SINT-MICHIELSGESTEL - Lars Boom schreeuwde het uit van vreugde. Met felle ogen en vol bravoure wijzend op zijn eigen torso mocht de hele wereld weten dat hij zijn nationale veldrittitel opnieuw had weten te bemachtigen.
"Het was eigenlijk een beetje te spannend geweest. Alles kwam aan op
de laatste ronde. Het was zenuwslopend", verklaarde Boom de ontlading
in het smalle finishstraatje op het Ruwenbergterrein in SintMichielsgestel.
Vijf renners reden rondenlang samen aan de leiding: Boom, Thijs Al, Gerben de
Knegt, Wilant van Gils en de onverwoestbare plaatselijke favoriet Richard
Groenendaal. "Ik voelde al na de eerste ronde dat er geen wegkomen aan
was", zei Boom, nadat hij in een bloedsnelle laatste ronde zijn vier
medevluchters achter zich had gelaten.
De Rabobankrenner heeft de
reputatie een kampioenschapsrenner te zijn. Hij kan als geen ander naar een
wedstrijd toeleven en de koers lezen. Hij kan stoempen, maar als het niet
met brute kracht lukt, bijt de Brabander zich vast in de wil om te winnen. "
Dan is het afwachten en een klootzak zijn", zegt hij.
Boom had
van de belofterace op zaterdag geleerd dat het er in de laatste ronde op aan
kwam om - halverwege het rondje - als eerste het aluminiumbruggetje te
nemen. "Daarna kunnen de anderen je bijna niet meer passeren."
Rondenlang zat Boom op dat moment te azen. Richard Groenendaal slaagde er in
het eerste gedeelte van de wedstrijd enkele keren in om Boom uit het wiel te
rijden, maar steeds dichtte de titelverdediger het gat. "Ik wilde iets
forceren, maar dat lukte dus niet." Omdat het parkoers dat niet
toestond en omdat de vijf vooral de nieuwe breedte van het Nederlandse
veldrijden belichaamden. Groenendaal: "Toen wisten we dat het er op
aankwam in de laatste ronde als eerste over die brug te komen."
Met een felle aanval bij het ingaan van die laatste ronde, rolde Thijs Al
volgens Groenendaal de loper uit voor Boom. Al beaamde het. "Het was de
enige manier voor mij om iets te forceren. Zo hard mogelijk naar die brug
rijden en dan de tegenaanval van Boom pareren. Dat laatste lukte net niet."
Boom kwam er overheen en Al legde zich neer bij de nederlaag. "Dat is
mijn makke. Ik keek om, zag dat ik zeker tweede was en dan vind ik het al
mooi." Op dat moment boog Thijs Al vooral in mentaal opzicht het hoofd
voor Boom. "Als je vol aangaat, sla je een gaatje, maar Lars kan na een
bocht vanuit het niets zo ontzettend hard aanzetten dat hij direct weer in
je wiel zit. In Hofstade brak hij op een gegeven moment wél, omdat het
parkoers daar loodzwaar was en omdat de man die steeds aanviel Nys heette.
Dat was vandaag dus anders."
Over drie weken volgt nu het WK.
Hoe Boom daar naar toe piekt? "Door zoals altijd te leven voor je
sport. Op tijd naar bed, jezelf goed verzorgen." Na het NK van gisteren
gaat hij weer iets zelfverzekerder naar dat WK. "Ik heb vandaag toch
laten zien goed met spanning te kunnen omgaan."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.























