Aanleiding is een onderzoek van jurist Stan Meuwese naar dienstweigeraars. Meuwese bevestigt dat de door generaal-majoor Harberts gelaste executie van Meijer onrechtmatig was: het vonnis werd te snel geveld, Meijer kreeg geen fatsoenlijke verdediging, het executiepeloton was onderbemand.
Meijer lag met zijn mannen en twee stuks pantserafweergeschut in de Grebbelinie tegenover een Duitse overmacht. Hij besloot zich terug te trekken toen de situatie hopeloos leek. Hij wilde elders verder vechten.
Harberts vond zijn soldaten laf; hij wilde een afschrikwekkend voorbeeld stellen en drong bij de krijgsraad aan op executie van Meijer. Harberts werd nog voor de capitulatie uit zijn functie ontheven omdat hij was doorgedraaid. Na onthullingen over de gang van zaken in 1970 kreeg Harberts een volkswoede over zich heen en vluchtte naar Engeland, waar hij in 1971 overleed. Jan Marijnissen streed in de jaren negentig al voor eerherstel van Meijer. Toenmalig minister van Defensie Joris Voorhoeve zag geen reden voor nieuw onderzoek. Poppe wijst erop dat honderden Britse en Franse deserteurs uit de Eerste Wereldoorlog zijn gerehabiliteerd en vindt dat Nederland dit voorbeeld moet volgen.
Meijers naam werd van het oorlogsmonument in Rheden verwijderd nadat een oud-strijder er op wees dat hij was gefusilleerd als deserteur. Een stichting ijverde met succes voor een gedenksteen bij Meijers graf in Dieren.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















