In een grote optocht gaan de groep supporters zingend via de Terborgseweg naar stadion De Vijverberg. Foto: Jan van den Brink
Vanaf vier uur verzamelen de supporters zich bij Paddy's Pub. Het kampioensfeest vieren ze al voor de wedstrijd. Foto: Jan van den Brink
De vreugde, maar vooral de opluchting is groot bij supporterscafé Brothers als de 2-1 valt. Foto: Jan van den Brink
De groep krijgt gezelschap van een tractor met een bij ieder kampioenschap onmisbare boerenkar met supporters. Foto: Jan van den Brink
Zaterdag, 31 maart 2007 - DOETINCHEM - „Superboeren, superboeren, superboeren...” Het is nog maar vier uur in de middag als in het centrum van mannen met blauwwitte matrozenpetjes en Elvisbrillen al vooruit lopen op het kampioenschap van De Graafschap.
Zie ook:
Een jongen met een reuzenvlag in, hoe kan het ook anders, blauwwit wordt met gejuich begroet. Langzaam groeit de groep superboeren in de hoek bij de Ierse pub Paddy’s, honk van een deel van de vaste kern supporters. Supporters begroeten elkaar alsof ze elkaar al maanden niet meer gezien hebben. Ze hebben er zin, want wat valt er te verliezen? Het kampioenschap en de promotie zitten al in de knip.
„En wie niet springt, is voor Vites...”
Tegen zevenen zet de groep zich in beweging en gaat het alsof het een carnavalsoptocht is door de Hamburgerstraat richting Terborgseweg. Winkelend publiek kijkt de stoet lachend na. Het lijkt alsof het Nederlands elftal kampioen kan worden, alleen de kleur is niet oranje maar blauwwit.
„Witte broek, blauwe trui, dat zijn De Graafschaplui...”
Op de Terborgseweg staat een tractor met aanhangwagen, waar vijf supporters met biertjes in de hand hun makkers uit de stad verwelkomen.
„We willen bier op de tribune...”
De stoet supporters groeit langzaam, niet alleen in de lengte, maar ook in de breedte. Met vijf kilometer per uur gaat het richting De Vijverberg. Een lange file met auto’s en bussen wacht geduldig tot de groep de Kennedylaan in slaat. Tegenliggers wijken uit om de groep te laten passeren.
„Doetinchem, Doetinchem, Doetinchem...”
Een supporter slaat met zijn vuist op het dak van een auto. Voor dat -ie er erg in heeft zit in een politiebus voor de duur van de wedstrijd. Het is de enige wanklank. Bij het stadion komen er twintig supporters uit de boerenwagen.
„We are farmers, superfarmers...”
Zij hebben allemaal geluk en mogen het kampioensfeestje in het stadion meemaken. Anderen zoeken een kroeg op met een groot beeldscherm. In café Ketz is het enthousiasme enigszins getemperd. De spelers doen hun best, maar tegenstander Emmen werkt niet mee. Eenmaal aangekomen bij café Brothers, het andere supporterscafé van Doetinchem. Hier staan de gezichten bedrukt, Emmen heeft gescoord. Het is inmiddels gaan regenen en de straten in het centrum zijn leeg. Dan onverwacht een meevallertje: penalty. De ontlading is groot, maar het kampioenschap is nog niet binnen. Er moet gewonnen worden.
„We love De Graafschap we do...”
Nog even nagelbijten als twee minuten voor tijd de verlossende treffer in het Drenthse net ligt. De televisie verdwijnt achter een hossende massa. De buit is binnen. De discolichten draaien, de muziek begint te pompen: het feest kan beginnen.
„Kampioenen, kampioenen, kampioenen, olé, olé...”
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



















