ARNHEM - Vanuit zijn woning aan de De la Reijstraat kan Gerard Herbers (70) uitkijken op de Eusebiuskerk, het spoor en Park Sonsbeek. "De binnenstad, het station en mijn werk. Ik heb alles op vijf minuten loopafstand", zegt de Arnhemmer. "Ik kom bijna dagelijks in het park. Het is mijn voor- en achtertuin. Na het eten maak ik er vaak nog een wandeling. Ik ben erbij betrokken. Niet alleen bij het park zelf, maar ook bij de sociale functie ervan."
In 2008 gaf Herbers samen met een paar anderen Sonsboek uit, een boek met
foto's en korte teksten. "Iedere Arnhemmer heeft iets met Sonsbeek. Het
leeft in de harten van de mensen. Daarover gaat het boek."
Op een bankje schreef Herbers voor deze bundel. "Het verhaal is een
voorbeeld van mensen en ontmoetingen in het park. Wie komen er? En wat doen
die mensen?"
Het bankje bij de Zwanenbrug inspireerde Herbers tot het schrijven van zijn
korte verhaal. "Het observeren en beschrijven van die mensen, dat is
typisch wat Simon Carmiggelt ook deed. Je verplaatst je in de anderen. In
hun gedachtegangen en hun gedrag."
Het park is volgens Herbers van onmiskenbare betekenis voor de stad. "Het
is niet alleen een kostenpost. Het is ook een goudmijn. De huizen die erop
uitkijken zijn veel meer waard. Er zijn dus mensen die eraan verdienen. Als
er een hittegolf is, zorgt het groen voor verkoeling. En het is een plek
waar mensen elkaar ontmoeten."
Herbers is fulltime vrijwilliger bij Bezoekerscentrum Sonsbeek. Als gids geeft
hij rondleidingen en hij verzorgt de publiciteit voor het park. Zo houdt hij
de website van het bezoekerscentrum bij. Daarbij is hij betrokken bij de
organisatie van allerlei activiteiten.
"Het voorbereiden van de wandelingen doe ik thuis. Ik weet precies welk
pad waar loopt. Het park zit in mijn hoofd."
Als gids hoorde hij veel verhalen van Arnhemmers over het stadsgroen. "Toen
we tijdens een wandeling langs het Paviljoen liepen waarin nu de Chinees
gevestigd is, vertelde een oudere vrouw dat ze daar vroeger altijd danste.
'Daar waren de jongens', zei ze met glimmende ogen."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














