ARNHEM - In een paar rake zinnen geeft Mary Verhaar-Zut (70) de kern weer van waar voor veel Arnhemmers park Sonsbeek voor staat: een bron van kracht in goede en slechte tijden.
Haar gedicht, een eerbetoon aan het park waar ze al iets meer dan vijftig jaar komt, verdient het om de serie Zomer in Sonsbeek af te sluiten.
Wonderlijk misschien voor menig stadsgenoot, maar de fraaie woorden vloeiden uit de pen van een dame die in Rotterdam het eerste levenslicht zag. Haar man ('een rasechte Arnhemmer') ontmoette ze op het Willemsplein nadat ze naar Oosterbeek was verhuisd. Hij nam haar mee naar het park waaraan Mary Verhaar-Zut meteen verknocht raakte.
"Misschien klinkt het romantisch of achterlijk, maar ik voel er een soort kracht uit de oude bomen die op hun beurt die kracht weer uit de aarde halen", legt ze uit. "Ik kom er sinds mijn verkeringstijd, ik was toen achttien, en geniet er nog altijd van de natuur. Sonsbeek is me lief."
Ze komt er op verdrietige en blijde momenten. "De grote bossen en de vijvers geven me kracht zodat ik weer opgewekt verder kan. Hoe dat komt? Dat is niet uit te leggen; het gebeurt gewoon. Ik kan er zelfs genieten van kleine grassprieten die ik de vorige keer niet heb gezien."
Mevrouw Verhaar-Zut is verre van een zweverig type. Als huisvrouw en moeder van vijf kinderen weet ze wat er in de wereld te koop is. Zelfs voor haar is een toch een soort wonder dat Sonsbeekpark zo'n sterke invloed op haar heeft. "Ik kom er al 52 jaar en ben nog altijd geboeid door het park. Het geeft me elke keer weer rust."
Voor haar is het park het 'mooiste plekje in de stad'. "En een stukje van mijn leven. Mijn man is veertien jaar geleden overleden. De eerste vier jaar na zijn dood heb ik veel troost in het park gevonden. Na een bezoek aan zijn graf op Moscowa liep ik door Sonsbeekpark naar huis en dan kon ik de dag weer aan."
Haar gedicht ontstond aan de keukentafel. Ze pende het op een velletje uit een kladblok. "Toen mijn dochter een keer op bezoek kwam, rolde het gedicht uit dat kladblok. Ze vond het een lief gedichtje. Later heb ik dat papiertje in een opruimwoede weggegooid. Daar heb ik nu wel spijt van."
Gedichten schrijven is geen hobby van haar; de ode aan Sonsbeek was een impuls. ,,Ik ben maar een gewone huisvrouw en heb verder geen extra opleidingen genoten", vertelt ze. Desondanks ontroert het haar dat de woorden die zij aan het papier toevertrouwde zo veel mensen aanspreken. Maar verbaasd is ze niet over dat effect van Sonsbeek. "Op de groene weide in het park hangt in de zomer een fijne sfeer. Jong en oud vermaken zich er. Ik zie altijd blije en ontspannen gezichten als mensen er zitten te picknicken. Het is er dan net één groot familiefeest. Zo'n plek midden in de stad, waarvan zoveel mensen kunnen genieten, vind ik bijzonder."
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties











