WAGENINGEN - Begin dit jaar hield de gemeente een discussieavond over de relatie tussen de stad en de universiteitscampus. Daar hield campusonderzoeker Willem van Winden (Hogeschool Amsterdam) een warm pleidooi voor de integratie van stad en campus. Om een plek te worden waar kennisontwikkeling en innovatie gedijen is het in zijn ogen noodzakelijk dat campus en stadscentrum in de beleving van de gebruikers één zijn.
De reden achter deze noodzakelijke band is in de ogen van Willem van Winden eigenlijk simpel. Vroeger vonden grote ontdekkingen nog wel eens plaats via het beroemde 'eureka' moment, oftewel een individuele onderzoeker die ineens een uitvinding doet. Tegenwoordig zijn velen betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe producten. Innovatie gedijt bij directe contacten tussen onderzoekers, of die nu werken voor de universiteit of voor bedrijven. Dus moet je een klimaat scheppen waarin die onderzoekers elkaar ook kunnen ontmoeten. Daar is een goede lunchroom of koffiecorner tussen de universiteitsgebouwen voor nodig voor even tussendoor, maar onderzoekers willen dan ook samen een pilsje drinken, gaan eten, doorzakken of naar het theater. Dat blijkt een belangrijke succes- of faalfactor voor campussen wereldwijd te zijn.
En dat los je niet op met een café-restaurant tussen de universiteitsgebouwen, want waar overdag meer dan 10.000 mensen doorbrengen, is het na 6 uur 's avonds stil en ongezellig zeker in de winter. Het zal nooit lukken om voldoende kwaliteit in sfeer te bieden in het gebied van de universiteit zelf. Daar hebben we dus het stadscentrum voor nodig. En dan heeft Wageningen in de ogen van Willen van Winden een heel groot voordeel: de afstand van centrum tot universiteit is ontzettend klein, kleiner dan op menig campus in andere delen van de wereld.
Dynamiek noemen andere campusonderzoekers dat. Op internet kwam ik een stuk tegen van Ger Post van Minase getiteld 'de campus als innovatie-ecosysteem'. Zeer leesbaar en boeiend. Naast natuurlijk andere belangrijke factoren (duidelijk kennisprofiel, diversiteit, bereikbaarheid) speelt dynamiek in hun optiek een belangrijke rol. Zij bedoelen daarmee het creëren van een laagdrempelige maar beschermde sfeer van ontmoeting. 'Dit kan onder meer tot stand komen door een rijke en pluriforme evenementen-agenda en diverse publieke en zakelijke voorzieningen (horeca, beurzen, congressen, sport, vrijetijd, etc.)' (Ger Post, Minase).
Voor Wageningen ligt daar dus de uitdaging. Het kennisprofiel hebben we, diversiteit is gegarandeerd in ons geval, goede bereikbaarheid wordt aan gewerkt met de busbaan en de verbetering van de Nijenoord Allee. En dan mag de dynamiek, oftewel de integratie van stad en campus niet achterblijven. En voor de duidelijkheid: Ede is geen alternatief voor het zoeken van die dynamiek. Niet omdat Ede te ver weg ligt, maar omdat Ede qua cultuur niet aansluit bij datgene wat kenniswerkers trekt. Wageningen is (wat betreft onze cultuur) niet voor niets het buitenbeentje in de Vallei geworden, dat komt door die kenniswerkers.
Voor die integratie is in elk geval een super-fietsverbinding tussen stadscentrum en universiteitsgebied noodzakelijk , en wellicht meer dan dat.
Wageningen is de campus, dat moet ons motto zijn.
Lex Hoefsloot is wethouder in Wageningen en onder meer verantwoordelijk voor de campus.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














