwe spelers gehaald. Nou succes, hè.”
Langzaam begint hij ook te merken dat het zware programma met al die midweekse wedstrijden z’n tol gaat eisen. „Als team raken we eerder vermoeid. Daarom moeten we slim spelen. Vijf keer mee naar voren stormen in plaats van tien. Want de volgende tegenstander staat alweer bijna voor de deur.”
En dus probeert de aanvoerder zijn medespelers vooral ook op de training scherp te houden. Als iemand uit de basisformatie tijdens het partijtje zijn tegenstander laat lopen, schalt zijn stem over het veld. „En dan maakt het mij niet uit of het Jantje, Pietje of Klaasje is. Je speelt zoals je traint. Is Jantje geblesseerd, waardoor zijn tegenstander kon aanleggen voor een schot? Nee? Dan was hij dus gewoon te laat! Kan niet. Dus coach ik hem. Soms met stemverheffing, maar altijd op een normale manier. ‘Rustig aan, Yous’, hoor ik dan wel eens. Krijg even lekker het heen en weer. Dit is ons werk. We worden er vorstelijk voor betaald. Dus moeten we het goed doen. Helemaal nu. De UEFA Cup halen was nog niet eens zó moeilijk. Er volgend seizoen weer in zitten door de play-offs te winnen. Dat is pas moeilijk. Daarom moeten we juist in deze fase van de competitie scherp zijn.”
Maar El-Akchaoui vergeet niet ook te genieten. „Joh, fantastisch wat we met NEC bereikt hebben. Ik heb thuis alle shirts van de tegenstanders uit de UEFA Cup ingelijst aan de muur hangen. Als ik er langs loop, krijg ik automatisch een glimlach op mijn gezicht.”
Brede grijns als hij op verzoek zijn mooiste moment van het Europese avontuur tot nu toe aan de vergetelheid ontrukt. „Mijn voorzet waaruit Jhonny de 1-0 scoorde tegen Dinamo Boekarest thuis. En de laatste wedstrijd tegen Udinese. Toen we alles of niks gingen spelen. Achterin een tegen een. En dan met 2-0 winnen.”
Maar eigenlijk had elke wedstrijd in de UEFA Cup wel iets speciaals voor hem. „Komt door het onbekende. Van de tegenstander. Het systeem dat ze spelen. Landen waar je nog nooit geweest bent. Ajax thuis is ook mooi. Maar anders, als je begrijpt wat ik bedoel.”
De UEFA Cup. Het werkt verslavend. Zelfs als je verliest. Zoals die uitwedstrijd tegen Dinamo Zagreb. Tien minuten voor tijd was NEC bij een 1-2 stand op weg naar een regelrechte sensatie. Maar de wedstrijd eindigde toch in 3-2 voor de Kroaten. „Ik herinner me vooral dat volle uitvak. Hoe de supporters ons bleven steunen. Ze zeggen wel eens dat het nuilen bij NEC is uitgevonden. Maar dat is een minderheid. Als ik die fans tegenkom, heb ik altijd een paar korreltjes zout bij me.”
Hij kijkt uit naar de dubbele confrontatie met HSV. „Let op. Dat stadion in Hamburg is uitverkocht. Duitse supporters zijn fanatiek. Of het nu goed of slecht gaat met hun club. Ze komen altijd.”
Stel je voor dat NEC opnieuw overleeft. Dan wordt het een nog groter feest als toen na Udinese. En Youssef? Die zal meefeesten. Maar wel gedoseerd. „Eén biertje? Echt niet. In mijn tijd bij ADO Den Haag waren we eens met de hele selectie op stap. Legden 25 man ieder 50 euro op tafel. ‘En nu drinkt Youssef een biertje’, klonk het. Dat is een hoop geld, hè; 25 keer 50 euro. Maar ik heb het niet gedaan. Ik heb er helemaal niets mee. Ik ben al 27 jaar de BOB.”





















