ARNHEM/NIJMEGEN - Arnhem wordt niet aangesloten op het nachtnet van de Nederlandse Spoorwegen. De provincie Gelderland en de Stadsregio Arnhem Nijmegen hebben er nu geen geld voor over. De NS voelt er bovendien weinig voor het bestaande nachtnet – nu operationeel in de Randstad en bij wijze van proef ook in Brabant – uit te breiden naar Arnhem en Nijmegen.
Voornaamste redenen: het is kostbaar om de stations 's nachts open te houden, de veiligheid van personeel en reizigers is een punt van zorg en het onderhoud aan het spoor (nu vaak 's nachts uitgevoerd) komt in het geding.
Het initiatief voor aansluiting op het nachtnet werd eind 2008 genomen door de Arnhemse en Nijmeegse fracties van D66. Die riepen beide stadsbesturen op, samen met de provincie de mogelijkheden te bekijken. De nachttrein gaat al tot Utrecht, dus leek D66 uitbreiding naar Arnhem en Nijmegen een relatief kleine stap. Voorzitter Jaap Modder van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen liet al direct doorschemeren sceptisch te zijn over de kansen. Hij kwalificeerde de aansluiting op het nachtnet al meteen als 'razend duur'.
Het nachtnet verbindt de grote steden in de Randstad gedurende de nachtelijke uren. Elk uur, elke nacht rijdt een trein die Amsterdam, Schiphol, Den Haag, Delft, Rotterdam en Utrecht aandoet.
De Brabantse steden Breda, Tilburg, Eindhoven en Den Bosch zijn al meer dan twee jaar bij wijze van proef op het nachtnet aangesloten. Aanvankelijk donderdag-, vrijdag en zaterdagnacht, nu alleen nog vrijdag- en zaterdagnacht. Het is een experiment van drie jaar waarvoor de steden en de provincie Noord-Brabant bijna vijf miljoen euro hebben uitgetrokken. Elke stad betaalt een ton per jaar.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties













