Deze regio biedt vele mogelijkheden voor boeiende fiets- en wandeltochten. De Gelderlander neemt u mee op pad. Vandaag: Groene Blaadjes en Oude Stenen.
Zie ook:
Al bij het begin gaat het mis. Als ik het kunstwerk ‘Oppervlakte aan de verte’ bij station Ede-Wageningen heb bewonderd, is er geen bord die me vertelt waar ik nu geacht word heen te gaan. Eerst maar eens de VVV opzoeken. Op de snel aangeschafte knooppuntenkaart blijkt inderdaad dat de officiële start van de route Groene Blaadjes en Oude Stenen toch wel een stukje verderop is: aan de Eikenlaan. Maar niet getreurd, het is een mooie dag om te fietsen.
De route is een mengeling van kunst en natuur. Langs de eerste helft, die naar Otterlo voert, is de tijdelijke tentoonstelling van Adri Verhoeven te zien. Zijn stenen, soms alleen, soms omringd door zwerfkeien, stonden eerder al op andere plekken in Nederland.
Het knooppuntensysteem is geniaal. Zo kunnen fietsers ter plekke een route uitstippelen door bij elk knooppunt op de kaart te kijken waar ze heen willen en naar een ander knooppunt te rijden. Geen bord meer nodig dus. Als je tenminste weet waar je een knooppunt moet vinden.
Het moet gezegd: de route is prachtig. Na de warmte in de bebouwde kom van Ede is de afslag naar de Kreelseweg een verademing: schaduw en een fris windje die doet vergeten dat het 28 graden is. Het luidruchtige verkeer van de N224 is gedempt tot een rustig, monotoon gezoem, terwijl vogels juist om het hardst schreeuwen om aandacht. Er zijn heuveltjes, maar de fietser wordt bijna altijd op de top beloond met een fraai vergezicht. Saai is het ook zeker niet: het blijft een verrassing wat er na deze bocht weer te zien is. Een oudere vrouw, die het weer aangrijpt om in het bos bij een bankje te picknicken? Fietsers, die door hun haast de schoonheid van de natuur niet opmerken? Een stel, dat bij een knooppunt puzzelt hoe het verder moet rijden om uiteindelijk in Lunteren aan te komen? Een specht gaat in duikvluchten langs het bos; langs het pad staat het uitbundige, maar o zo giftige vingerhoedskruid.
Ede heeft wat aangenaam recreëren betreft ook veel mee: langs de route rijd je over kleine bospaadjes, langs uitgestrekte heidevelden, maar ook langs het altijd indrukwekkende Wekeromse Zand.
Wie de route goed wil doen, moet er flink wat tijd voor inruimen. Hij is 29,6 kilometer lang en als je een beetje wil genieten en regelmatig wil afstappen om rond te kijken, ben je niet in twee uur klaar. Daar komt nog bij dat er redelijk wat klimmers in zitten en hier en daar ook stukjes met rul zand, waar het lastig is overheen te rijden.
Aparte aandacht verdient nog de uitkijktoren, die te vinden is tussen de knooppunten 63 en 83. Loop eens omhoog de trap op, kijk eens rond en dan nog eens door de grote verrekijker (nog gratis ook). Zie de koeien en de paarden, die op hun dooie akkertje grazen. En geniet. Van de rust, van het feit dat er (nog) niemand in de buurt is.
En tja, die stenen. Ze zullen de gemiddelde fietser niet zo opvallen, maar ze zijn wel handig als hulpmiddel om kinderen steeds wat verder te laten fietsen, door ze te laten zoeken naar de volgende steen. En als ze ze allemaal hebben gehad, zijn ze al halverwege en hoeven ze alleen nog maar terug te fietsen. Makkie toch?
Zie de bovenstaande diashow voor een kaart van deze fietsroute.

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.




















