article
1.6114147
COLUMN - Al vanaf mijn achttiende jaar ga ik naar het zuiden. Op gezette tijden. Maar minstens één keer per jaar. Ik weet niet waarom ik dat doe. Het is daar intussen drukker, hectischer en vooral platter geworden doordat er zoveel mensen komen zoals ik. Er is ook veel meer lawaai en - wat erger is - de typisch lelijkheid van het massatoerisme die zich tergend langzaam, maar heel beslist vergrijpt aan alles wat mooi en puur is. Ik zou er het liefst wegblijven, maar ik kan het gewoon niet.
Het zuiden
COLUMN - Al vanaf mijn achttiende jaar ga ik naar het zuiden. Op gezette tijden. Maar minstens één keer per jaar. Ik weet niet waarom ik dat doe. Het is daar intussen drukker, hectischer en vooral platter geworden doordat er zoveel mensen komen zoals ik. Er is ook veel meer lawaai en - wat erger is - de typisch lelijkheid van het massatoerisme die zich tergend langzaam, maar heel beslist vergrijpt aan alles wat mooi en puur is. Ik zou er het liefst wegblijven, maar ik kan het gewoon niet.
http://www.gelderlander.nl/uit-thuis/columns/jo-wijnen-1.5274290/het-zuiden-1.6114147
2016-05-26T10:51:00+0000
Jo Wijnen
Home / Uit & Thuis / Columns / Jo Wijnen / Het zuiden

Jo Wijnen

Afbeelding
Onderwerp
Jo Wijnen (1939) was zijn beroepsleven lang werkzaam als journalist, onder meer als correspondent voor De Gelderlander in Washington en Brussel.
Auteur
Door Jo Wijnen
Terug naar Blog overzicht

Over dit blog

Later werd hij onderdeel van de hoofdredactie van het Dagblad voor Noord-Limburg en Dagblad de Limburger. Hij schreef ook een aantal essaybundels. Zijn column verschijnt op donderdagen in De Gelderlander.

Het zuiden

Reacties
Reageer
COLUMN - Al vanaf mijn achttiende jaar ga ik naar het zuiden. Op gezette tijden. Maar minstens één keer per jaar. Ik weet niet waarom ik dat doe. Het is daar intussen drukker, hectischer en vooral platter geworden doordat er zoveel mensen komen zoals ik. Er is ook veel meer lawaai en - wat erger is - de typisch lelijkheid van het massatoerisme die zich tergend langzaam, maar heel beslist vergrijpt aan alles wat mooi en puur is. Ik zou er het liefst wegblijven, maar ik kan het gewoon niet.

Ik zou er ook graag willen wonen, maar er toch niet altijd willen zijn. Ik móét er heen, maar ik weet dat ik er niet thuishoor en er dus nooit zal aarden. Toch zit het zuiden in mijn knoken, mijn kop en misschien wel in alles wat ik ben. Dus blijf ik die kant uit gaan, tot mijn laatste snik, als bezoeker, als noorderling, als de toerist die geen toerist wil zijn, maar het daarom juist is.

Dit keer was de hak van Italië aan de beurt. Aan de ene kant de groen-blauwe Adriatische Zee die zich van de laatste winterse schuimkopjes bediende, maar al behaagziek uitrolde over het witte zand van de stranden. Hogerop de kustvlakte waarop - naar men zegt - zestig miljoen olijfbomen groeien waarvan er sommige meer dan drieduidend jaar oud zouden zijn. Daarachter een hoogte van kalksteen met veel stralende dorpen, wijnvelden en grotten waarover in mei nogal eens een snijdende en enigszins straffe wind wil waaien. En tenslotte een leegte die zich kilometers verderop verliest in de uitlopers van de Apennijnen.

Over steden zoals Bari, Lecce, Matera, Ostuni en Otranto zal ik het niet hebben, doodeenvoudig omdat ik er geen woorden voor heb. Want ook dát ontdekte ik daarginds: dat ik niet meer weet wat ik er van zeggen moet. De overmoedige beschrijvingen waaraan ik mij vroeger graag te buiten ging, hebben plaatsgemaakt voor een stomheid die mij zachtjes, maar beslist slaat. Inderdaad, het zuiden legt mij steeds vaker het zwijgen op, terwijl ik het steeds beter begrijp. Het is net alsof mijn zintuigen mij geen informatie meer verschaffen over wat ik beleef, meemaak en ervaar. Alles verdwijnt meteen in mijn dieper zelf om zich daar als een woordeloze indruk schuil te houden. Daar staat tegenover dat het groeiend onvermogen om het zuiden te beschrijven mij juist in staat stelt het intenser te ervaren. De woorden raken op, de beschrijvingen voldoen niet meer.

Het ouder worden gaat aldus met een toenemende zwijgzaamheid gepaard die alle ruimte geeft aan het mooiste dat er uiteindelijk is: de voorbije tijd en alle herinneringen die daarin gedijen en die zijn wat je ooit was en wat je nu bent. Het is zoiets als een kalme melancholie die straks - dankzij dat zuiden - in een wijze berusting eindigt. Dat hoop ik althans.


Overledenen in de regio

Meer informatie overlijdensadvertenties