WARMENHUIZEN - In de Zesdaagse van Amsterdam treft hij volgende week Paolo Bettini en Erik Zabel. Komend weekeinde rijdt hij op de baan in Alkmaar de EK, net als Theo Bos.
En de afgelopen dagen trof Matthé Pronk nog Tom Boonen op de weg, in
Parijs-Tours en de Sluitingsprijs van Putte-Kapellen. De 34-jarige
wielerprof van Cycle-Collstrop staat minder in de schijnwerpers dan genoemd
kwartet, maar is wel de enige die ál die wedstrijden rijdt.
"
Ik moet binnenkort, voor de belastingen, weer gaan tellen hoeveel koersdagen
ik in 2008 heb gemaakt. Ieder jaar zit ik wel tussen de tachtig en honderd.
En er zijn jaren geweest dat ik, met baanwedstrijden erbij, op 160 dagen
kwam."
Pronk zeurt nooit. Belt de ploegleiding, dan stapt hij
op. Koers op koers stoempt hij weg. Parijs-Tours én Putte-Kapellen, het kon
er ook nog wel bij. Ook al hoopt de Noord-Hollander zaterdag zijn Europese
titel achter de derny te prolongeren en kon hij daardoor maar weinig trainen
op de piste in Alkmaar. "Als je baas, die iedere maand je salaris
overmaakt, belt en zegt dat hij werk voor je heeft, dan doe je dat toch?
Heel soms zeg ik wel eens: 'Zou het niet beter zijn als ik even wat minder
koers'. Daar wordt dan wel naar geluisterd. Maar ach, ik doe het gewoon ook
graag."
In Putte-Kapellen sprak hij dinsdag renners die
zeiden dat ze blij waren dat het wegseizoen erop zat. "Ze hadden het
helemaal gehad. Maar, zeg ik dan, je kan nog lekker in korte broek de weg
op, prachtig toch. Al heb ik me, ik moet het eerlijk zeggen, in Putte-
Kapellen vanwege de EK een beetje proberen te drukken."
Hij
is de échte liefhebber. Maar ook een realist. Er moet brood op de plank
komen. "Ik heb drie kinderen."
Vorig seizoen was hij nog
tot half december aan het leuren om een contract. Hij zou zelfs zijn fiets
opbergen en bij een ingenieursbureau aan de slag gaan. Nu heeft Pronk al
zekerheid voor 2009, hij gaat rijden voor Vacansoleil.
De
inkomsten zijn de laatste jaren bepaald niet gestegen. Bij de Raboploeg, van
1999 tot 2002 zijn werkgever, was het prima, en ook bij Unibet was de
beloning goed. "Maar een vetpot is het allang niet meer. Steeds meer
renners nemen genoegen met minder. Aan de andere kant, ze willen een oudje
als ik klaarblijkelijk nog wel hebben."
Het liefst rijdt Pronk
op de wielerbaan. "De weg is mijn brood, de baan heeft mijn hart."
Vandaar dat hij de Zesdaagsen ook graag rijdt. Voor Amsterdam en Rotterdam
heeft hij een contract. "Vorige winter reed ik er acht. Maar worden het
er nu vier dan is dat, met het oog op het wegseizoen, eigenlijk beter."
Zaterdag verdedigt hij zijn Europese titel achter de derny. De Belg Iljo
Keisse is zijn belangrijkste tegenstrever, broer Jos - vorig jaar derde -
een bondgenoot. "We hebben het er nog niet over gehad, maar misschien
kunnen we wat voor elkaar betekenen. Ik zou ook wel voor hem willen rijden."
Pronk is een beetje ongewis hoe het met zijn vorm staat. "
Inhoud voldoende, maar qua souplesse is het afwachten."
Bijna geen Britten op EK
De EK baanwielrennen, die morgen in Alkmaar beginnen, zijn de eerste gelegenheid voor de Nederlandse renners om de vieze smaak van de goeddeels mislukte Olympische Spelen weg te spoelen. Revanche nemen op de in Peking oppermachtige Britten is overigens onmogelijk, in Alkmaar start slechts een zeer bescheiden Britse afvaardiging.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.























