Acadië was een Franse kolonie die lag in het tegenwoordige New Brunswick en Nova Scotia. De bevolking was Franstalig. In 1713 werd het gebied Engels. Na een periode van wrijving werd de Franstalige bevolking in 1755 door de Engelsen verdreven. Ze kwamen terecht in de moerassen (bayous) van Louisiana, toen nog Frans gebied. De Amerikanen, die het gebied van Napoleon kochten, noemden hen 'Acadians'. Zonder de 'A' en op zijn Amerikaans uitgesproken is die benaming gaandeweg verbasterd tot 'Cajun', de tegenwoordige naam van de bevolking, het gebied en de keuken.
Tegenwoordig wordt de taal, Cajun-Frans oftewel 'patois', nog slechts door een deel van de Cajuns gesproken, voornamelijk door ouderen in de dagelijkse omgang. Maar sedert de jaren zestig van de twintigste eeuw is er wel een hernieuwde belangstelling onder de jeugd voor allerlei culturele activiteiten in die taal, dankzij een door de staat Louisiana opgezet project: de CODOFIL (Council of Development of French in Louisiana). Toch loopt het aantal Franssprekenden snel terug.
Cajunmuziek is een geheel eigen muziekstijl, rond 1900 waarschijnlijk ontstaan uit een mengeling van oude Franse volksmuziek en de muziek van andere immigranten, zoals Duitsers en ook in zekere mate de percussionistische ritmiek van de Creolen in Lousiana. De diatonische accordeon (trekzak met tien knoppen) heeft een leidende rol, begeleid door viool en triangel. Er wordt vaak met hoge stem bij gezongen in het Cajun-Frans. Dankzij de populariteit van trekzakspeler Iry LeJeune (1928-1955) kwam deze dansmuziek met z'n twosteps en walsen rond 1950 echt in trek. Bert Hek: "Er zijn steeds meer invloeden van andere muziekvormen in cajun geïntegreerd. Vooral dankzij militairen die na de verschillende oorlogen terugkeerden naar huis. De laatst twintig jaar is het cajun in een stroomversnelling gekomen. Er zijn veel jonge bands bijgekomen, met moderne invloeden. Maar er zijn ook rock 'n roll-bands met een trekzak of accordeon, en dan noemen ze het cajun, maar daar denk ik iets anders over."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















