Ook voor de tiende expo, die morgen wordt geopend, houdt hij zijn hart vast. "Als ik die linde in het park zie liggen, aan een soort infuus, dan maak ik me zorgen over het niveau van de andere werken."
Het probleem is volgens Hofman dat de écht vernieuwende beeldende kunst zich nauwelijks nog leent voor tentoonstellingen als Sonsbeek. "De kunst is veranderd: concepten, materiaal en vormen zijn meestal niet geschikt voor plaatsing in de open lucht. Kunst is heel kwetsbaar geworden", aldus de oud-topambtenaar van Cultuur. Sonsbeek is, denkt hij wel eens, een overblijfsel uit vervlogen tijden, toen de burgerij uitliep voor goed geschoren gazons vol beelden van steen of brons. In de jaren zeventig werd die formule opgeblazen, maar de volgende vernieuwing heeft zichzelf nu ruim overleefd. Een weg terug is er niet meer. En waarom ook? Beeldentuinen en festivalletjes met buitenkunst, daarvan heb je er al zoveel.
Marga van Mechelen, kunsthistorica en auteur van Als de kunst erom vraagt. De Sonsbeektentoonstellingen van 1971, 1986 en 1993, is het met Hofman eens: voor the state of the art moet je bij Sonsbeek niet meer zijn. Dat was in '71 nog wel het geval en misschien ook in '93 nog, maar daarna niet meer. Volgens Van Mechelen ligt het belang van de tentoonstelling niet meer in de allereerste plaats op het artistieke vlak. "Kunst zichtbaar maken voor een groot publiek, daar gaat het nu vooral om."
Sonsbeek wordt door Arnhem nog steeds als 'internationale' expositie aangeprezen. Dat is volgens Van Mechelen betrekkelijk. "Ooit had de expositie een internationale uitstraling. Sonsbeek buiten de perken van Wim Beeren in '71 was een mijlpaal in de kunstgeschiedenis. Daarna is Sonsbeek toch een beetje uit het zicht geraakt. Er zijn zoveel biënnales van gelijk niveau bijgekomen en de concurrentie is groot. Zie je dan nog maar eens te onderscheiden."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.
















