STOCKHOLM – Soms mijmert Mark van Bommel wel eens over het onmogelijke. Dan zou hij willen dat Oranje een clubteam was. Elke dag bij elkaar, elke dag trainen, slijpen, patronen oefenen en werken aan de afstemming. In zijn gedachten flonkert het ideale plaatje dat je doorgaans alleen in stripboeken of bij Barcelona ziet.
„Als je ziet wat voor een niveau wij halen, terwijl we zo weinig samenspelen... dat is ongelooflijk”, vindt de aanvoerder van het Nederlands elftal aan de vooravond van de laatste EK-kwalificatiewedstrijd tegen Zweden. „Oranje zou in de Champions League een heel goed figuur slaan.”
Van Bommel kan het weten, want hij speelt al jaren onafgebroken in de etalage van het internationale voetbal. De kennis die hij daarbij heeft opgedaan, heeft hem nu het vergelijkingsmateriaal gegeven wat betreft Oranje. En daarom durft hij ook de lat richting het allerbeste te duwen. Zelfs richting het niveau Barcelona, het mooiste sieraard dat het voetbal misschien wel ooit te zien heeft gekregen. „Ik zou ons wel eens tegen Barcelona willen zien. Ik weet zeker dat wij het die ploeg nu al heel lastig kunnen maken”, zegt hij. „Dit elftal speelt in Duitsland, Engeland, Spanje en Italië nu al om de titel mee. Kun je nagaan wat er mogelijk is als we dagelijks met elkaar op het veld zouden staan.”
Dat gevoel van superioriteit is er tijdens het WK ingekomen, zegt Van Bommel. En het heeft de ploeg tijdens de EK-kwalificatie niet meer verlaten. „De trein rolt verder, het elftal ontwikkelt zich nog steeds en iedereen wil mee naar het EK”, aldus Van Bommel. „Wie er bij ons ook speelt, de uitvoering is nagenoeg hetzelfde. En dat is knap. Elke tegenstander past zich aan ons aan. Dat voordeel hebben we al bereikt.”
Het complete interview met Van Bommel staat in De Gelderlander van dinsdag11 oktober.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















