WAGENINGEN – ‘Van mij mogen alle activiteiten op De Born oftewel de Wageningen Campus.’ Dat vindt 44 procent van de circa vierhonderd deelnemers aan de poll van de Gelderlander op internet. Daarentegen vindt 35 procent dat de campus alleen onderwijs- en onderzoekactiviteiten mag herbergen. Voor 16 procent mag daarnaast ook worden gewoond op De Born, maar mogen er geen winkels of horeca worden toegestaan. 5 procent vindt precies het omgekeerde: wel horeca en winkels en geen wonen.
Woensdagavond stond Woensdag Debatdag in het teken van de campus. Voor een volgepakte tribune stelden drie van de vier deelnemers aan Woensdag Debatdag dat de Wageningen Campus meer moet zijn dan een plek voor onderwijs en onderzoek, zoals de oorspronkelijke bestemming was. „Wij zien vooral kansen voor ondernemers en geen problemen”, zei Karin Horsman (PvdA).
Martijn Weenink (CDA) was het met haar eens. „We moeten als stad geen beperkingen opleggen, maar juist faciliteren”, aldus Weenink. „We denken daarbij niet aan een tweede winkelcentrum als de Tarthorst, maar wel aan zaken als een lunchvoorziening, kapper of kinderopvang.”
Ook van D66 mogen kleinschalige horeca en detailhandel op de campus. „Maar het zou ook goed zijn als het omgekeerde zou gebeuren”, stelde Karin van der Burgt. „Haal bijvoorbeeld het Restaurant van de Toekomst naar de stad. Dat kan voor verbinding zorgen en de universiteit nog zichtbaarder maken.” Ze ziet ook mogelijkheden voor vergaderplaatsen en studieplekken in het stadshart.
Rien Bor (Stadspartij) had een afwijkend standpunt: „De campus is bedoeld voor onderzoek en onderwijs. Wat ons betreft blijft dat zo. Natuurlijk moet je een kop koffie kunnen drinken. Maar stel dat er een AH to Go komt, dan maak je de C1000 in de Tarthorst kapot.”
Bor sloot hierbij aan bij de woorden van Casper Bijl van restaurant Toledo en voorzitter van de Wageningse Horeca. „Als het kleinschalig blijft, hebben we geen probleem. Maar je moet geen enorme concentratie krijgen.” Student Martijn Kuller stelde hem enigszins gerust. Hij gaf aan dat het centrum blijft trekken. „En wonen doen we het liefste in de stad. Maar aan de andere kant, als de keuze Ede of de Born is, dan wordt het toch de Born.”
De vier politici waren het wel eens voor wat betreft de rol van de gemeente bij de ontwikkeling van de campus. Dat moet vooral een faciliterende rol zijn. De bereikbaarheid van de stad is hierbij cruciaal, zowel per fiets als met de auto. Daarnaast moet de gemeente zorgen voor goede woon- en winkelvoorzieningen en culturele voorzieningen. Niet alleen voor studenten, maar ook voor medewerkers van Wageningen UR.
Los van zichtbare zaken als huizen en winkels, moet er ook meer ontmoeting komen op ‘zacht’ gebied. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de leden van Stuvodes (studenten voor de stad). Zij helpen Wageningen met het in kaart brengen en oplossen van sociale problemen in de stad. „Een concrete bijdrage”, zei Pieter Moorman van Stuvodes.
© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties














