Henry kwam vijf jaar geleden als onbekende tiener naar Athene, maar verliet de Griekse hoofdstad als de onbetwiste zwemkoningin van de sprintnummers. Op de 100 meter scherpte ze in de halve finale het wereldrecord aan tot 53,32 seconden, waarna ze in de eindstrijd Inge de Bruijn aftroefde. Ook op twee estafettenummers greep Henry de olympische titel. Bij de WK in Montreal werd ze wereldkampioene op de 100 meter en op de estafette, twee jaar later voegde ze bij de WK in Melbourne nog tweemaal WK-goud aan haar collectie toe.
Het bleken haar laatste successen te zijn. Een bekkenblessure zorgde ervoor dat Henry nooit meer haar topniveau kon halen.























