ARNHEM - Minister Schultz van Verkeer houdt bij de besluitvorming over het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) rekening met de gevolgen voor de spoorlijn tussen Arnhem en Oldenzaal. Dat heeft ze toegezegd aan een delegatie uit de provincies Gelderland en Overijssel. De provincies zijn bang dat het aantal goederentreinen op de lijn fors zal stijgen.
Zie ook:
Met het PHS wil minister Schultz een toename van het personenvervoer op de drukste spoorlijnen van het land realiseren (zes intercitys en zes sprinters per uur). Dat heeft tot gevolg dat de spoorlijn tussen Arnhem en Oldenzaal (de zogenoemde Noordtak van de Betuwelijn) veel meer goederentreinen te verwerken krijgt.
De provincies Gelderland en Overijssel en de betrokken gemeenten hebben de minister maandag in een bestuurlijk overleg laten weten geen toename van het aantal goederentreinen in Oost-Nederland te willen als dit betekent dat de overlast nog verder toeneemt en het reizigersvervoer belemmerd wordt. Ze zijn van mening dat de volledige capaciteit van de Betuweroute moet worden benut alvorens het spoorgoederenvervoer in Oost-Nederland te intensiveren.
Gelders gedeputeerde Conny Bieze over het overleg met de minister: "Onze zorgen zijn goed overgekomen. Minister Schultz heeft toegezegd dat ze het vervoer over water en het maximale gebruik van de Betuwelijn meeneemt in de besluitvorming. Ze zal de regionale besturen hier nadrukkelijk in betrekken en komt naar de regio om situatie met eigen ogen te bekijken."
De minister heeft in genoemd overleg toegezegd met 'Oost-Nederland' rond de tafel te gaan zitten alvorens ze een voorstel over het PHS aan de Tweede Kamer voorlegt.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














