Hans Marcelis met zijn schilderij 'Vanuit Sonsbeek' tijdens de prijsuitreiking van De Gelderlander kunstwedstrijd 'Zomer in Sonsbeek'.foto Marina Popova
Voorgedragen speech tijdens de prijsuitreiking van 'Zomer in Sonsbeek' op 11 september 2010 door juryvoorzitter Petra Else Jekel, onafhankelijk kunsthistoricus en dichteres.
Arnhem, Juni 2010. De Gelderlander schrijft een kunstwedstrijd uit. Het thema
is 'Zomer in Sonsbeek'. Dus niet zomaar Sonsbeek, het landgoed, de
wandelpaden, de Jansbeek, de bomen en de folly's; niet enkel zomer als
gegeven met connotaties als warm, zon, bloei, uitbundig en vakantie. Het
thema is sferisch, seizoensgebonden, gevoelsmatig.
In de zomer bloeit Sonsbeek op vele manieren: vlotconcerten op de grote
vijver; popmuziek op de ronde weide, een jaar na jaar groter wordend
theaterfestival; de heuvel naast de witte villa haast onafgebroken bedekt
met een zonovergoten, genietende mensenmassa. Maar ook: de groter wordende
stilte als je dieper het bos in loopt, het uitbundige loof met vele
schakeringen bladergroen et cetera.
Het park, waar we nu in zijn, nazomert nu. De zon is over zijn hoogtepunt heen
en de tientallen inzendingen zijn door de redactie voorgeselecteerd. Negen
zogenaamde weekwinnaars stonden achtereenvolgens met hun creatieve product
in het Arnhemse gedeelte van de krant.
Aan de jury de taak om uit deze voorselectie een winnaar te kiezen. De
opdracht was eerder aan het thema gekoppeld dan aan een kunstvorm, een
techniek, een medium. Veel was dus mogelijk: fotografie, tekst, film,
schilderkunst, borduren, kijkdozen, noem het op. Dat leek mij persoonlijk
leuk: zien hoe breed de diversiteit aan media zou uitpakken. In
werkelijkheid bleek het een haast onmogelijke opgave om de gedichten,
schilderijen en foto's die veelal werden ingezonden, naast elkaar te
beoordelen. Hoe kan ik nu zeggen dat dit schilderij met die vormen en
kleuren de zomerse Sonsbeeksfeer beter treft dan dat gedicht, waarin de
beelden door woorden worden opgeroepen en in je eigen efemere verbeelding
ontstaan? De jury, bestaande uit Maarten Reith, Hans Broekhuizen, Jeroen
Glissenaar en ikzelf, de juryvoorzitter, is er desalniettemin, conform de
ons gestelde opdracht, toch uitgekomen.
Enkele impressies van wat voor onze ogen langs kwam tijdens de beoordeling. Ik
zal de namen hier nog niet noemen, maar u kunt alles vandaag rustig nakijken
en zelfs de makers zelf aanspreken.
De ronde weide stampvol cultuurminnend publiek in het felle middaglicht,
gezien vanuit de donkerte onder de schaduwbiedende bomen eromheen; een
vastlegging van een ludieke actie tijdens de beeldenexpositie Sonsbeek 2008,
een Arnhemse kunstenaar voegt zelf clandestien een beeld toe en kunstpubliek
bladert verwoed het routeboekje door maar kan de beeldomschrijving echt niet
vinden; een dromerig beeld van een soort parkgeest, boself of ander
natuurwezen, bij een mysterieus verdubbelde fontein waar de fraaiste zwanen
die Sonsbeek ooit gehuisvest heeft, omheen drijven en dat niet zou misstaan
bij het Sprookjesfestival dat binnenkort weer zal beginnen. Deze inzendingen
laten achtereenvolgens een tegenstelling zien in licht en donker, de vraag
wat kunst is en wat niet en de vermythologisering die al gauw gebeurt in een
park dat zo duidelijk volgens de theatrale principes van de Engelse
landschapsstijl is ontworpen. Ze behoorden uiteindelijk niet tot de Èchte
favorieten van de jury.
