Die diende vorig jaar op de valreep nog een bezwaar in tegen de vergunning die de gemeente Overbetuwe wilde verlenen. De kwestie leidt nu tot een zaak bij de Raad van State. Een zittingsdatum is nog niet bekend.
Burgemeester en wethouders van Overbetuwe hebben afgelopen week al wel een verweerschrift ingediend. Ze weerleggen daarin de argumenten van VMO. Die beweert onder meer dat zesduizend teven middels hun uitwerpselen voor een flinke toename van ammoniakuitstoot gaan zorgen. Dat zou zich niet verdragen met de kwetsbare natuur op de Veluwe, dat hemelsbreed op 1750 meter afstand ligt. Ook zou onaanvaardbare stankhinder ontstaan in de omgeving.
Overbetuwe meent echter dat de bijdrage aan ammoniak op de Veluwe door de Randwijkse nertsen te verwaarlozen is en dat hooguit de bedrijfswoning van Verburgt van stank last heeft. Verder liggen geen huizen in de omgeving.
Verburgt zelf zegt nog nooit klachten te hebben gehad over stank. "En het transportsysteem dat nertsenmest afvoert van de stal naar de put zetten we 's zomers als mensen buiten zitten alleen 's nachts aan, om stank- en lawaaioverlast tot het minimum te beperken."
De geur die nertsen verspreiden in de paartijd valt volgens Verburgt ook mee.
De Randwijker heeft al wel een loods bijgebouwd op zijn terrein maar die is niet bedoeld voor deze uitbreiding. "Die loods is neergezet vanuit oogpunt van dierenwelzijn", vertelt Verburgt. "De dieren krijgen daardoor meer ruimte."
Verburgt heeft vertrouwen in de goede afloop. "Mijn zaak heb ik in handen gegeven van een bureau. Ik ben jong en wil graag ondernemen. VMO kijkt altijd kritisch of alle regels worden nageleefd, ik heb daar geen moeite mee. Dat is hun goed recht."
VMO procedeerde in 2002 al eens tegen een andere Randwijkse nertsenfokker bij de Raad van State en verloor toen. Destijds ging het om een vergunning voor tweeduizend nertsen.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.















