Vrijdag, 7 juli 2006 - DOETINCHEM - Milja Dorenbos hoort bij de beste squashters in Nederland. Al jaren. Maar de 22-jarige Doetinchemse weet ook na een succesvol seizoen dat de weg omhoog lang is .
Haar grootste succes boekte Dorenbos in Wenen. Ze speelde op het EK voor landenteams één poulewedstrijd en won die dik. „Met drie keer 9-1 van een Ierse“, zegt Dorenbos, die met Nederland uiteindelijk tweede werd.
De winstpartij was van groot belang voor de squashloopbaan van Dorenbos. Omdat zij deel uitmaakte van het succesvolle team kreeg zij, deze maand voor het eerst, de A-status van het NOCNSF. En die had ze jaren niet gehad.
Voor de buitenwereld waren het daarom jaren van stilstand voor Dorenbos. Drie jaar geleden stond ze bijna in de internationale top 50. Nu is ze 83ste. „Maar ik ben een betere speelster dan toen. Er zijn alleen een aantal dingen gebeurd.“
Dat begon met het verlies van haar A-status. „Daardoor was het financieel niet meer op te brengen om internationale toernooien te spelen en zakte ik naar de 130ste plaats op de wereldranglijst.“
Vorig jaar begon ze aan een comeback. Met geld dat ze verdiende met les geven in Doetinchem en Hengelo speelde ze weer een paar toernooien. „Ik ben een vechtertje. Als het moeilijk is, wil ik me juist bewijzen. Ik heb zoveel meegemaakt met de bond en met selectiecriteria. Het is vaak gebeurd dat ik op basis van de prestaties in het Nederlands team hoorde te zitten, maar niet werd geselecteerd. Het ligt allemaal zo dicht bij elkaar en het was vaak onduidelijk waar je aan moest voldoen.“
De squashbond stelde een team samen, maar de criteria om in dat team te komen lagen zelden vast. „Een jaar of twee geleden stond het ineens wel op papier. Er stond precies bij welke toernooien je punten kon verdienen. Ik had genoeg punten om in het team te komen, maar werd weer niet geselecteerd. Ik had moeilijk kunnen doen, maar dat levert problemen op. Dus heb ik het zo gelaten.“
Dat was achteraf een juiste beslissing. Want met de komst van een nieuwe bondscoach, Jan Willem Koopman, waaide er dit voorjaar ineens een nieuwe wind bij de squashvrouwen. „De communicatie is enorm verbeterd“, stelt Dorenbos vast. „Iedereen weer precies waar hij aan toe is.“
Dorenbos kijkt weer positief vooruit. „Mijn doel voor komend jaar is om in de top zestig te komen. Dat is op korte termijn. Mijn trainer, Willem van Kleeff, zegt dat ik makkelijk de top 20 kan halen. Ik hoop dat hij gelijk heeft.“
Hoe goed je moet zijn aan de top kan Dorenbos van dichtbij zien. De kopvrouw van haar team is Vanessa Atkinson, de Nederlandse nummer één van de wereld. „Of ik ooit zo goed kan worden, weet ik niet. Maar ik heb nog tijd. Bij squash zijn de toppers eind twintig, begin dertig.“
Wat moet Dorenbos dan nog leren? „Ik moet beter trainen, niet kwalitatief, maar kwantitatief. Dat kan ook nu ik weer de A-status heb. Verder moet ik in een wedstrijd beter het tempo vasthouden. Dat klinkt gek, maar ik kan mee in het tempo van topspeelsters. Ik houd het alleen geen hele wedstrijd vol. Geen fysiek probleem, maar een mentaal. Daar ga ik aan werken.“
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.























