Home / Sport / Vitesse / Michael Jansen, hart en ziel

Michael Jansen, hart en ziel

Woensdag, 19 september 2007 - ARNHEM - Michael Jansen keerde gisteren terug op het trainingsveld bij Vitesse na twee jaar en vier maanden van uitvoerig onderzoek en meerdere hart operaties.

Eenmaal wil de geboren Nijmegenaar zijn verhaal doen, daarna is hij 'een normale voetballer'.

Ook al heeft hij onder zijn huid, links onder de schouder, een geïmplanteerd kastje; een icd; implanteerbare cardioverter-defibrillator. Een apparaatje dat in actie komt als zijn hart faalt en het met een stevige schok weer leven brengt.

"Ik krijg geen hartstilstand meer", zei Jansen gistermiddag bij zijn officiële persconferentie. Op 15 mei 2005 tijdens Vitesse-Ajax verdween de wereld van Michael Jansen even achter een zwart gordijn. In de 28 voetballoze maanden die volgden, werd hij een hartspecialist onder de voetballers. In het ziekenhuis werd Jansen geconfronteerd met zijn kwaal. "'Een hartritmestoornis', zeiden ze. Ik dacht: 'Okay, haal maar weg die stoornis, dan kan ik weer voetballen'."

Dat laatste houdt hem op de been. Michael Jansen wilde altijd maar één ding: voetballen. "Familie, vrienden, iedereen die mij kent wist dat ik wilde voetballen. Dat ik nooit aan stoppen zou denken. Zij weten wat ik er voor over heb."

In november 2005 kreeg hij het icd-kastje onder zijn huid. "Een kleine ingreep. Dat krijgt iedereen met een hartritmestoornis."

Wat volgde was een lange periode van testen en afstellen; bij welke belasting kon zijn hart het niet meer aan. "Een plekje in mijn hart volgt zijn eigen weg. Dat plekje branden ze dan weg. Het moet heel secuur gebeuren."

Het testen gebeurde op de fiets en de loopband. Zijn hartritme moest steeds hoger, om te kijken waar de grens lag. "Je begint op 140, dan 160, 180. Nu is er geen grens meer. Mijn situatie was niet direct levensbedreigend. Ik had er gewoon mee kunnen doorleven. Maar om topsport te bedrijven, moet het 100 procent zijn."

Zijn hart kan alles. Het apparaatje blijft. Hij is in een tijd dat de sportwereld wordt opgeschrikt door sterfgevallen wegens een hartstilstand misschien wel de veiligste voetballer op de velden.

Het pad naar herstel vroeg veel van de jonge speler, die nuchter zijn eigen route zocht. Op de hartafdeling van het ziekenhuis in Nijmegen kon hij niet verder worden geholpen. "Als ik wilde voetballen, zou ik een andere arts moeten. Ik ben gaan zoeken en bellen. Ik heb Kanu gesproken, die ook een hartprobleem heeft gehad. Anders dan ik, maar hij heeft mij wel geholpen aan mijn dokter."

Jansen klopte, na zijn consult bij Nwankwo Kanu, de oud-speler van Ajax, aan bij professor dokter M.J. Schalij van het Leids Universitair Medisch Centrum en kreeg te horen wat hij wilde horen. "Hij kon mij kon helpen. Leiden staat in contact met Boston, Amerika, daar zijn ze verder. Mijn gegevens zijn daar bekend. Waarom Nijmegen niet en Leiden wel? Misschien is het net als met voetballers; je hebt goede en slechte."

En Michael Jansen. Vlak voordat zjn hartstoornis aan licht kwam, steeg zijn ster. Hij verlengde zijn contract bij Vitesse tot 2008, was in beeld bij Ajax en kreeg een invitatie van bondscoach Marco van Basten. Het besef dat zijn voetballoopbaan op een breekpunt stond, drong nauwelijks tot hem door.

Er was geen zweem van twijfel, zegt hij. Zelfs niet toen hij de werking van zijn icd ondervond. Tijdens de training kreeg hij de schok. "Alsof je je vinger in een stopcontact steekt. Denk ik, want dat heb ik nooit meegemaakt. Je voelt het wel. Dan ga je naar het ziekenhuis en wordt het apparaatje bekeken en opnieuw afgesteld. Bij een hartstilstand krijgen je hersenen even geen zuurstof meer. Dan wordt het zwart voor de ogen. Maar ik ben niet buiten bewustzijn geweest. Het apparaat stond heel zuinig stond afgesteld."

Hij werkte stoïcijns verder aan zijn missie. "Die twee jaar zijn best snel omgegaan. Misschien omdat ik alleen gefocust was op deze dag: de dag dat ik weer kan voetballen."