NIJMEGEN - Grabbelen en graaien tussen oude, tweedehands spullen. De Lusemert in Nijmegen is in de loop der jaren maar weinig veranderd. Of toch wel? Sommige mensen komen er langer dan vijftig jaar. De Lusemert (luizenmarkt) in Nijmegen is een begrip. Maar het lijkt langzaam dood te bloeden. Er staat nog hooguit een tiental kraampjes.
Zie ook:
Nieuwe aanwas van de marktkooplui is er namelijk niet. Iedere maandagochtend stalt de vaste groep verkopers haar waar uit over de kleedjes en marktkraampjes op de Sint-Stevenskerkhof, rond de St.- Stevenskerk. Oud gereedschap, spiegels, boeken, gloeilampen, koffiezetapparaten en wekkers. Dagjesmensen en vaste klanten gaan op zoek naar bruikbare prullaria voor in de woon- of slaapkamer.
„Vroeger stond het nog helemaal vol hier. Toen was het ook drukker. Daar is nog maar weinig van over”, zegt Leo Lammers. Hij komt al zijn hele leven naar de ‘oude markt’, en zou het zonde vinden als die verdwijnt.
Verkoper Adrie van Hattum vindt het ook jammer dat er nog maar zo weinig kraampjes zijn. „De Lusemert op deze plek betekent veel voor de stad. Het is een vastigheid voor de inwoners. Elke maandag staan we hier.” Van Hattum ziet dan ook niets in de plannen om de kraampjes naar de Grote Markt te verplaatsen. „Hier weten mensen ons te vinden. Op de Grote Markt hebben we geen vastigheid. Met de Vierdaagse zouden we weer terugmoeten, omdat het plein dan voor festiviteiten in gebruik wordt genomen. Dan raken klanten in de war.”
Marktkoopman Jos Smit denkt daar anders over. „De Grote Markt is nu op maandagochtend een leeg plein. Het is een mooie plek, want we zijn er veel beter zichtbaar. Er moet meer samenhang tussen de nieuwe en de oude markt komen. We staan nu als proef een half jaar met een paar kraampjes op de Grote Markt, maar dat is nog met te weinig. Ik vind wel dat het oude gedeelte rond de kerk bewaard moet blijven overigens.”
<CF4061>Maar wat gebeurt er met de Lusemert als de jeugd het niet overneemt?</CF>
Smit: „Dan is er over een aantal jaren geen markt meer. Ik ben met 56 jaar de jongste hier. Anderen zijn soms 65-plus. Dan houdt het een keer op natuurlijk.”
Dat denkt Adrie van Hattum ook. „Het is niet erg winstgevend. Het moet een beetje een hobby voor je zijn. Lekker met de mensen babbelen. Het contact, de gezelligheid. Dat ziet de jeugd allemaal niet.”
Ondanks het vaste publiek en het onveranderde aanbod van veelal oude meuk, verandert de Lusemert gestaag in een steeds leger stukje oud-Nijmegen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











