De regionale krant zorgt als enige voor betrouwbare berichtgeving over de lokale politiek en verdient steun, vindt Gelderlander-hoofdredacteur Kees Pijnappels.
Minister Plasterk, verantwoordelijk voor het mediabeleid, voelt er niets
voor de Nederlandse dagbladen de helpende hand te reiken. De PvdA-bewindsman
debatteert donderdag met de Tweede Kamer over zijn begroting voor 2009.
Het kabinet trekt volgend jaar 700 miljoen euro uit voor de publieke omroep.
De kranten moeten het doen met acht miljoen, bestemd voor een
'innovatiefonds'. Sympathiek, maar volstrekt onvoldoende. Kranten beleven
momenteel zware tijden. Net zoals overigens menig andere bedrijfstak.
Het verschil is dat bij het dagblad de conjuncturele malaise, voortkomend uit
de kredietcrisis, bovenop structurele problemen wordt gestapeld.
De Gelderlander ziet al jaren achtereen de oplage gestaag dalen, met enkele
procenten per jaar. Het lezerspubliek vergrijst, van jonge aanwas is
nauwelijks sprake. Op advertentiegebied ondervindt deze krant steeds meer
concurrentie van andere, nieuwe media. Dat vertaalt zich in dalende
omzetten.
Door de huidige economische crisis neemt het aantal
(personeels)advertenties enorm af, waardoor de problemen acuut worden.
Desondanks wil minister Plasterk de kranten afschepen met een fooi. De branche
is van oudsher particulier en economisch zelfstandig. Had ze zich eerder
vernieuwd, dan was het niet zo ver gekomen, stelt hij. Bovendien bestaat de
kans dat steun aan de kranten direct in de zakken van (buitenlandse)
aandeelhouders verdwijnt en dat kan nooit de bedoeling zijn.
Op
zich heeft hij daar gelijk in. Tegelijkertijd gaat hij daarmee voorbij aan
het gevaar dat dreigt, zeker ten aanzien van de regionale kranten. Dat
gevaar is dat delen van Nederland in de toekomst verstoken blijven van
betrouwbare en onafhankelijke regionale journalistiek.
De houding
van de minister valt niet te rijmen met de steun die Hilversum en de
regionale omroepen elk jaar ontvangen, voor een totaalbedrag van 700 miljoen
euro.
Met dat geld gebeurt veel goeds, maar ook veel onzinnigs.
Waarom moeten daar spelletjesprogramma's van worden betaald? Waarom de
megasalarissen van presentatoren en omroepbazen? Waarom mag RTV Gelderland
gesubsidieerd bezoekers en adverteerders wegtrekken van de website van De
Gelderlander? Waar is de logica van dit alles?
Ondertussen zien we
in de regio de dagbladjournalist stilletjes uitsterven. De Gelderlander telt
ruim veertig gemeenten in het verspreidingsgebied. Onze verslaggevers zijn
vaak de enigen die nog verslag doen van de raadsvergaderingen. Voor de
talloze commissievergaderingen geldt hetzelfde. Andersom bepaalt ons
journalistieke werk geregeld de lokale politieke agenda.
Het gaat
misschien te ver om te zeggen dat de democratie in gevaar komt, als het
regionale dagblad omvalt. Maar het komt het functioneren van het lokaal
bestuur zeker niet ten goede. De kloof tussen burger en plaatselijke
politiek zal nog verder groeien, met alle onvoorspelbare gevolgen van dien.
Het is een illusie te veronderstellen dat de regionale omroep die
informatieleemte kan opvullen. Die heeft daarvoor het netwerk noch de
menskracht. Lokale bloggers kunnen hier en daar best een rol vervullen, maar
bieden over het algemeen geen continuiteit of zijn journalistiek niet
betrouwbaar. Huis-aan-huisbladen zijn uitstekend geschikt voor agenda's en
mededelingen, maar bieden geen onderdak aan serieuze journalistiek.
De minister zou er daarom goed aan doen de maatschappelijke functie van het
regionale dagblad te onderkennen en die vervolgens te beschermen.
Uiteraard niet door zomaar met de geldbuidel te zwaaien, maar in ruil voor
concrete tegenprestaties.
Omgerekend betaalt de rijksoverheid
circa 50 euro per Nederlander per jaar aan de publieke omroep. Een deel van
dat geld zou gereserveerd moeten worden voor de regionale pers. In het
verspreidingsgebied van De Gelderlander wonen een slordige 1,2 miljoen
mensen.
Voor enkele euro's per persoon kunnen we als regionaal
dagblad daar hele nuttige journalistieke diensten voor verrichten. En
verzorgen we in de krant en op de website berichtgeving over gemeenteraden
en commissie. Jaar in, jaar uit, gegarandeerd objectief en onafhankelijk, in
begrijpelijke bewoordingen.
Met een beetje fantasie is zo'n
subsidiemodel te vergelijken met de steun die boeren krijgen voor onderhoud
van het landschap. Hun primaire functie is de productie van voedsel, maar
omdat de samenleving dat belangrijk vindt, fungeren ze in sommige gevallen
als parkwachter in het agrarisch landschap.
Een vergelijkbare rol
kan het regionale dagblad vervullen. De samenleving dient zich de vraag te
stellen of het de moeite loont geld uit te trekken voor het onderhoud van
het democratisch landschap. Kost relatief weinig, maar komt de leefbaarheid
enorm ten goede.
Kees Pijnappels is hoofdredacteur
van De Gelderlander
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











