ARNHEM - Beeldententoonstelling Sonsbeek 2008 in Arnhem, die morgen opent,
is de tiende aflevering sinds 1949. Vaak stond de traditie te wankelen. Een
succesvolle editie is hard nodig, anders dreigt het doek te vallen.
Zie ook:
Ooit gehoord van El Anatsui, Thomas Houseago en Lara Schnitger? Of klinken de namen van Auguste Rodin en Henry Moore bekender in de oren? Vermoedelijk de laatste.
Toch zijn de namen van al deze kunstenaars verbonden aan de internationale
beeldententoonstelling Sonsbeek in het gelijknamige Arnhemse stadspark. Maar
waar de eerste vijf Sonsbeek-tentoonstellingen overwegend beroemde, oude
werken van bekende namen lieten zien, geven de laatste vijf exposities een
beeld van de hedendaagse kunst.
Van veel buitenlandse deelnemers
aan Sonsbeek 2008: Grandeur, de tentoonstelling die morgen wordt geopend,
zal kunstminnend Nederland niet eerder hebben gehoord. Wat niet zo vreemd
is, want op een paar uitzonderingen na moeten de meesten nog internationaal
doorbreken.
Tijdens de eerste Sonsbeek, in 1949, werd wat dat
betreft geen enkel risico genomen. Die expositie had tot doel een overzicht
te geven van de Europese beeldhouwkunst van de afgelopen decennia. Beroemde
sculpturen van soms wel tachtig jaar oud kregen tijdelijk een plek op een
sokkel in het Arnhemse stadspark.
Arnhem was een paar jaar na de
oorlog bezig uit de as te herrijzen. De grote beeldententoonstelling, de
eerste in zijn soort in Europa, zou het toerisme naar de stad weer op gang
moeten brengen.
Die opzet slaagde: zo'n 125.000 bezoekers
bewonderden de sculpturen van Rodin, Moore en Maillol.
Om de drie
jaar, in 1952, 1955 en 1958, werd deze opzet herhaald. Met name de laatste
aflevering ondervond concurrentie van de opkomst van nieuwe initiatieven
zoals de Biënnale van Venetië en beeldenpark Middelheim in Antwerpen.
Sonsbeek was niet meer uniek en de twijfel over voortgang van de
tentoonstelling sloeg toe. Pas acht jaar later, in 1966, werd de cyclus
hervat. In 1971 ging het roer radicaal om. Voortaan stond hedendaags werk
centraal. Curator Wim Beeren bedacht het concept Sonsbeek buiten de perken.
De manifestatie speelde zich af door het hele land en bevatte niet alleen
sculpturen maar ook installaties, landschapskunst en performances. Het was
een opzienbarende tentoonstelling, maar zó anders dan Arnhem gewend was dat
het daarna vijftien jaar zou duren tot de volgende maal. Die vond in '86
weer in het park plaats en was met 78.000 bezoekers zeer succesvol.
Curator Valerie Smith deed het in 1993 heel wat minder, met slechts 12.000
bezoekers en een tekort van een miljoen gulden (circa 450.000 euro). Deze
editie geldt als het grootste debacle uit de Sonsbeek-historie. Smith
verspreidde de kunst destijds door de hele stad, voor velen onvindbaar. Ze
wilde benadrukken dat kunst geïntegreerd moet zijn in de samenleving, niet
ervan gescheiden.
Datzelfde geluid was te horen bij haar opvolgers
Jan Hoet en Anna Tilroe. "Sonsbeek stelt de vraag wat de plek en
positie van de kunstenaar in het maatschappelijk veld is", stelde Hoet.
Tilroe verwoordt het met: "Kunst heeft een eigen wereld maar zoekt ook
een positie in het hart van de samenleving."
Hoet koos in 2001
voor drie locaties in Arnhem: het park, winkelcentrum Kronenburg en de
Eusebiuskerk. Dat leidde tot veel kritiek. Ook ontstond er discussie over
'dode paarden' die in de bomen hingen, en een swastikamozaïek in de
Eusebiuskerk.
Met Tilroe keert Sonsbeek nu terug naar het park,
gratis voor iedereen. De stad wacht, na de succesvolle openingsprocessie van
afgelopen zondag, af wat het dit keer gaat opleveren. Succes is hoog nodig;
bij tegenvallende bezoekersaantallen komt hoogstwaarschijnlijk een eind aan
een lange traditie.




