"Sonbeek mijn Sonsbeek," de lyrische aanroep die zo uit de klassieke
dichtkunst gegrepen kan zijn, waarmee het gedicht begint, wordt halverwege
herhaald. Het klinkt als een oprechte en uit het hart gegrepen
liefdesverklaring aan het park in ·lle seizoenen. Ook een ander gedicht, een
sonnet, bezingt de persoonlijke liefde voor dit stukje Arnhem dat zo dicht
de kern van haar identiteit raakt: "Telkens in staat opnieuw mijn
zinnen te verleiden, echter, plaatsvervanger voor mijn geliefde zul je nooit
zijn. Toch blijf ik je bezoeken tot het eind der tijden." Veel meer
onderkoeld en understated is de tekst die leest als een zkv, een jong genre
dat staat voor 'zeer kort verhaal', en die het tijdloze beeld van de
zogenaamde mannetjes op de bank oproept door precies zulke taal te gebruiken
als zij zelf waarschijnlijk zouden doen. De grote indirectheid, door de
formule "als ik het kon dan zou ik deze mannetjes zÛ beschrijven",
waarna de beschrijving volgt, zorgt vreemd genoeg voor de intense aandacht
die het beeld vervolgens krijgt. Waarna de mopachtige pointe volgt: "Maar
ja, ik kan dat niet." Een extra laag zorgt ervoor dat niet alleen
Sonsbeek, maar ook schrijver en columnist Simon Carmiggelt wordt bezongen.
Zit knap in elkaar, is tijdloos en actueel tegelijkertijd, aldus de jury.
Komen we toe aan de twee inzendingen die de jury een eervolle vermelding wil
geven. Allereerst het schilderij van Linda Bouwman. Maarten Reith zegt
hierover: "Fraai tafereeltje in een grappige stijl, aangenaam licht en
fris. Roept beelden van Sonsbeek op, zonder duidelijke herkenningstekens.
Het zou daarom evenzogoed in een ander park kunnen zijn." Hans
Broekhuizen voegt toe: "Veel verschillende facetten zijn samengebracht
in ÈÈn beeld, zoals de laan, de hoge bomen en het feit dat er altijd mensen
in het park recreÎren en op de bankjes zitten." Ikzelf vind: "Het
zou een illustratie uit een boek kunnen zijn. De kleurstelling is mooi; er
is gekozen voor de contrasterende kleuren groen en rood. In zeer summiere
beeldtaal wordt veel sfeer opgeroepen." Kortom: verfijnd, sfeervol en
fris. Complimenten van de jury.
Dan moet genoemd het gedicht met de titel 'Mergpijpjeskoeien' van Marjolein
Kats.
Een vormvrij gedicht barstenvol werkelijk zeer originele beelden, zoals de
lakenvelder koeien die grazen op de grens van park en stad en die worden
vergeleken met marsepeinen mergpijpkoeken. Beelden die worden opgeroepen
door soms niet al te dagelijkse woorden zoals 'sherpa's'; dat zijn de
berggidsen van de Himalaya. Bijzonder komisch en treffend om de stuwwal waar
dit landschapspark op ligt en die door sommigen onnederlands glooiend wordt
gevonden, te vergelijken met dit hooggebergte, dat het voor Nederlandse
begrippen ook wel is. De beelden zijn niet alleen goed getroffen en
origineel, maar worden ook weer opgepakt aan het eind van het gedicht, waar
ook het woord sjerpen doet denken aan de sherpa's in het begin van het
gedicht. In de woorden van Maarten Reith: "Veel herkenning met park
Sonsbeek, zonder te vervallen in clichÈs of ingewikkelde pseudodichtkunst."
Hans Broekhuizen: "Een mooie beschrijving van het park zoals het in de
stad leeft."
Winnaar is geworden Hans Marcelis, met zijn schilderij vol gloeiende zomerzon
en diverse, sterke herkenningstekens die direct Sonsbeek aan de rand van de
stad Arnhem in de herinnering roepen. Stad en park ontmoeten elkaar bij deze
kunstenaar in het blikveld vanaf de weide naast Van Heeckeren, in een
onderonsje tussen de twee nieuwe horizonherkenningspunten die het profiel
van hedendaags Arnhem vormen, de park- en rijntoren boven het nog in aanbouw
zijnde, vernieuwde station, en de twee ogen van de zonnende zomergast langs
wiens benen we opkijken richting einder. Enkele juryleden hebben hier een
speciale visie op: zij zien in de benen de achterpoten van het kunstwerk
Lazy King. Deze als koning verklede kat kijkt naar de twee kantoorflats waar
veel parkbezoekers na oplevering toch wel wat moeite mee hadden. Voor
jurylid Jeroen Glissenaar bijvoorbeeld, heeft het ook een paar jaar geduurd
voordat hij de torens helemaal geaccepteerd had. Hij vond ze eerst niet bij
het park passen, maar nu zijn ze onderdeel van zijn visuele beleving
geworden. "Het is in het beeld ingesleten," legt hij uit. "Op
een gegeven moment krijgt het een plekje." De jury denkt dat dit
sterke, sprekende beeld zeker een plekje in het collectieve geheugen van de
Arnhemmers verdient en roept het uit tot winnaar van de wedstrijd 'Zomer in
Sonsbeek'.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















