article
1.6539071
Dat heb je wel eens: alles klopt, alles op tijd. Ik was met de trein op weg en las in een blad van de NS een interview met de schrijver Arthur Japin. „Hoe meer je reist, hoe losser je wordt”, zei Japin. Omdat ik op dat moment nog zo’n 150 kilometer had te gaan en bovendien in een stiltecoupé zat, had ik alle tijd daar over na te denken.
Thuis
Dat heb je wel eens: alles klopt, alles op tijd. Ik was met de trein op weg en las in een blad van de NS een interview met de schrijver Arthur Japin. „Hoe meer je reist, hoe losser je wordt”, zei Japin. Omdat ik op dat moment nog zo’n 150 kilometer had te gaan en bovendien in een stiltecoupé zat, had ik alle tijd daar over na te denken.
http://www.gelderlander.nl/uit-thuis/columns/jo-wijnen-1.5274290/thuis-1.6539071
2016-10-18T08:41:00+0000
Jo Wijnen

Jo Wijnen

Afbeelding
Onderwerp
Jo Wijnen (1939) was zijn beroepsleven lang werkzaam als journalist, onder meer als correspondent voor De Gelderlander in Washington en Brussel.
Auteur
Door Jo Wijnen
Terug naar Blog overzicht

Over dit blog

Later werd hij onderdeel van de hoofdredactie van het Dagblad voor Noord-Limburg en Dagblad de Limburger. Hij schreef ook een aantal essaybundels. Zijn column verschijnt op donderdagen in De Gelderlander.

Thuis

Reacties
Reageer
Dat heb je wel eens: alles klopt, alles op tijd. Ik was met de trein op weg en las in een blad van de NS een interview met de schrijver Arthur Japin. „Hoe meer je reist, hoe losser je wordt”, zei Japin. Omdat ik op dat moment nog zo’n 150 kilometer had te gaan en bovendien in een stiltecoupé zat, had ik alle tijd daar over na te denken.

Ik durf van mijzelf te zeggen dat ik tamelijk veel heb gereisd, maar ik weet niet of ik er losser van ben geworden.

„Schrijvers kunnen het zo mooi zeggen”, zei mijn moeder altijd. Waarop mijn vader: „Dat komt doordat schrijvers goed praten hebben.” Even verderop in het interview zegt Japin: „Als je nooit ergens een thuis hebt gehad, dan wordt overal je thuis.” Mooi gezegd, maar goed praten, dacht ik. Want ik ken nogal wat mensen die nooit een thuis hebben gehad en die juist daarom ook nooit een thuis hebben gekregen.

Je thuis zit onder je huid of in je hoofd. Het staat voor de geborgenheid van je jongste jaren. Het is niet alleen de fysieke omgeving waarin je bent grootgebracht – een huis, een tuin, een straat – maar ook waarin je tijd en gelegenheid krijgt om te worden wie en wat je bent. Zonder zo’n thuis is de volwassenheid vrijwel onhaalbaar. En zonder volwassenheid ben je nergens thuis, zelfs niet in jezelf.

De trein raasde voort en ik raakte steeds verder van huis, maar ook steeds dichter bij mijn bestemming. De conducteur en de jongeman met de koffie en de gevulde koeken waren er al geweest toen me inviel hoe raadselachtig het thuis en het bijbehorend thuisgevoel is. Je kunt er van alles over zeggen, maar je staat evengoed met de mond vol tanden. In je thuis huist een stuk van je leven, misschien wel het leven zelf. Je hebt jezelf in dat thuis ontdekt, je hebt er gespeeld en gedroomd. Het is de wereld waarin je jezelf hebt uitgeprobeerd en waarin – omgekeerd – de wereld jóú heeft uitgeprobeerd. Je leert er wat je te doen en te laten hebt. Je krijgt er het eerste besef van de liefde, maar ook van het onbehagen en het alleen zijn.

Thuis is vallen en opstaan, buigen of barsten en soms zelfs hozen of verzuipen. Op een bepaalde leeftijd wil je er tegen elke prijs weg, maar op een bepaalde ándere leeftijd zou je er het allerliefst naar terug willen om dan te ontdekken dat je thuis er niet meer is. Dus zoek je een plek voor jezelf die gaandeweg niet alleen jouw thuis, maar ook dat van ‘de jouwen’ wordt.

In Den Haag moest ik overstappen. Alles klopte, alles op tijd. Behalve de uitspraak dat als je nooit ergens een thuis hebt gehad, je overal thuis bent. Schrijvers hebben goed praten!



Overledenen in de regio

Meer informatie overlijdensadvertenties