101.
Vandaag
Zie ook:
nooit is het onbegrepen
pad van mijn
herinnering aan jou
versleten door de tijd
gemeden door
de naarstig opgeworpen
spijt gevoed door simpel-
weg een nee, een
ja of iets daar tussenin.
Ach, wat het er ook
toe doet, wat er ook
gebeuren moet
het wordt lijkt
meestentijds gevoed
alleen en
enkel maar van
binnenuit door
wat ik heb
beleefd met jou
en wat slechts
was in mij en
verder niemand
zelfs niet jij die
daar onzeker met
je hoofd omlaag
nog zei:’Tot ziens.’
Dat was vandaag
Tjalling Schotanus
-----------------------------------------
102.
Nooit meer,
Nooit meer een aai,
Nooit meer een kus,
Nooit meer een knipoog,
Jouw uitgesproken rust.
Nooit meer die blik.
Die zo speciaal was van jou.
Nooit meer, ‘tot ziens, ik zie je weer gauw’.
Weg is dat alles,
en dat voelt niet fijn
Mijn hart schreeuwt van binnen,
het doet nu zo’n pijn.
Ze zeggen het slijt,
het leven gaat door.
Maar wat heb ik daar aan,
doen we het daar allemaal voor
Ik weet ik moet verder.
En wel zonder jou.
Ik weet dat het slijt.
Maar van mij hoeft het niet nou.
Mieke Pijnappels
-----------------------------------------
103.
Als ik een vogel was,
en jij jij
dan fladderde ik nu achter je aan,
ging op je schouder zitten,
pikte zachtjes in je hals,
in ’t kuiltje achter je oor.
Totdat je zo opzij
je hoofd schuin
vanonder je bril naar me keek.
Dan trok ik gekke bekken,
net zo lang tot je glimlachte.
Maar vogels doen zoiets niet
en ik ben ik, geen vogel.
Gaby Hutjes
-----------------------------------------
104.
ROMMELMARKT
Eens gekoesterd, thans vergeten,
't ligt hier allemaal op een hoop,
soms heel gaaf, soms wat versleten
en 't is allemaal te koop.
Precies zo’n servies
met dat randje van goud
stond vroeger bij oma op 't dressoir te pronken
(het is dus al vele jaren oud)
alleen op zondagn werd eruit gedronken.
Eens gekoesterd, thans vergeten.
Een fotolijstje met daarin
vader, moeder en twee meisjes
met grote strikken in het haar
vormen met elkaar
een vergeeld gezin.
Eens gekoesterd, thans vergeten.
Een doorleefde teddybeer
eens de knuffel van een kind
dat beslist niet wilde slapen
zonder deze trouwe vrind.
Van tal van afgedankte dingen
soms heel gaaf, soms wat versleten,
worden beelden en herinneringen
thans gekoesterd, eens vergeten.
Neeltje Hof
-----------------------------------------
105.
Bij KLAAS GUBBELS: INTERIEUR MET LAMP (2004)
Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan
Couperus
Als grijze vlekken zitten ze daar
als ze eten. Frontaal aan de tafel
die ze delen onder schril getink
van mes en vork, hun geringde vinger
veilig achter de eigen linie
van het blad. Ze kijken weg
van elkaar als gebaar van blijven. Scheef
staan de versleten poten
van tafel en stoelen. Leeg
is het blad nu; de maaltijd komt
en gaat. En als de spons van de schemer
hen dreigt weg te vegen,
doet het kind in haar dat zij niet baarde
het peertje boven tafel aan -
Hoofdmotief in het werk van kunstenaar Klaas Gubbels (1934) is de tafel die hij de ene keer weergeeft als object per se, de andere keer als abstractie van zijn gedachten.
Inge Boulonois
-----------------------------------------
106.
Goudgele dood
Ontsnappingskans.
De stenen lijken roodgloeiend. Ik zou willen dat het de avondzon was die het deed, maar ook
e rails is besmeurd. Rood met rood.
Laat Marco maar zingen, mij doet het sidderen. Een rilling door mijn rug, stemmen
verstommen. Iedereen is in staat van chaos, er wordt gehuild van schrik en schuld, anderen
kijken slechts op hun horloge.
Een man glimlacht vanachter zijn laptop vandaan. Hij is net begonnen zijn formulier van de
NS in te vullen. Zoveel oponthoud betekent immers geld terug.
Ik zou willen dat ik ook jou er mee kreeg.
Niemand ziet wat ik weet; bloed dat nu enkel vuil is was voorheen omhuld. Nu onthuld langs
daar waar ik loop. Daar waar wij nooit meer samen in zullen stappen, stapte jij ervoor.
Helaas had je goudgele dood geen vertraging.
Maud-Sarah Verwegen
-----------------------------------------
107.
wat van jou was
nu je steeds meer in de dingen kruipt
tussen boeken, in de kast
noem ik de vreemdste voorwerpen
bij jouw naam
ik pak je op en smijt je
in een schoenendoos
of in een uitgelichte vitrine
of uit het raam
ik maak jou
wat je aanraakte
net zo oud als jij
en mijn herinnering
ik zal je steeds meer
in de dingen dwingen
zodat, hoewel jij weg ging
ik bepaal hoe ver
Casper Fioole
-----------------------------------------
108
Chittagong
Hoe gaten
groter druppen,
vlok
na vlok
valt,
en alles van waarde
weg is.
Reden genoeg om erbij
te gaan liggen,
log in rul zand
en de lebber van vloed
Wind schuurt zout
langs stalen botten,
en we zullen nooit
meer toffe jongens zijn.
Wibo Kosters
-----------------------------------------
109.
Ze is niet meer
Die ze ooit was
Ze is oud
Maar niet
De ouwe
Ze weet niet meer
Wat ze eens wist
Haar geheugen gaat
Verflauwen
Ze wordt gauw moe
Schuifelt langzaam
Van me weg
En ik kijk toe
Niet in staat
Het tij te keren
Wie vertelt me
Hoe het verder gaat ?
De tijd
Die zal het leren.
Jan Werkman
-----------------------------------------
110.
Enkel Een Silhouet
Ik moet het stellen zonder vingerafdrukken
en zonder de kleur van je ogen
Geen oren, geen armen, geen benen, geen naam of gezicht,
en niets dat beweegt
Geen woord, geen gefluister:
alleen een eentonige stilte die je omgeeft
Dus dicht ik je een leven toe,
verzin dat je glimlacht,
af en toe eet
Warm bloed in de aderen hebt,
misschien zelfs een geboortevlek op je schouder, bovenarm, been
Dat je slaapt,
alleen,
in een veel te groot bed
met een hand onder het kussen
en,
terwijl je onbegrijpelijke zinnen zegt,
droomt
dat je leeft.
Rino Feys
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















