CALELLA - De een hing ondersteboven in de bus, alleen nog vast in de gordels. De ander lag beklemd onder een stoel. De leerlingen van 4 havo en vwo van het Canisius College uit Nijmegen kunnen zich het ongeluk van ’s ochtends vroeg nog levendig herinneren.
Zie ook:
„Ik zie het nog van minuut tot minuut voor me. Een nachtmerrie”, vertelt een leerlinge terwijl ze samen met haar vriendinnen op een hotelbed ligt.
Geëmotioneerd vertellen ze hun verhaal. Over hoe ze lagen te slapen na uren wakker te zijn geweest, over hoe ze hun schoenen en sokken verloren door de klap, van hoe een klasgenoot bedolven raakte onder de inhoud van het chemisch toilet. „Ik zat bovenin, daar was de klap het ergst. Ik kon nog onder mijn stoel vandaan komen, en probeerde anderen te helpen, maar het was zo donker” , aldus een 15-jarige vwo-leerlinge.
Met het licht van haar mobieltje probeerde ze in de ogen te schijnen van haar medepassagiers. De een herinnert zich vooral het angstige geroep met kreten als ’ik stik, ik ga dood’, de ander ruikt nog vooral de geur van benzine en chemisch toilet. De dood van hun klasgenoot kunnen ze nog niet bevatten. Een vriendin van het slachtoffer is flink van slag. Ze heeft het na al die uren nog koud.
„Tweeënhalf uur hebben ze in het ziekenhuis nodig gehad om me weer warm te krijgen” , vertelt de scholiere, nog rillend. Contact met het thuisfront hebben de meesten al gehad. Van sommigen zijn de ouders naar Gerona gekomen, om hun zoon of dochter te bezoeken in het ziekenhuis. Maar ook om alle anderen een hart onder de riem te steken. ’s Avonds komen ze aan in het hotel, waar het de hele avond een drukte van belang is.
Ambulancepersoneel, psychologen en ambassadepersoneel houden alles in de gaten. De leerlingen bewegen zich beneden in de lobby, waar wat Britse toeristen rondlopen, maar waar verder weinig te doen is. Op krukken, met handen en ellebogen in het verband, dwalen ze wat rond, drinken een kopje koffie en kijken verbaasd naar alle media die zich voor het hotel hebben verzameld. „Ik denk dat het pas later tot ons doordringt.
Het enige dat we nu kunnen doen, is elkaar steunen door erover te praten.” En dat doen ze om de tijd te doden voor ze naar huis gaan, vanavond of morgenochtend. Zeker niet met de bus, dat staat vast. De rit van de plek des onheils naar het hotel in Calella was al erg genoeg.
„De buschauffeur reed heel rustig, maar elke bocht was doodeng. 40 kilometer per uur leek al heel hard te gaan, je kunt je niet voorstellen hoe hard je met 100 door zo’n bocht gaat.” De leerlingen die in het ziekenhuis liggen, maken het relatief goed. De klap van maandagmorgen was er echter een die de leerlingen van het Canisius College nooit zullen vergeten. De littekens zitten in hun hoofd.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











