ARNHEM - De politie krijgt steeds meer te maken met criminelen die hun kaken stijf op elkaar houden. Dat maakt het lastig zaken op te lossen. „We krijgen tijdens verhoren minder te horen van verdachten dan voorheen”, klaagt korpschef Pim Miltenburg van politieregio Gelderland-Midden.
„Het wordt moeilijk om reeksen inbraken of identieke overvallen aan één verdachte toe te schrijven. Men bekent hoogstens één feit.” Criminoloog Henk Ferwerda: „De harde jongens weten dat je er in Nederland niet slechter van wordt als je zwijgt. Criminelen delen juridische kennis, net zoals ze elkaar technieken leren om auto’s te kraken."
„Een goede advocaat zal zijn cliënt altijd aanraden te zwijgen tot bekend is waaruit het dossier bestaat”, zegt Bart Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten.
Hoofdcommissaris Miltenburg: „Je hebt er bij die helemaal niets zeggen. Het verhoor neemt zo een minder belangrijke plek in bij het bewijzen van misdrijven.” Politie en justitie leunen daardoor zwaarder op technisch bewijs en forensisch onderzoek om een verdachte achter de dikke deur te krijgen.
Afkomst speelt een rol bij de houding tijdens het verhoor. Veel Marokkaanse verdachten bekennen zelfs niet als er spijkerhard bewijs is of als ze op heterdaad worden betrapt. Ook Oost-Europeanen als Roemenen, Polen en Bulgaren bekennen zelden, en zeker geen reeksen delicten. Ferwerda: „Net zo goed als bekend is dat veel Antillianen vrij gemakkelijk bekennen, zal elke rechercheur je vertellen dat vooral jonge Marokkanen en geharde criminelen niets loslaten. Of ze bekennen één feit waar ze niet omheen kunnen. Voor Oost-Europeanen geldt hetzelfde."
Volgens Nooitgedagt werkt zwijgen zeker niet altijd in het voordeel van een verdachte. „Als je bijvoorbeeld met een tas met 100.000 euro op Schiphol wordt aangehouden en daar geen goede verklaring voor kan geven, gaat justitie er vanuit dat het het crimineel geld is.”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














