PEKING - Dankzij de slimme inzet van licht moeten de Nederlandse zwemmers
meer kans maken op olympische medailles in Peking. Pieter van den
Hoogenband, Marleen Veldhuis en Maarten van der Weijden doen mee aan een
speciaal programma van de Stichting Onderzoek Licht en Gezondheid (SOLG),
waarbij ze op gezette tijden aan grote hoeveelheden licht worden
blootgesteld.
Uit de eerste onderzoeksgegevens blijkt dat de sporters vooral in de ochtend
harder zwemmen. De exacte trainingstijden worden niet bekendgemaakt om de
concurrentie niet in de kaart te spelen.
De zwemploeg kwam vorig
jaar bij de SOLG met twee verzoeken: het verminderen van de vervelende
gevolgen van een jetlag én het verbeteren van de prestaties in de
ochtenduren. Vanwege de televisierechten in de Verenigde Staten worden de
zwemfinales tijdens de Spelen tegen de traditie in 's morgens vroeg
gehouden.
Voor de sporters betekent dat een grote omschakeling,
ook omdat mensen het meest alert en geconcentreerd zijn in de vroege avond. "
De extra snelheid gaat om honderdsten van seconden", zegt SOLG-directeur
Toine Schoutens, die het onderzoek leidt. "Maar dat is bij zwemmers wél
het verschil tussen zilver en goud."
Om de prestaties te
verbeteren, moet het aandeel cortisol in het lichaam in de ochtenduren hoger
worden dan normaal het geval is. Om eerder op de dag meer van dit
'activiteitshormoon' aan te maken, gebruiken de sporters onder meer een
lichtwekker en een zogenoemd energylight.
De zwemmers worden
gewekt met een lichtwekker die de opkomende zon nabootst en geleidelijk
steeds meer licht afgeeft. Daarna moeten ze een halfuur achter het
energylight zitten, een soort lichtbak die grote hoeveelheden licht (lux)
afgeeft. De sporters maken zo zo'n 30 procent meer cortisol aan dan normaal.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties



















