„Eind april kwam ik ten val in de Omloop van Sneek. Er was een grote valpartij en daar lag ik bij“, vertelt de 26-jarige renster uit Lienden. „Ik was op m’n hoofd gevallen en had een zware hersenschudding en een gekneusd bovenbeen. Na een week trainde ik alweer. Veel te vroeg natuurlijk, ik zat met hoofdpijn op de fiets. Maar ik wilde per se weer fietsen. Ik geniet echt van het fietsen, kan maar moeilijk zonder.“
Een tweede zware valpartij later dat seizoen in een etappewedstrijd in Ierland was de druppel. „Een mile voor de finish kwam ik ten val en brak daarbij mijn sleutelbeen. Het was een gecompliceerde breuk waardoor ik geopereerd moest worden. Toen heb ik noodgedwongen een maand rust moeten houden. Ik had daarna nog veel pijn, ik kon mijn stuur niet vasthouden. Later bleek dat de breuk niet helemaal geheeld was.“
„Na die valpartij heb ik besloten om te stoppen met rijden van wedstrijden“, vervolgt het nichtje van Anita Hakkert, de eerste Nederlands kampioene veldrijden uit Geldermalsen. „De motivatie was weg om weer vanaf nul te beginnen. Bovendien was ik ontzettend bang op de fiets. Het plezier was een beetje weg.“
De ommekeer kwam toen ze Henk Lubberding ontmoette tijdens een mountainbikeclinc. De oud-prof is nu haar mentor. „Na de clinic raakten we aan de praat en ik vertelde hem dat ik wilde stoppen, omdat ik na die valpartijen zo angstig was geworden. Later heb ik hem een mailtje gestuurd om hem te bedanken voor de leuke clinic. Zo is het contact ontstaan.“
„Ik kan hem altijd bellen als ik het even niet zie zitten. We zijn een keer samen wezen trainen en toen adviseerde hij me dat ik wat zwaarder moest gaan fietsen. Ik trainde altijd op het binnenblad. Ik had Lance Armstrong in de Tour de France op een lichte versnelling zien rijden en dus trainde ik ook op souplesse. Ik moest en zou een trapfrequentie van 110 per minuut halen. En ook in de wedstrijden reed ik licht. Ik moest dan ook vaak lossen. Sinds ik meer op macht ben gaan tainen gaat het een stuk beter.“
Verkerk maakte in 2001 kennis met de wielersport. „Tot dan toe had ik altijd fanatiek hardgelopen, maar door een blessure kon dat niet meer. Ik ben op zoek gegaan naar iets anders, in de sportschool ben ik gaan spinnen. Eén keer per week en op het laatst zelfs vijf keer. Als ik ergens voor ga, dan stort ik me er ook voor 200 procent in. Dat zit in mijn karakter.“
Ze begon met het rijden van toertochten, startte een eigen fietsgroep, met het schildersbedrijf van haar vader als sponsor en vroeg in 2004 een licentie aan. „Ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Ik was er een week kapot van als ik in een toertocht een gemiddelde van onder de dertig kilometer per uur haalde. Als ik nou wedstrijden ga rijden, zou ik zeker niet onder dat gemiddelde komen, was mijn redenatie.“
Het eerste seizoen was zwaar. Verkerk trainde veel en hard en halverwege het seizoen was ze opgebrand. „Als het om trainen gaat, ben ik een beetje dwangmatig. Ik trainde iedere dag twee tot drie uur volle bak. Ik dacht dat dat goed was en het kostte me ook niet zoveel moeite want ik geniet echt op de fiets. Een dag zonder fietsen vind ik vreselijk. Daar heb ik nog steeds moeite mee, maar ik besef nu wel dat het beter is om af en toe wat gas terug te nemen. Mijn vriend remt me gelukkig wel af. Als het aan mij ligt, rij ik vijf wedstrijden per week.“
Dit seizoen gaat met ups en downs. Soms gaat het peloton nog te hard, maar de eerste podiumplaats is inmiddels ook een feit. „De ‘wind en wapper’ klassiekers zijn nog een stapje te hoog voor mij. Maar ik denk ook dat dat vooral tussen mijn oren zit. Fysiek gezien heb ik het in me om een goede wielrenster te worden. Ik ben vrij licht en testen laten zien dat het met de conditie wel goed zit.“
„Mijn derde plaats in de wielerronde van Papendal heeft me in ieder geval een flinke boost gegeven. En twee weken geleden heb ik weer dezelfde etappekoers gereden in Ierland waar ik vorig jaar gevallen ben. Ik moest daar van mezelf meedoen, maar ik was tegelijkertijd doodsbang. Toen ik de finish zonder kleerscheuren had gehaald, kon ik zeggen dat ik over mijn angst heen was.“
Dit weekeinde rijdt Verkerk voor de eerste keer ronde van Ochten. „Ik kijk er naar uit en tegelijkertijd zie ik er ook als een berg tegenop. Ochten is een zwaar rondje en ik hoop dat ik de finish haal. Als dat niet lukt, is er ook geen man overboord. Vroeger trok ik me altijd veel aan van de mening van anderen. Wat ze wel niet dachten als ik moest lossen. Dat heb ik nu niet meer. Ik fiets voor mezelf.“
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.























