Onder meer wordt gecontroleerd of het uitrijden onder de juiste weersomstandigheden gebeurt. Zo mag onder de huidige winterse omstandigheden met besneeuwde en bevroren grond geen mest worden uitgereden. Dit omdat de mest dan niet onder het grondoppervlak kan worden weggewerkt.
Om de uitstoot van de in de mest voorkomende ammoniak in de lucht zo gering mogelijk te houden, moet de mest volgens een woordvoerster van de Algemene Inspectiedienst zo snel mogelijk onder de grond. Door ammoniak verzuurt de bodem en vermindert het aantal plantensoorten. In de praktijk betekent dit, dat bij bouwland de mest in dezelfde bewerking als het uitrijden onder het oppervlak weggewerkt moet worden.
Bij grasland moet gebruik worden gemaakt van een zogeheten zodenbemester die in het weiland sleuven trekt waarin de vloeibare mest wordt ingespoten.
AID, het controle-instituut van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, controleert sinds gisteren omdat in 2009 uit ruim tweeduizend controles bleek dat in 20 procent van de gevallen de mest niet juist of in de periode dat het niet is toegestaan (van 1 september tot en met 31 januari) werd uitgereden. Volgens de AID ligt dat percentage al een aantal jaren rond de twintig.
Overtreders van de voorschriften krijgen een schriftelijke waarschuwing, of bij een ernstigeovertreding een proces-verbaal. Een overtreding kan ook leiden tot minder inkomenssteun voor de gebruiker van de grond.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties












