Gedichten (1 tot en met 10)

  vrijdag 15 februari 2008 | 11:43 | Laatst bijgewerkt op: vrijdag 15 februari 2008 | 15:33

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

1.

De muur

met elk verwijt stapelen

de stenen zich hoger op

tot hij er dreigend staat;

de muur

met onze ruggen

dwars ertegen aan

gedrukt op dit

godverlaten uur

niet wat je zegt mijn lief

wat je niet zegt

doet helse pijn

toch zullen we

vanonder het puin

kruipend door het

stof en de eenzaamheid

elkaar weer zoeken en

vinden

Marjon Joosten

----------------------------------------------
2.

Penelope Pietersen hield heel erg van flaneren

Wel uren, soms wel dagen lang liep zij heen en ook were

Ze droeg altijd een mantelpak en soms een hoed met veren

Ze was verzot op smachten en op oeverloos begeren

Totdat ze op een mooie dag succes had bij drie heren

- ze vonden haar verrukkelijk, durfde ze zelfs te zweren –

Ze vroegen gelijktijdig of ze wel wilde verkeren

Maar Penelope Pietersen was niet meer te bekeren

Ze lachte schalks: nou, als het mag, zonder u te bezeren

zou ik het met u alledrie wel eens willen proberen

want het idee van maar één man vind ik niet te verteren...

en of dat goed gaat zien we wel, de tijd zal het ons leren

Van toen af aan flaneerden zij tesaam in mooie kleren

en heel tevreden zagen zij op deze weg nooit beren.

Joke Beltman

----------------------------------------------

3.

en ik weet wel, van de kilte

van de stijve stilte rondom ons

dat de woorden zullen vallen

en de liefde wordt gezocht.

maar laat me nu genieten

van dicht bij jou te zijn

van het goud, het licht, de zon

nog gevangen in het ons.

Ruth Klapwijk

----------------------------------------------

4.

Spijt

Als jij jouw toorn behoudt

Begraaf ik mijn eigenwaarde

En word ik een schaduw

Van jouw vasthoudendheid

Als jij ons zijn beschouwt

Als een illusie, zonder waarde

Dan rest er slechts mijn adem

Zorgend voor continuïteit

Ik heb een roos geplukt

Maar me verkeken op haar doorns

Ik heb een hoed gekocht

Doch onderschatte ik de wind

Een nevel van verslagenheid

Omstrengelt mij, alvorens

Ik het zand voorzie van woorden

Opdat jij me weer bemint

Ja, in het zand mijn smeekbede

Totdat de zee haar bruut verslindt

Lotte Vermeulen

----------------------------------------------

5.

Shanghai Hotel, kamer 305

Het vliegtuig gemist, bijna.

Gemiste vrouw, op één haar na.

Lang, stug, blond, en pas op

het laatste eind een kleine slag

naar binnen.

In het hotelbed nog maar net

ontsnapt aan lust door schuld.

Er is vast niets gebeurd.

Buren bij toeval, werken aan de grenzen

van het weten. De portier is aardig,

geeft de sleutels met een glimlach.

Borstzak rechts boven:

Kaartjes met mensen en steden. Notities.

Borstzak links boven:

Pasjes voor het geld, pasjes voor de slagboom.

Broekzak links onder.

Ontvangen berichten: gewist.

Verzonden berichten: gewist. Missed calls: one.

Die van mij. Beugeltas die, hap snap,

als vanzelf opengaat en dan weer dicht, vanzelf.

Blootsvoets ben ik, speurster naar geheime briefjes.

Gevonden: "because of you" en

"Maybe you want to take a rest first".

Een kaartje met de regels:

"Good night, don't smoke in bed"

en "The weather tomorrow".

Dit alles lees ik plechtig, stil, terwijl jij scheert:

Gemêleerde baard over één nacht ijs.

Geen moment zal ik je vervelen.

Liesbeth V. Hafenrichter

----------------------------------------------

6.

Vergankelijkheid

Zwalkend langs zompige poelen en ‘s herenwegen,

doorkruist mijn pad een oude spoorwegbaan.

Kaarsrecht en gestadig loopt zij langs mij hene,

slechts geplaagd door de jicht van verzengende roest

Gedesillusioneerd ligt zij wenend aan mijn voeten en

ijlt m

De ongenaakbaar groeiende kruidenweelde strekt zich naar alle denkbare kanten uit.

Dit onverdroten wassend groen heeft de laatste gedempte hoop op:

“Er kan, er zal nog eens een trein aan komen”

voorgoed omslingerd en verijdeld.

Zij zijn de stille maar ook ruis veroorzakende getuigen van

deze vergane glorie roest victorie,

Waarvoor ik eerbiedig nog eenmaal mijn onzichtbare hoed laat zijgen. ij toe: “de tijd is hard nietwaar?”

Ik voel treurig met haar mede en voorzie

dat deze rails haar beste tijd reeds lange heeft gehad

Gedegradeerd tot een pittoreske bezienswaardigheid

uit een lang vervlogen antieke doos,

waar een toevallig verdwaalde wandelaar

onbedoeld. maar onvermoeid zijn hiel mee licht.

Bijna nergens meer steun van haar maten,

de bielzen verdwenen bijna allen mettertijd.

