Mayra Kroonen tijdens de wereldkampioenschappen in Londen in actie op balk. Haar optreden werd gisteren geen succes. foto Andy Rain/EPA
LONDEN - Mayra Kroonen mocht gisteren op de WK turnen in Londen alsnog aantreden in de meerkampfinale. Het leverde de turnster een 24e en laatste plaats op.
Een uur. Die tijd had Mayra Kroonen gisteren op de wereldkampioenschappen
turnen om zich te verplaatsen van de rol van reserve tot die van finaliste.
De nummer 25 van de meerkampfinale was plots de nummer 24 geworden omdat de
Spaanse Ana Maria Izurieta zich had teruggetrokken.
Een hoge
klassering mocht daardoor misschien niet worden verwacht, maar de
Nederlandse begon wel met een heel dramatisch optreden op brug. Daarna ging
ze de mist in op balk, waarbij ze met een spreidsprong naast het smalle hout
belandde. Vervolgens deed ze het wel weer goed op vloer en sprong.
De 49.900 punten waren er bijna acht minder dan de 57.825 van de Amerikaanse
winnares Bridget Sloan. "Misschien was ik toch liever 25e geworden als
reserve, dan nu op deze manier 24e", zei de zwaar teleurgestelde
Kroonen gisteravond.
Kroonen is 21 jaar, studeert aan de
sportacademie in Amsterdam, geeft een avond in de week turnles in Leiden en
beperkt haar trainingen in Zoetermeer noodgedwongen tot vier keer in de
week. Woensdag werd ze op de WK zestiende op sprong en verkreeg daarmee de
B-status van NOCNSF. Goed voor tweehonderd euro per maand. Voorwaar geen
vetpot, maar veel meer dan wat ze had. "Ik heb geen sponsor, betaal
gewoon mijn contributie", zegt de Amsterdamse, die traint bij Pro
Patria in Zoetermeer.
"Als ik er een of twee trainingen in de
week bij zou kunnen doen, dan had ik me beter kunnen voorbereiden op dit WK.
Nu moet ik bij grote toernooien telkens weer constateren dat ik er steeds
net niet klaar voor ben. Als ik wat inkomsten zou hebben, dan zou ik
bijvoorbeeld een autootje kunnen kopen en was ik niet afhankelijk van het
openbaar vervoer. Dan zou ik ook kunnen kiezen om mijn studie wat meer te
spreiden om meer te kunnen trainen."
Topsportmanager Hans
Gootjes erkent dat het voor turnsters moeilijk is om aan inkomsten te komen.
De eisen van NOCNSF zijn streng. "Er zijn sporten waar het makkelijker
is om de A-status te behalen. Turnen is een mondiale sport. Daar is het
moeilijk om bij de beste acht te behoren. Bij het schaatsen of het hockey
weet je als Nederlander dat je, als je goed bent, bij de beste acht van de
wereld zit."
Volgens Gootjes wordt bij NOCNSF wel gesproken
over het beter ondersteunen van de groep turners die bezig is de weg naar de
top te bewandelen. "Er zit een hiaat tussen ambities en condities. De
randvoorwaarden zijn nog niet afgestemd op wat we willen bereiken. Het wordt
de laatste jaren beter, maar is absoluut niet toereikend."
Het was gisteren in ieder geval niet voldoende om de beste prestatie van een
Nederlandse turnster in een WK-meerkampfinale te verbeteren. In 2005 werd
Suzanne Harmes, destijds als fulltime turnster, vijftiende in Melbourne.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.






