Wat nog rest is half vermolmd of weggeroofd als kachelhout.

Verzachtte het de kille oorlogswinter of liet het verder een ieder lijdzaam koud?

Als ook ik dan verder strompel

en via een fragiel brugje toch weer in een ander paneel beland.

Opeens komt daar een beeld naar voren,

waarin een eerdere hoogbejaarde eeuw zich eens zo zorgeloos en jeugdig wisselen liet.

De huisjes aan de waterkant liggen daar nog steeds

als herboren in het filterend kalme zonnelicht

en schijnen mij knipogend toe dat voor geen tijd ooit is gezwicht.

Jacq Bosveld
----------------------------------------------

7.

Sterfbed

Hij wil haar vragen, woordeloos

waar hij moederziel alleen zal staan

als de handen weg zijn van haar bed,

de gordijnen weer geopend.

Zij weet het niet. Hij kijkt terug.

Het water stroomt naar zee. De bruggen troosten

de achtergebleven stad. De oorlog

dreef stroomafwaarts.

Een soldaat slaapt op de oever, zijn gezicht

bedekt met sneeuw. Hij voelt het niet.

De zomer kwam, ze dansten.

Haar hand ligt op zijn hartslag, maar zijn blik

blijft naar de verte.

Als ze er naar vraagt

vertelt hij niets.

Nu schenkt de man

met oude hand haar koffie.

De vrouw voelt hoe haar naam vervliegt.

Haar gedachten, hun gedachten

drijven langzaam uit elkaar.

De dochter die het huis verliet

schrijft stille woorden uit

een stad stroomafwaarts, nu vredig.

De man ziet waar zij gaat, de vrouw ziet

waar hij blijft.

Hij zou haar willen vragen

nog eens met hem te dansen.

Hij vraagt het niet.

Tis Marang

----------------------------------------------

8.

Er zijn uren

dat ik mijn lichaam

nauwelijks bewoon

het is stil sinds jij

er niet meer bent

buiten brandt verdriet

gaten in mijn huid

ik denk aan je

en verschuif de dag

naar later

F. de Haas

9.

Grote lijnen

We lijken in niets meer op de ruiten die ons exposeren, liggen dwars

voor het raam met een ceintuur om onze polsen en met

een meetlint neem ik de maat van je navel.

Bijna niemand heeft weet van mijn hamer, bijna niemand

weet hoe ik als honing aarzel. Je oefent een lastig portret.

Ik leg je vast en wacht automatisch.

Het lawaai in de straten wordt door onze muren

gesteund, wij zijn leeg als het plein en laten

over ons lopen. Ik berg je op in de lakens,

voor later en ga in grote lijnen

naast je liggen. Strijk er met mijn

voorhoofd plooien uit.

Vicky Francken

----------------------------------------------

10.

Verjaardag

Bloemen, niet rooskleurig,

staan te stralen in de vaas.

Kokette en mooie charmes

verkeren tussen gever en ontvanger.

Bezoek is gezellig uit verwachte lijvigheid

en de vruchtentaart iezegrimmig.

Vandaag valuteert kosteloze moeite

haar vriendschapsring in opgetogen rede.

Lang leve de eendagskoning!

Ieder stapje moet uitbundig gevierd,

om dit immers heuglijk feit.

De wedloop met de tijd

in de zoveelste trofee.

Laat bruisen die champagne!!

Daagse crisis en regressiedrang holle

met zevenmijlsongeduld

de berg op en af

uitzichtloos tot aan de top. Voor beide.

Macht verjaart in spanne

naast materiële houdbaarheid.

Zo fonkelt mantiek

om streven

in een mooie slobbertrui.

Cornellli Cosso

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.




Het terugdringen van het aantal 'nachtfeesten' in GelreDome is een aderlating voor cultuurstad Arnhem.

Colofon Arnhem

Stadsredactie Arnhem
Kadestraat 3
Postbus 9500, 6800 KX Arnhem
Telefoon: 026-3579751
E-mail: redactie.arnhem@gelderlander.nl
Fax: 026-3579703

John Bruinsma, chef, 026-3579752
Rob van der Heiden, teamleider, 026-3579771
Marco Bouman, redacteur
Wilma de Cort, redacteur
Henk van Gelder, redacteur
Berrie van Helden, redacteur
Bob van Huët, redacteur
Harry van der Ploeg, redacteur
Maarten Reith, redacteur
Harold Schuil, redacteur
Leon van Wijngaarden, redacteur
Damian Wüst, redacteur
Piet Venhuizen, redacteur

Fotograaf
Hans Broekhuizen, 026-3579796

Eindredactie
Telefoon:
026-3579751
Petra Berendsen, Erika van Gils, Margriet Verschoor

Redactie Sport
Telefoon:
026-3579761
Egbert van der Weerd, teamleider
Gerard Borgman, redacteur
Marco Houterman, redacteur
Pim Roelofs, redacteur
E-mail: sport.arnhem@gelderlander.nl

Adverteren
Arnhem: Marjo Limpens, accountmanager
Telefoon: 08801-32509
Renkum: Maurice Doppen, accountmanager
Telefoon: 08801-32506
Veluwezoom-oost:,
Telefoon: 08801-30809
E-mail: advertenties.nijmegen@gelderlander.nl